Nee hoor China, we zullen het er niet meer over hebben

Een hoogleraar werd dit jaar tot levenslang veroordeeld, zijn studenten tot jaren cel. Bloggen over armoede en ongelijkheid wordt gezien als ontoelaatbare kritiek. Hoe kritisch reageert de wereld daar nog op?

De Chinese autoriteiten dulden geen kritiek op de repressie van de tien miljoen Oeigoeren. Daarom kreeg de Chinees-Oeigoerse Ilham Tohti levenslang. foto AP

„Dit is zeer onrechtvaardig, ik zal nooit opgeven.” Dat waren de laatste woorden van de Chinees-Oeigoerse hoogleraar economie aan de Beijingse Minderheden Universiteit, Ilham Tohti (45), voor hij werd weggeleid. De gematigde stem van de islamitische Oeigoeren zal de rest van zijn leven doorbrengen in een gevangenis in de noordwestelijke provincie Xinjiang en dus nooit meer gehoord worden. Enkele maanden later, eind november, werden ook zeven van zijn studenten tot gevangenisstraffen veroordeeld. Korter weliswaar – van drie tot zeven jaar – maar lang genoeg om hun leven een dramatische wending te geven.

Met het uitdelen van de uitzonderlijk zware straf aan de zachtmoedige Tohti maakten de Chinese autoriteiten duidelijk geen enkele kritiek, ook niet de meest redelijke, te dulden op de wijze waarop Chinese jihadi’s worden aangepakt. Tohti’s argument dat er een rechtstreeks verband is tussen de veelvormige repressie van de tien miljoen, aan Turken verwante Oeigoeren en de escalatie – sinds 2009 – van het terrorisme tegen Han-Chinezen is volgens de autoriteiten onacceptabel.

Na een reeks aanslagen door Oeigoerse terroristen, waarbij tientallen doden zijn gevallen, is er geen millimeter ruimte voor genuanceerd denken over de diepere oorzaken – armoede, slecht onderwijs, weinig kansen – van de radicalisering van een bevolkingsgroep die, los van een groep extremisten, bekend stond als gematigd. Zelfs het feit dat een hele bevolkingsgroep onder permanente surveillance is geplaatst – iedere Oeigoer wordt persoonlijk in de gaten gehouden- mag niet bekritiseerd worden.

Catalogus aan vage klachten

De bekende catalogus aan vage aanklachten – het verraden van staatsgeheimen, het willen opsplitsen van China, separatisme – werd niet alleen gebruikt om Tohti, maar ook zijn vloeiend Chinees sprekende studenten de mond te snoeren. Tohti zou samen met hen een „misdadige organisatie” hebben opgezet. Daarmee werd de website Oeigoer Online bedoeld. Feit is dat het internet een rol speelt in de radicalisering van de Oeigoeren, maar Oeigoer Online pleitte juist voor verzoening tussen de meerderheid, de Han, en de minderheden, onder wie de Oeigoeren, de Tibetanen en de Yi.

Toch nemen de autoriteiten de studenten kwalijk dat zij blogden over discriminatie, ongelijkheid, armoede, de indringende politiecontroles en de onmogelijkheid om een paspoort te bemachtigen om in het buitenland te studeren. Twee van de zeven studenten waren geaccepteerd op topuniversiteiten in Londen en Istanbul, maar konden China niet uit. Voor een Han-Chinese jongere is het geen enkel probleem een paspoort te bemachtigen en waar ook ter wereld te gaan studeren, voor deze getalenteerde Oeigoeren blijft het buitenland net zo onbereikbaar als voor Palestijnse jongeren in Gaza.

Terecht noemde Amnesty International de bestraffing van deze groep gematigde, meertalige intellectuelen rondom Tohti „de grootste mensenrechten-tragedie van 2014 in China”. Het Witte Huis liet zich al evenmin onbetuigd, en de EU publiceerde een kritische persverklaring. Maar daar bleef het bij. Vrijwel alle staatshoofden en regeringsleiders die dit jaar China bezochten zwegen over Tohti.

In 2009 leidde de veroordeling van de Chinese dissident Liu Xiaobo, die de Nobelprijs voor de Vrede zou krijgen, nog tot een storm van internationale verontwaardiging. De vergelijkbare zaken van Tohti en zijn zeven studenten raakten al snel ondergesneeuwd.

China is te belangrijk als grootmacht

Westerse regeringen hebben in de omgang met de tweede economie van de wereld andere prioriteiten dan het bespreken van mensenrechten. China, zo is bekend, wijst iedere bemoeienis met dit soort zaken af en wie China al te openlijk bekritiseert, krijgt daar de rekening voor gepresenteerd. Noorwegen werd na de uitreiking van de Nobelprijs aan Liu Xiaobo door China in de economische en politieke strafbank geplaatst en zit daar nog steeds. Geen enkel klein tot middelgroot westers land wil in dezelfde positie komen als Noorwegen. Maar dat ook de VS en de EU als geheel zich in 2014 zo bescheiden opstelden in de omgang met China verbaast en kan beschouwd worden als een groot succes van de Chinese diplomatie. Tekenend voor de nieuwe machtspositie van de Volksrepubliek.

Op plichtmatige berichten na lieten ook de media het afweten. Voor buitenlandse correspondenten in China is Xinjiang nagenoeg ontoegankelijk en voor de politiek niet-georganiseerde Oeigoeren zijn contacten met buitenlandse media uiterst riskant. Dat neemt niet weg dat er ruimer en scherper bericht had kunnen worden over een van de meest gevoelige kwesties in de Chinese binnenlandse politiek.