‘We vergeten dingen, want anders raakt ons geheugen vol’

illustratie Jet Peters

De aanleiding

Voor de Amerikaan Henry Molaison stopte de tijd op 25 augustus 1953. In een poging hem te verlossen van zijn epileptische aanvallen sneed een chirurg tijdens een experimentele operatie aan beide kanten van zijn brein een deel van de hippocampus weg. De aanvallen verdwenen, maar de 27-jarige Henry bleek niet meer in staat nieuwe herinneringen aan te maken. Tragisch voor Henry, maar een groot geschenk voor de wetenschap. Tot aan zijn dood in 2008 werden aan ‘H.M.’, zoals hij bekend stond in de medische literatuur, vele studies gewijd.

Er zijn ook mensen die niet kunnen vergeten. Ze herinneren zich alles. Elke dag van hun leven, tot in het kleinste detail. Vraag hen wat ze aten op 27 februari 1989 en ze weten het. Jill Price is zo iemand. Zij was de eerste vrouw die de diagnose ‘hyperthymesia’ kreeg. In 2008 vertelt ze over haar aandoening in The Oprah Winfrey Show. „Worden uw hersenen dan nooit moe?”, vraagt Oprah. Price antwoordt dat ze inmiddels gewend is aan de onafgebroken stroom herinneringen.

Vergeten is menselijk, maar waarom gebeurt het eigenlijk? Vandaag checken we een veelgehoorde aanname: ‘We vergeten omdat anders ons geheugen vol raakt.’

En, klopt het?

Het antwoord – we vallen voor de verandering maar eens met de deur in huis – is nee. Volgens Douwe Draaisma, hoogleraar psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, is dit een van de grootste misverstanden over ons geheugen. „Veel mensen denken dat we vergeten om ruimte in ons hoofd te maken, maar zo werkt het niet. We hebben capaciteit voor wel drie of vier levens.”

Maar waarom vergeten we dan? In de eerste plaats, zegt Draaisma, omdat ons brein nu eenmaal een biologisch orgaan is en niet de harde schijf van een computer. Onze hersenen zijn opgebouwd uit ongeveer honderd miljard zenuwcellen, neuronen. Ze vormen een gigantisch netwerk waarin iedere cel met duizend tot tienduizend andere cellen in contact staat. In die verbindingen (synapsen) liggen herinneringen opgeslagen. Per dag raken we naar schatting honderdduizend zenuwcellen kwijt. Draaisma: „In onze hersenen groeit van alles, maar er wordt ook gesnoeid.”

In zijn Vergeetboek legt hij uit dat we ons geheugen kunnen beschouwen als een dampend oerwoud, waarin verbindingen woekeren, over elkaar heen groeien en uiteindelijk vergaan. Het geheugen is constant aan verandering onderhevig omdat het non-stop informatie ververst. Dat voortdurende proces van actualiseren noemt Draaisma de ‘evolutionaire agenda’ van ons geheugen.

Bovendien is het gewoon niet zinvol om alles te bewaren. Als we ieder ding even goed zouden onthouden, zouden we namelijk geen onderscheid kunnen maken tussen belangrijke en onbelangrijke herinneringen. Draaisma: „Je leeft eigenlijk met de meest recente editie van de informatie die je hebt. Dat wil zeggen: je kunt je je ouders het beste herinneren zoals ze er nu uitzien, niet zoals ze er vijf jaar geleden uitzagen. Je weet waar je vanochtend je fiets hebt neergezet, en niet anderhalve week geleden.”

Dat vergeten noodzakelijk is om goed te kunnen functioneren, blijkt ook uit het verhaal van Jill Price. Bij Oprah vertelde Price dat ze moet leven met „een woede die nooit overgaat” omdat ze zich iedere ruzie, belediging en teleurstelling herinnert.

Vergeten heeft dus niets te maken met de ‘opslagruimte’ in onze hersenen. Hoe groot de menselijke geheugencapaciteit is, valt bovendien moeilijk uit te drukken. Hoewel er pogingen zijn gedaan, is het volgens veel wetenschappers onmogelijk de hersenen te vergelijken met zoiets als de harde schijf van een computer. Belangrijkste reden: computers verwerken informatie op een compleet andere manier, namelijk door middel van het binaire stelsel, in enen en nullen. Ons brein maakt onderscheid tussen zaken als kleuren, emoties en gezichten en slaat die informatie op in de duizenden verbindingen die samen ons geheugen vormen.

Conclusie

De mens heeft meer geheugencapaciteit dan hij nodig heeft. Dat we dingen vergeten, heeft te maken met het verdwijnen van verbindingen in onze hersenen. De aanname dat we dingen vergeten omdat ons hoofd ‘vol’ kan raken, is dus onwaar.