Ook honderd jaar later heeft niemand het erover

Het kan je amper zijn ontgaan: het was dit jaar honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog begon. Maar bijna niemand had het, net zoals toen, over de rol van de honderdduizenden zwarte soldaten.

Inheemse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog in Duits Oost-Afrika, het huidige Tanzania. FOTO ANP/AKG

Het eerste schot in de Eerste Wereldoorlog werd gelost in Togo, West-Afrika. Het gebeurde op 9 augustus 1914, anderhalve maand na de dood van Franz Ferdinand in de straten van Sarajevo en vijf dagen nadat Groot-Brittannië de oorlog aan Duitsland had verklaard. Franse en Britse soldaten marcheerden de Duitse kolonie, Togoland, binnen en leverden het startschot voor de oorlog die voor Europa en de wereld de volgende eeuw zou bepalen. In die ‘Groote Oorlog’ waren honderdduizenden soldaten zwart: Afrikanen en Afro-Amerikanen. Toch werd er dit jaar, het honderdste jaar sinds het begin van de Eerste Wereldoorlog, nauwelijks gerept over hun rol in die oorlog.

Wat dat betreft is er weinig veranderd. Ook honderd jaar geleden was er nauwelijks erkenning voor de rol van de soldaten uit Afrika. Voor de Afrikaanse soldaten die meevochten aan Britse en Amerikaanse zijde wachtten bij terugkeer geen medailles, geen lintjes, geen monument. „Dat is vooral een kwestie van eer: een soldaat die vecht voor het vaderland heeft een hoge sociale status. Dat aanzien werd een zwarte niet gegund”, zegt Ralf Futselaar van het Nederlands Instituut Oorlogsdocumentatie. Hij bewerkte een proefschrift van zijn collega Dick van Galen Last tot een boek. De schrijver overleed voor publicatie. Zijn boek kreeg dit jubileumjaar, u raadt het al, nauwelijks aandacht.

In Zuid-Afrika wordt aan die grote witte vlek in ons collectief geheugen aarzelend iets gedaan. Bij de Universiteit van Kaapstad vind je een gedenkmuur. Het cement is amper opgedroogd. Op de muur staan de namen van 607 zwarte soldaten (en elf blanken) die op 21 februari 1917 verdronken toen het stoomschip SS Mendi schipbreuk leed voor het eiland Wight. Ze waren op weg om Franse troepen bij te staan in hun strijd tegen de Duitsers. De meeste soldaten kwamen uit de Oost-Kaap en konden niet zwemmen. Terwijl het schip begon te hellen nam de zwarte priester Isaac Dyobha volgens de gedenksteen het woord en sprak: „Blijf stil en kalm, landgenoten. Wat nu gebeurt, is waar jullie voor gekomen zijn… jullie gaan sterven. (-) Ik, een Xhosa, zeg dat jullie mijn broeders zijn: Swazi’s, Pondo’s, Basotho. Dus laat ons sterven als broers.”

Zwarte soldaten niet bewapenen

„Ach, zo is het verhaal dat nu verteld wordt. De Eerste Wereldoorlog is onderdeel geworden van een Afrikaanse nationalistische ideologie, als het startpunt van zwart heldenverzet”, zegt Albert Grundlingh. Deze witte professor aan de Universiteit van Stellenbosch geldt in Zuid-Afrika als de autoriteit over de rol van zwarte Afrikaanse soldaten.

Zwarte soldaten bewapenen om tegen blanken te vechten, dat was een gruwel voor de president van de toenmalige Zuid-Afrikaanse republiek, Louis Botha. Daar konden ze bij terugkeer alleen maar foute ideeën van krijgen. Botha mobiliseerde zo’n 200.000 soldaten om de Geallieerden te hulp te schieten, waaronder 80.000 zwarten. De zwarten werden meegestuurd om wc’s schoon te maken, schepen te laden en te lossen, loopgraven te graven, doden te ruimen, van dat werk. „De Zuid-Afrikanen waren doodsbang voor een verstoring van de status quo. Als je ze bewapent en traint, konden ze bij terugkeer evengoed het geweer op jou richten”, zegt Grundlingh. Ook voor Amerikanen was het een gruwel. Na terugkeer werden veel zwarte soldaten gelyncht door doodsbange blanke Amerikanen. Jim Europe’s 369ste infanterieband haalde in 1919 de hitparade met: ‘How ya gonna keep em down on the farm (after they seen Paree)’.

Paraderend door Parijs

Parijs was anders. De Fransen zetten hun tirailleurs sénégalais, de schutters uit Senegal, wel in om te vechten. „Ze zagen dat als onderdeel van de beschaving”, zegt Futselaar. „Met genoeg onderwijs kan iedereen tenslotte Fransman worden. Bovendien hadden de Fransen hun Afrikaanse soldaten nodig wegens manschappentekort.” Fransen paradeerden hun soldaten uit de koloniën al in 1899, op de dag van de Bastille, door Parijs. Kunstenaars fantaseerden over hun vechtkunsten en raakten gefascineerd door het continent.

Duitsers zagen de Franse en Britse inzet van soldaten uit de koloniën als verraad aan hun gedroomde rasreinheid en spraken van ‘de zwarte schande’. Met name de linkse vrouwenbeweging in Duitsland maakte fel propaganda tegen de inzet van zwarte soldaten bij de vijand. „Ze tekenden alle zwarte mannen af als verkrachters, wier penissen dodelijk groot waren”, zegt Futselaar. Duitsers executeerden aan het begin van de Tweede Wereldoorlog 3.000 zwarte krijgsgevangenen. Futselaar: „Maar alle koloniale machten vonden dat het oorlogsrecht niet van toepassing was in Afrika.”