Verbeelden wat er mist

Dit zou het jaar van de vluchteling worden. Het werd vooral het jaar van Fred Teeven. Hij was het die de komst van 65.000 asielzoekers aankondigde. Het deed me ergens denken aan de anonieme persoon die in 2010, nadat er tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam een langgerekte schreeuw klonk, ‘BOM!’ riep. Er was namelijk een koffertje op de grond gevallen. Dankzij de vele stationsontruimingen weten we wat een koffer buiten de bagageband betekenen kan. Mensen begonnen te rennen, stoven uiteen, buitelden bang over elkaar heen.

Er was een actie (crisis in Syrië, crisis in Eritrea) en een reactie (Teeven dreigde met 1.000 vluchtelingen per week). Niet de actie, maar de reactie veroorzaakte paniek.

Uiteindelijk vroegen zo’n 25.000 mensen asiel aan in Nederland. De rechter oordeelde dat aan hen in elk geval bed, bad en brood moest worden geboden.

Dankzij de Damschreeuwer denk ik aan hen die regelmatig herinnerd worden, waaronder de burgers die de joden hielpen onderduiken. Ze hielpen hen aan een bed, een bad. Een brood als dat er was. We noemen hen helden. En terecht. Maar het was oorlog. Nu leven we in vrijheid en nog is het bieden van bed, bad, brood het summum van noblesse.

Onlangs ontmoette ik een psychoanalytica. Haar praktijk wordt wegbezuinigd. Zorgverzekeraars richten zich alleen op cognitieve therapie, want psychoanalyse zou niet efficiënt genoeg zijn. Volgens haar ligt het probleem bij de brede hulpvraag van haar cliënten. Die komen niet binnen met één vraag één raadsel: ze brengen hun hele leven in. Er is iets mis, er blokkeert iets. Maar wat, dat weet je nu net niet. Wanneer alles met alles te maken heeft, vallen resultaten niet goed te meten.

De psychoanalytica vertelde me dat haar sessies eruitzien zoals je zou verwachten: de cliënt ligt op een bank, de behandelaar zit daar onzichtbaar achter, luistert en stelt af en toe een vraag. De cliënt moet zich veilig voelen om onveilig gebied te betreden en vrij te associëren. Dat kost tijd, maar pas dan komen er dingen naar boven die je niet had kunnen bedenken en kunnen blokkades worden opgeheven.

Niet wat we ons herinneren is belangrijk, maar juist dat wat we ons niet herinneren. De eindejaarslijstjes zouden daarom niet bedoeld moeten zijn om je een overzicht te bieden, maar om te verbeelden wat er mist. Wat en wie er niet in staan; daar gaat het om. Daar liggen de pijnpunten.

Misschien moet een samenleving jaarlijks op Freuds sofa om het onderbewuste naar boven te halen.

Uiteindelijk kwamen er 25.000 vluchtelingen naar Nederland. Waar zijn die overige 40.000 gebleven die Teeven vreesde? Zij zijn de vergeten verhalen. Zij komen op geen enkel overzichtslijstje voor.

Freud zou zeggen dat we met ons hoofd in de anale fase zitten.