Zij werden óók wereldkampioen

De vissers hebben de grootste sportbond van Nederland, na de voetballers en de tennissers. Toch was er nauwelijks aandacht toen de sportvissers dit jaar wereldkampioen werden. Dit is hun verhaal.

Er hangt een kaaslucht in Hotel I Pivovara Golf in het Kroatische dorpje Donji Vidovec. Het is half september en even verderop wordt aan de Drava-rivier het wereldkampioenschap zoetwatervissen gehouden. Het hoogtepunt van het visseizoen. De visomstandigheden zijn lastig: overvloedige regenval en een kolkende waterkrachtcentrale zorgen voor een sterke stroming.

Vissen is een sport die draait om details. Alleen als alle condities optimaal zijn – voer, hengels, tactiek – haal je veel kilo’s binnen. In de Kroatische wateren zwemmen veel barbelen en die houden van kaas. Daar weet het Nederlandse team wel raad mee: om de vissen te lokken voegen ze een kaasextract toe aan het voer.

In het hotel zijn de ‘Dutch cheesemakers’ het gesprek van de dag. „Het hotel lijkt wel een kaasfabriek”, zegt een Engelse visser tegen tv-zender Sky Sports. De kaastruc werkt. Nederland wordt op zondag 14 september voor de derde keer wereldkampioen, na eerdere titels in 1969 en 1982.

Sport met een imagoprobleem

2014 was het succesvolste sportjaar ooit voor Nederland – met een karrevracht aan wereldtitels en olympische medailles. De meeste kampioenen staan vol in de aandacht. Maar sommige wereldkampioenen halen de kranten en televisieprogramma’s niet. Vergeten wereldkampioenen, uit kleine sporten. Zoals de sportvissers.

Het is een sport die worstelt met zijn imago: is het wel of geen topsport? De Nederlandse topvissers verdienen amper aan hun sport, als je zo redeneert zijn het amateurs. Wel is Sportvisserij Nederland sinds vorig jaar officieel aangesloten bij sportkoepel NOC*NSF. De vissers horen nu bij de grote sportbonden, eindelijk erkenning. De bond telt 590.000 leden en is daarmee qua ledenaantal de derde sport na voetbal en tennis. Maar goud op het WK in Kroatië? Daar geloofde niemand in. Hoe lukte het opkomend visland Nederland de wereldtitel te veroveren?

Om vijf uur opstaan

Een visteam op het WK bestaat uit vijf man. De Nederlandse ploeg heeft een goede mix met ervaren vissers en jonge honden. Dieter Friederichs (46), de leider en het brein van het team, die een baan heeft als timmerman. Jo Adriolo (45), een visser met veel kwaliteit die werkt in een hengelsportzaak. Jurgen Spierings (35), die zijn vishobby zeer serieus neemt en uitvoerder is bij een groot bouwbedrijf. De strijdlustige Arjan Klop (33), die bij een hengelsportgroothandel werkt. En natuurtalent Stefan Altena (30), vertegenwoordiger voor een hengelsportzaak. Reserve is Wim Fuhler (30).

Een fysiek sterke ploeg, met mannen die leven voor hun sport. Ieder weekend zijn ze wel ergens te vinden aan de slootkant. Bondscoach is Jan van Schendel (57) – de architect van het team. Hij heeft een diepe frustratie: hij is elf keer vierde geworden op een WK, als coach én visser. Zijn assistent is Stefan Verhoeven (50) – die in het dagelijks leven zeventig monteurs aanstuurt bij een heftruckfabrikant.

Nederland arriveert vroeg in Kroatië, negen dagen voor het begin van het toernooi. Alleen de Engelsen zijn er al. De trainingsdagen zijn intensief. Rond vijf uur staan ze op, ’s avonds zes uur zijn ze weer terug in het hotel. Daar spelen ze in de avonduren veel biljart, om te ontspannen. Er wordt soms een biertje gedronken, met mate.

