Wat kun je leren van de beroepspraters?

Goed kunnen overtuigen of met verve spreken, heel belangrijk op je werk. Van wie kan je dit beter afkijken dan van beroepspraters: politici? Communicatiespecialisten Lars Duursma en Victor Vlam analyseren drie memorabele (maar niet altijd even geslaagde) optredens.

Frans Timmermans over MH17

Nationale tragedies leiden vaak tot onvergetelijke speeches. Wie herinnert zich niet hoe een zichtbaar aangeslagen koningin Beatrix zich tot het volk richtte, kort na de aanslag op Koninginnedag in Apeldoorn? Of hoe een geschokte Wim Kok het land toesprak op de avond van de moord op Pim Fortuyn? Bij de MH17-ramp was het toenmalig minister Frans Timmermans die de meest gedenkwaardige woorden uitsprak.

Dat kwam gedeeltelijk door de setting. Vanuit de zaal van de VN Veiligheidsraad richtte hij zich namens Nederland tot hoogwaardigheidsbekleders uit de gehele wereld. Het gaf ons een gevoel van trots: wij spraken en de hele wereld luisterde. Zelfs oud-president Bill Clinton was onder de indruk.

Maar het kwam vooral omdat Timmermans de hartslag van het volk aanvoelde. Waar Rutte zich aanvankelijk vooral beperkte tot bezwerende woorden, gaf Timmermans ook uiting aan onze woede. Rutte bleef zakelijk en rationeel, terwijl Timmermans zijn emoties durfde te tonen.

In de krachtigste (en uiteindelijk ook meest controversiële) passage van z’n speech kruipt hij in de huid van de slachtoffers. Wat deden de passagiers van MH17 toen ze de dood in de ogen keken: „Did they lock hands with their loved ones?” We zagen het helemaal voor ons en huiverden bij de gedachte.

Wat Timmermans toevoegde was pathos, de term die de Griekse filosoof en retoricus Aristoteles gebruikte voor emotie. Tegelijkertijd bleef hij rustig en beheerst. Het lucht misschien meer op om je lekker te laten gaan, maar juist ingetogen woede heeft vaak veel impact.

Wat kun jij hiermee?

Moet je zelf binnenkort een verhaal houden? Amerikaanse wetenschappers hebben ontdekt dat charismatische sprekers vooral concrete woorden gebruiken die direct beelden of associaties oproepen (hand, geliefde, trouwring). Niet-charismatische sprekers gebruiken daarentegen vooral woorden die zijn gebaseerd op concepten. Denk aan begrijpen, kiezen, onderzoeken, belang, kwaliteit, oplossing, mogelijk, relevant, verkeerd. Deze woorden kun je dus beter vermijden als je indruk wil maken als spreker.

Staatssecretaris Martin van Rijn over zijn vader

Zal ik even vertellen wat mijn vader vindt?”Voor het eerst wordt enige emotie zichtbaar bij staatssecretaris Van Rijn (PvdA, Zorg). Hij zit bij televisieprogramma Pauw aan tafel met de hoogbejaarde ‘klokkenluider’ Ben Oude Nijhuis, die samen met de vader van Van Rijn in het AD had geklaagd over de zorg in het verpleeghuis waar ook de demente moeder van de staatssecretaris wordt opgevangen.

Het is een ongelijke strijd. Terwijl Van Rijn rustig en geduldig blijft uitleggen wat hem persoonlijk drijft en hoe het landelijke zorgbeleid verandert, vertelt de breekbare maar strijdbare man tegenover hem schrijnende verhalen met tranen in zijn ogen.

Even daarvoor had Jeroen Pauw het vuurtje ook nog eens opgestookt. Triomfantelijk houdt hij het AD van die ochtend vast. „Soms loopt de urine langs haar enkels”, leest hij. „Dat gaat over uw moeder!”

Wat vooral blijft hangen is de zakelijke houding van de staatssecretaris. Tot veertien keer toe benadrukt de staatssecretaris de veranderende en zwaarder wordende ‘zorgvraag’ bij verpleeghuizen. Maar niemand voelt wat bij die zorgvraag – ook de staatssecretaris zelf niet zo te zien.

Even problematisch: hoe geïrriteerder hij raakt, hoe slechter hij luistert. Oude Nijhuis vertelt hoe twee verplegers ’s nachts vier afdelingen met in totaal honderd demente patiënten beheren. Als iemand uit bed valt, zijn er drie afdelingen onbemand. „Ik vind het schandalig!” roept hij. Wat de onverstoorbare Van Rijn countert met een algemeen verhaal over het belang van goed opgeleid personeel. Alsof dat in dit geval iets had uitgemaakt.

De kijker zag daardoor slechts één betrokken familielid: Oude Nijhuis. En een wat afstandelijke, slecht luisterende zorgambtenaar.

Wat kun jij hiermee?

Ben je ergens zowel persoonlijk als zakelijk bij betrokken? Probeer dan beide verantwoordelijkheden vanaf het begin van het gesprek een plek te geven. Bij Van Rijn liepen die twee elementen continu door elkaar heen. Het was in dit geval verstandiger geweest als de staatssecretaris een expliciet onderscheid had gemaakt tussen de situatie in het verpleeghuis van zijn moeder en het landelijke zorgbeleid. Dus praat in zo’n geval éérst over het een, dan pas over het ander.

Geert Wilders en ‘minder Marokkanen’

Willen jullie in deze stad en in Nederland méér of minder Marokkanen?” „Minder, minder, minder!” scandeert het publiek.

Het fragment staat direct op je netvlies gebrand: hier gebeurde iets opvallends. En dat terwijl Geert Wilders dezelfde techniek gebruikt waarmee Trijntje Oosterhuis straks het Eurovisie Songfestival hoopt te winnen.

We zijn namelijk biologisch geprogrammeerd om veel plezier te halen uit het herkennen en afmaken van patronen. Het is waarom we graag naar muziek luisteren. Een goed liedje slaagt erin om jou in korte tijd het refrein te laten herkennen en te laten meeneuriën of zelfs -zingen. Pas dan voel je je echt betrokken bij de muziek.

Op deze historische avond leidt Wilders zijn publiek zorgvuldig richting een climax. Hij vraagt eerst of z’n toehoorders meer of minder Europese Unie willen. Het publiek maakt kennis met het refrein van deze speech: „Minder, minder, minder!” Dan vraagt de PVV-leider of z’n achterban meer of minder Partij van de Arbeid wil. Opnieuw klinkt het refrein. Wat de derde en laatste vraag is, maakt niet eens meer zoveel uit. Het publiek wil weer scanderen!

Voetbalsupporters weten hoe het samen scanderen leidt tot saamhorigheid. Het ritme en de cadans hypnotiseren: even voel je je niet meer alleen jezelf, maar onderdeel van een krachtige groep. Niet voor niets is de techniek zo populair onder leiders die hun publiek in vervoering weten te brengen (‘Yes we can!’).

Wat kun jij hiermee?

Kijk uit voor valse dilemma’s. Wilders suggereert immers dat er maar twee uitersten zijn: meer óf minder Marokkanen. Iedereen die geen voorstander is van méér Marokkanen, komt daardoor automatisch aan zijn kant te staan. Het is dezelfde techniek die geslepen directeuren weleens toepassen aan het einde van een net iets te lang durende vergadering, als ze iedereen een simpele keuze voorhouden: het is dit voorstel óf een doemscenario.