2014 was voor Syrië en Irak een zeer dodelijk jaar

Koerdische Peshmerga in het Iraakse stadje Zumar, vlak bij Mosul, een stad die in handen is van Islamitische Staat.
Koerdische Peshmerga in het Iraakse stadje Zumar, vlak bij Mosul, een stad die in handen is van Islamitische Staat. Foto EPA

Grotendeels door toedoen van de opmars van de extremisten van Islamitische Staat (IS) was 2014 in zowel Syrië als buurland Irak een van de bloederigste jaren in tijden, volgens cijfers die vandaag naar buiten zijn gebracht.

In het geval van Syrië was het zelfs het allerdodelijkste jaar sinds het begin van de burgeroorlog in het land. Meer dan 76.000 mensen, onder wie een groot deel burgers en duizenden kinderen, kwamen vorig jaar om het leven, meldt het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR) vandaag, schrijft persbureau AFP.

Volgens Abdel Rahman, de man die vanuit Groot-Brittannië het SOHR in zijn eentje leidt en zich voor schattingen baseert op informatie van honderden activisten in de strijdgebieden, was er in 2014 een toename in het aantal buitenlandse jihadisten dat gedood werd. Dat is niet verrassend, aangezien er zich steeds meer buitenlanders aansluiten bij de strijdende groeperingen in de burgeroorlog.

Irak: sinds 2007 niet zoveel doden

In buurland Irak werden meer dan 15.000 mensen gedood. Dat maakt 2014 het dodelijkste jaar sinds 2007, volgens cijfers die de Iraakse regering vandaag naar buiten bracht, schrijft AFP. Meer dan 22.000 mensen raakten daarnaast gewond.

Die 15.000 is meer dan twee keer zoveel als er om het leven kwamen in 2013, toen het er iets meer dan 6.500 waren.

Opmars IS

De belangrijkste oorzaak van de hoge slachtofferaantallen is de opmars die terreurbeweging IS vorig jaar maakte. Inmiddels heeft de groepering grote delen van Irak en Syrië in handen.

Een internationale coalitie, geleid door de Verenigde Staten, voert sinds eind vorig jaar luchtaanvallen uit op doelen van IS. Vandaag nog werden er 29 aanvallen uitgevoerd in Syrië en Irak, schrijft persbureau Reuters.