Of ik impact heb? Geen idee

Eric Jarosinski trekt met zijn grappen over filosofie op Twitter bijna honderdduizend volgers. Zaterdag start zijn rubriek in NRC.

Foto Vera Tammen

Een jaar geleden was Eric Jarosinski (43) nog professor aan een Ivy League-universiteit, gespecialiseerd in Duitse filosofie. Nu wijdt hij zijn leven aan het schrijven van aforismen. Het perfecte medium daarvoor is Twitter: sinds drie jaar verspreidt Jarosinski’s alter ego Nein Quarterly dagelijks tweets die een wijsheid bevatten, een absurditeit blootleggen of maatschappijkritiek leveren. Vaak verwijst hij in zijn tweets naar filosofen als Nietzsche, Kraus en Adorno, vandaar zijn bijnaam ‘de twitterfilosoof’. Zijn boek Nein. A Manifesto verschijnt dit najaar bij uitgeverij Lebowski.

Nein Quarterly (ondertitel: ‘A Compendium of Utopian Negation’) heeft inmiddels bijna 100.000 volgers in honderd landen. ‘It’s starting to look a lot like everything’s awful,’ twitterde hij bijvoorbeeld in de week voor Kerst. En een paar dagen later: ‘Another beautiful day for the week to end. To go home to our families. And to let the holiday season of winter discontent truly begin.’

Hij begon met twitteren tijdens het schrijven van zijn proefschrift, drie jaar geleden. Het academische schrijven – met veel jargon, voor een klein publiek – bevredigde hem niet, hij zocht een andere uitingsvorm. Afgelopen zomer nam hij ontslag aan de universiteit om zich helemaal te kunnen bezighouden met twitteren, een boek schrijven en korte aforistische columns maken voor Die Zeit en, vanaf volgende week, NRC Handelsblad.

Waarom wilde u niet verder aan de universiteit?

„Wat ik moeilijk vond in mijn leven als professor was dat ik zo vaak moest doen alsof ik iemand was die ik niet ben. Iedereen aan de universiteit pretendeerde alles te weten en in alles geïnteresseerd te zijn. Lesgeven vond ik leuk, omdat ik daar mijn eigen stijl kon ontwikkelen, maar ik heb die stijl nooit gevonden in mijn onderzoek of in het omgaan met andere academici.”

Er is nogal een verschil tussen het bestuderen van Walter Benjamin en het componeren van de perfecte tweet. Mist u het academische werk niet?

„Nee, mijn onderwerp staat nu dichter bij me dan toen ik aan de universiteit zat. Ik was nooit geïnteresseerd in de meest grondige, systematische werken van de Duitse filosofie, ik hield meer van de kortere, aforistische teksten. Veel Duitse filosofen zijn ontzettend duister en grappig, vooral in hun persoonlijke correspondentie. En daar houd ik me nog steeds mee bezig.”

In hoeverre komen Eric Jarosinski en Nein Quarterly overeen?

„Ik vraag me dat zelf ook wel eens af. Er is een grote overlap, want de dingen waarover ik schrijf betekenen veel voor me. Maar ik overdrijf natuurlijk ook op Twitter: veel van het komische ontstaat in de overdrijving.”

Uw tweets zijn vaak erg zwartgallig.

„Ik vind het een prettig idee om niet naïef te zijn, om misschien zelfs pessimistisch te zijn over de wereld, en tegelijk hoopvol genoeg te zijn om er grappen over te maken. Ik denk niet dat ik ooit heb gelachen om iets dat ik niet tegelijkertijd tragisch vond. Mijn zwartgallige tweets zijn oprecht, die donkere blik is een onderdeel van mijn leven. Mensen zien mij als een vrolijk persoon, maar ik heb levenslange problemen gehad met depressies. Niets bijzonders hoor, elke academicus heeft dat.”

Vindt u geluk oninteressant?

„Nee, nee, helemaal niet. Mensen die ongeluk verheerlijken, weten misschien niet wat een depressie is. Sombere figuren hebben een speciaal imago, maar zo wil ik niet zijn. Ik waardeer de dingen die me gelukkig maken.”

Krijgt u wel eens berichten van sombere twitteraars die denken dat ze hun zielsverwant hebben gevonden?

„Ja, en soms gaat dat heel ver. Ik heb wel eens stalkerachtige ervaringen gehad met mensen die een grote persoonlijke connectie met me voelden die er in werkelijkheid niet was. Dat is de keerzijde van Twitter. Mensen die depressief, gefrustreerd of eenzaam zijn kunnen er een gemeenschap vinden, maar die kan nooit een substituut zijn voor echte verwantschap. Ik probeer nu voorzichtiger te zijn met Twitter – ik probeer tegelijk mezelf te beschermen en toch open te zijn.”

Ziet u een taak voor uzelf op Twitter?

„Ik weet niet zo zeker wat voor impact ik heb en wil hebben. Ik probeer obscure ideeën op zo’n manier te brengen dat niet-academici het ook begrijpen. Blijkbaar werkt dat, want soms schrijven mensen me dat ze een auteur zijn gaan lezen die ik heb genoemd of zelfs dat ze Duits zijn gaan leren. Ik denk niet dat ik filosofie aan het populariseren ben – ik wil alleen laten zien dat het mogelijk is filosofie, literatuur en cultuur serieus te nemen en er tegelijk grappen over te maken.”

Wat gaat u in NRC doen?

„Eigenlijk hetzelfde als wat ik nu al in Die Zeit doe: aforismen schrijven over de actualiteit. De stem die ik op Twitter heb ontwikkeld, gebruik ik om op het nieuws te reflecteren. Ik ben er een beetje nerveus over, ik weet nog niet wat het Nederlandse gevoel voor humor is. Gelukkig heb ik positieve reacties gekregen toen ik de rubriek aankondigde. Sommige Nederlanders noemen Nein ‘hipster’. Ik wist niet dat ik zo cool was!”