Na de moeizame start is het met de chipknip nooit meer goed gekomen

Met ingang van het nieuwe jaar houdt de chipknip op te bestaan. Een groot succes werd hij nooit. De pinpas bleek handiger en goedkoper.

Foto anp

Eigenlijk is de chipknip een beetje de Lada onder de betaalsystemen. Vanaf het begin was hij, in de ogen van velen, mislukt. Verfoeid ook, omdat hij gebruiksonvriendelijk zou zijn. Hoe vaak stonden gebruikers niet te mopperen bij de parkeerautomaat, als hun tegoed weer eens op was, maar er geen oplader te bekennen viel?

Tegelijkertijd had vrijwel iedereen er eentje – ook omdat ze geen andere keus hadden, net als met de Lada. 12 miljoen Nederlanders hebben een chipknip. Het verschil is dat de chipknip geen gewild verzamelobject voor liefhebbers zal worden. In tegenstelling tot de Lada bestaan voor de chipknip weinig nostalgische gevoelens.

Morgen komt het tijdperk van de chipknip voorgoed ten einde. Currence, het betaaltechnologiebedrijf achter de elektronische portemonnee, trekt op 1 januari de stekker eruit. Klanten kunnen vanaf dan nergens meer met hun chipknip terecht.

Gebruikt werd de chipknip overigens al nauwelijks meer. In het derde kwartaal van dit jaar, de meest recente cijfers, werd nog maar 15 miljoen keer betaald met de chipknip. Per Nederlander is dat zeg maar eens per drie maanden.

Pinpas

Currence noemt dat afnemende gebruik als een van de belangrijkste redenen om te stoppen met de chipknip. Maar in werkelijkheid is hij nooit veel gebruikt. Consumenten betaalden er op zijn hoogtepunt, in 2010, zo’n 180 miljoen keer per jaar mee, wat neerkomt op gemiddeld tien keer per jaar per gebruiker.

De chipknip is in feite ingehaald door het betaalmiddel waarmee hij bij zijn introductie juist de strijd aanbond: de pinpas. Toen de chipknip werd ingevoerd, was pinnen voor kleine bedragen nog relatief duur. Inmiddels liggen de kosten van pinnen fors lager dan die van chippen. Niet voor niets staat bij kassa’s tegenwoordig vrijwel overal: ‘Klein bedrag, pinnen mag’.

Het afschaffen van de chipknip verloopt rommelig. Op de website Klachtkompas.nl van de Consumentenbond klagen mensen dat zij de tegoeden op hun chipknip niet kunnen terugstorten, omdat de apparaten daarvoor bij de bank zijn afgesloten.

Banken hebben beloofd de tegoeden na 1 januari automatisch terug te storten, maar zij waarschuwen ook dat dit niet altijd zal lukken. Omdat er bijvoorbeeld geen tegenrekening bekend is van de klant, of omdat zij de tegoeden niet kunnen aflezen.

Het begon met de chipknip allemaal bijna twintig jaar geleden in Arnhem, waar eind 1995 de landelijke invoering van start ging. Het was een initiatief van de gezamenlijke banken, die wel brood zagen in een betaalmiddel dat het (kostbare) gesleep met contant geld kon helpen voorkomen.

De chipknip werd gezien als hét middel van de toekomst voor de betaling van kleine bedragen van de toekomst. Er was zelfs concurrentie. In verschillende andere plaatsen experimenteerde de inkooporganisatie voor supermarkten Superunie samen met een aantal winkelketens, waaronder Hema en Free Record Shop, met hun eigen chipkaart, de Primeurkaart.

Chipper

Dat deden zij overigens mede omdat ze vonden dat de banken traag waren met het invoeren van de chipknip. Én omdat ze bijzonder geïnteresseerd waren in betaalgegevens van hun klanten, die tevens op hun Primeurkaart konden worden opgeslagen.

Vrijwel meteen daarna liep het al mis met de chipknip toen de toenmalige Postbank zich terugtrok uit de groep banken die het alternatieve betaalmiddel op de markt had gebracht. Tezamen met PTT Telecom voerde de Postbank haar eigen chipkaart in, de Chipper. Dat leidde tot nog meer verwarring. Want met welke pas konden de consumenten nu waar terecht?

Eigenlijk is het daarna nooit meer goed gekomen. Het gebruik van de chipknip groeide weliswaar vanaf 2001, vooral omdat de banken een deal hadden gesloten met uitbaters van parkeerplaatsen, zodat consumenten alleen nog maar kon betalen met de chipknip bij parkeerautomaten. Maar de ontevredenheid bleef.

In essentie kwam dat doordat de chipknip vooral het gemak van zijn bedenkers diende: de banken en de winkeliers. En niet de klanten. Het is veelzeggend dat hij op het laatst alleen nog werd gebruikt voor automaten voor snoep, koffie en parkeren en in bedrijfskantines. Het lot van deze apparaten is dat ze moeten worden omgebouwd om in bedrijf te blijven.

Eigenlijk is het een wonder dat de chipknip het nog zo lang heeft volgehouden, waarschijnlijk vooral dankzij de banken en de winkeliers. De klant zal hem snel vergeten, als hij dat al niet is. Een iconisch rammelproduct zal het niet worden.