De plattelandsstreek rond het stadje Prelog ligt er rustig bij, maar de Drava lijkt op hol geslagen door de vele regen. „Het kolkte. Niet normaal, ik heb zelden zo’n stroming gezien. Het waren ruige, bizarre omstandigheden”, zegt bondscoach Van Schendel. De Nederlanders zijn gewend om in stilstaand water te vissen.

Die omschakeling zorgt voor veel problemen. De trainingen verlopen zeer moeizaam, ze vangen de eerste dagen bijna niks. De dobbers, de hengels, het voer – niks klopt. Bovendien zijn de veelvoorkomende vissoorten in Kroatië – vimba, sneep, barbeel – vrij onbekend voor de Nederlanders. Het zijn grote, sterke vissen.

Op maandag – vijf dagen voor het begin van het toernooi – denkt Verhoeven dat ze beter naar huis kunnen gaan. „We hadden er totaal geen controle over.” Die dag trekken de bondscoach en zijn assistent zich aan het eind van de middag een uur lang terug. In een koffietentje bespreken ze wat er allemaal fout gaat en hoe het beter kan.

Het geheim: een witte pot lijm

Ze pakken een aantal zaken anders aan. Zoals het lokaas. Door de sterke rivierstroming is het gevaar dat het voer niet op de bodem belandt, maar ver wegdrijft – waardoor je er niks aan hebt. Door het lokaas te mixen met veel kleine steentjes en lijm wordt een soort ronde kogel gecreëerd die genoeg gewicht heeft om direct naar de rivierbodem te zinken op de plek waar je vist. Bedoeling is dat de maden vervolgens loskomen van de steentjes zodat er een voerspoor ontstaat voor de vissen.

Probleem bij de Nederlanders is dat het geheel als een steen op de bodem blijft liggen: het lokaas verspreidt zich niet. Er wordt gesleuteld aan de samenstelling. Nederland beschikt over een gouden middel: een witte pot lijm van het merk Stabilix Maggots. Die zorgt voor de ultieme samenstelling, waardoor de kogel op de bodem losweekt.

En er is gedoe met de dobbers. Door de krachtige vissen in de Drava is er robuuster materiaal nodig. Bij het Nederlandse team zijn de dobbers te licht. Er komt een zwaarder model, dat speciaal vanuit Hongarije wordt ingevlogen. En het haakje waarmee de vissen worden gevangen (haakje 16) is te klein, er wordt overgegaan op grotere haken. Ook wordt een andere onderlijn aan de hengel geïnstalleerd, met gevlochten draad, dat de vissen niet kunnen doorsnijden: ontsnappen lukt niet meer.

En het kaastrucje?

De wedstrijd verloopt spectaculair. Hengels breken door de harde stroming. Langs de rivier lopen zo’n 10.000 toeschouwers. Sommige vissen zijn zo zwaar en sterk dat het veilig naar de kant halen (het drillen) een half uur duurt.

Nederland slaat genadeloos toe op de eerste dag. Er wordt 30 kilo binnengehengeld. Maar ze hebben nog niks, het toernooi gaat over twee dagen (twee keer vier uur).

Bij het avondeten krijgen de Nederlandse vissers een persoonlijk briefje van de coaches. Met het verzoek om het op de hotelkamer open te maken. ‘Toch niet weer vierde, ga er morgen vol voor’, staat er.

„En ze gingen ervoor. Ze visten alsof hun leven ervan afhing”, zegt Verhoeven. Nederland wereldkampioen, met in totaal 53,7 kilo. Na de wedstrijd gaan de kampioenen los bij het banket. Ze staan op tafels luchtgitaar te spelen op muziek van hun favoriete hardrockband AC/DC. Prijzengeld krijgen ze niet.

Gaf de kaas de doorslag? Verhoeven lacht. Hij kan het nu wel zeggen. Ze geloofden zelf amper in het trucje. „Het is meer het fabeltje: dankzij die kaas zijn we wereldkampioen geworden.”