Als het moet, dan kan alles uit een rechterhand komen

Fransje Hermans is dood. Dat wil zeggen: Rutger Boots is overleden, de man die model stond voor het aan zijn rolsoel gekluisterde personage in Joe Speedboot. Tommy Wieringa schreef een beeldschoon in memoriam voor Boots in Torpedo Magazine dat bovendien licht werpt op de ontstaansgeschiedenis van de roman. Hij beschreef hoe hij een jaar of tien geleden ineens begreep wat er schortte aan het boek dat hij aan het schrijven was: ‘Het was een verhaal over jongens, ik had al een hoofdstuk of wat klaar, maar alles zonder dat het me erg beviel. Nu begreep ik wat het was: de verteller deugde niet.’

Hij herinnerde zich een jongen van school die na een auto-ongeluk in een rolstoel was beland, die hij slechts met zijn rechterhand kon besturen. Wieringa zocht deze Rutger Boots twintig jaar later op, liep een paar dagen mee en gebruikte diens leven als basis voor het bestaan van Fransje Hermans, een jongen die zich onder leiding van Joe Speedboot ontwikkelde tot bijna-onverslaanbaar armworstelaar. Speedboot en Hermans vormden een perfecte symbiose: Joe leverde de energie, Fransje de concentratie. Dat liep synchroon met een ander deel van de ontstaansgeschiedenis van de roman. Wieringa vertelde ooit dat hij het boek pas goed op papier kreeg toen hij met de pen ging schrijven. Dat bleek overeen te komen met zijn natuurlijke tempo, de ‘vreemde sprongen’ gingen eruit. Zoals Fransje Hermans de energie van Joe Speedboot kanaliseerde, deed de vulpen dat met die van Tommy Wieringa. Als het echt moet, kan alles uit een rechterhand komen. Misschien is Wieringa linkshandig, maar een mens moet niet alles willen checken. (Zie ook Modiano, de man die als geen ander de illusie wekt dat zijn werk samenvalt met de ontstaansgeschiedenis ervan; ik bracht Kerst door met een stapeltje heruitgaven en voelde me als een kind op vrijdagmiddag met een grote zak drop.)

De rechterhand ven Jeroen Brouwers weigerde dienst na de beroerte die de schrijver een paar jaar geleden trof. Maar de hand werkt weer, getuige het nieuwjaarsgeschenk van uitgeverij Atlas Contact, dat een facsimile maakte van de broodzak waarop Brouwers het begin van Het hout schreef. We zien de trillende letters van de eerste zin, ‘De pij irriteert mijn huid’, die de moeite verraden die het Brouwers kost om zijn verbale virtuositeit op papier te krijgen. In de marge van de broodzak schreef Brouwers de datum. Zo weten we dat hij het op 24 juni 2012, na het opschrijven van de eerste twee zinnen weer even voor gezien hield. Dat hij ‘lange broek’ veranderde in ‘trainingsbroek’ en ‘pyjama verplicht’ schrapte. En dat hij schrijft met consumptie. (Vlekken!)

Ik vind dat de uitgeverij nog een pak Brouwers-broodzakken moet drukken en het ding vanaf nu achterin alle exemplaren van Het hout moet stoppen. Zoals voortaan alle edities van Joe Speedboot het stukje over Rutger Boots moeten bevatten. Fransje Hermans is onsterfelijk.