‘O, fuck’. De redder van ‘Joe Speedboot’ is overleden

‘Goddelijke flitsen’? Een schrijver kan niet zonder, schrijft Tommy Wieringa in een column in literair tijdschrift Torpedo. Want een van die flitsen, een perspectiefwisseling door de gedachte aan een oud klasgenootje, redde Wieringa’s doorbraakroman Joe Speedboot. Dat oud klasgenootje overleed deze maand.

In Wieringa’s roman Joe Speedboot, die hem in 2005 lof van Pieter Steinz in NRC Handelsblad (€) en nominaties voor zowel Libris als AKO opleverde, verlost de ‘vrijgekomen kracht’ Joe Speedboot de jongens uit een Hollands rivierendorpje uit hun saaie levens. Zo ook Fransje Hermans, de invalide ik-figuur die in zijn dagboeken de avonturen van die ‘buitengewone jongen’ optekent. En die dankzij Speedboot uitgroeit tot een van de succesvolste armworstelaars van Europa.

Geen knip voor de neus waard

Wieringa baseerde Hermans op oud klasgenoot Rutger Boots. Hij raakte invalide toen hij op zijn tiende werd geschept door een dronken automobilist. Boots was, zo schrijft Wieringa in Torpedo, exact de verteller die hij miste. Want zijn toenmalige verteller - Speedboot zelf - ‘deugde niet’:

‘Als personage was hij heel geschikt maar als verteller geen knip voor de neus waard. Te druistig. Te weinig introspectief. Een jongen die bommen legt en vliegtuigen bouwt, vertrouwt niet ook nog in stilte zijn leven aan een dagboek toe.’

Tijdens die ‘goddelijke flits’, die hij ervaart als hij op een ochtend uit bed stapt, ziet hij de ‘nieuwkomer’ in het verhaal voor zich

‘Een jongen in een rolstoel, nauwelijks tot spreken in staat en met slechts de gedeeltelijke controle over één arm, zijn rechter, waarmee hij tussen de spasmen door in zijn dagboek het verhaal zou schrijven dat ik wilde vertellen. Een onbeweeglijke, zwijgende verteller: [..] een perspectief geboren uit de herinnering aan een jongen die ik eens had gekend.’

O, fuck

Boots is volgens Wieringa medio december, en ‘op eigen verzoek’, overleden. Begin deze eeuw zocht de auteur, twintig jaar nadat ze bij elkaar op school hadden gezeten, Boots nog op in Zutphen. Wieringa liep een paar dagen met hem mee achter zijn rolstoel.

Joe Speedboot droeg hij niet veel later op aan Boots ‘uit bewondering voor de enorme krachtsinspanning die zijn leven vroeg’. ‘O, fuck’, zei Boots toen Wieringa hem de opdracht liet zien. Maar over de beschrijving van het rolstoelleven was hij volgens Wieringa ‘niet ontevreden’.