Mooie stunt werd zware klap

Haaksbergen herstelt langzaam van het truckdrama. Sommige gewonden zullen mogelijk blijvend invalide zijn.

Een stille tocht in Haaksbergen begin oktober ter nagedachtenis van de drie dodelijke slachtoffers die vielen bij het monsterstruckongeval op zondag 28 september 2014. Foto Eric Brinkhorst

René Bult zag het voor zijn ogen gebeuren, hoe op een zonnige zondag eind september op een plein in Haaksbergen een stuntende monstertruck op het publiek inreed. Als bestuurslid van de Stichting Sterevenementen en organisator keek hij vanaf een kist toe. Hij kon nog net op tijd opzij springen voordat het gevaarte tot stilstand kwam op de plek waar hij stond. „De kist is aan gruzelementen gereden. Zoiets gebeurt in een fractie van een seconde.” Daarna was er chaos, paniek, ontreddering.

Bult, inwoner van Haaksbergen, verloor bij het ongeluk zijn zwager (50 jaar), een van de drie dodelijke slachtoffers. Een andere zwager en een nichtje – vader en dochter – raakten gewond. Zij stonden voor Bult in het publiek, vlak achter de dranghekken waar de truck van 1.500 pk op inreed. Ze zijn nog altijd niet volledig hersteld. Of zijn zwager – gewond aan zijn arm – er helemaal bovenop komt, is onzeker.

Onder de 28 gewonden zijn mensen die mogelijk blijvend invalide zullen zijn, is de inschatting van letselschade-expert Yme Drost uit Hengelo. Bij hem hebben zich meer dan vijftig slachtoffers gemeld, onder wie een aantal dat ‘shockschade’ heeft opgelopen.

Op het plein waar het ongeluk gebeurde, is het dezer dagen druk. Niets herinnert aan het drama. De supermarkt bij het terrein is door enkele toeschouwers die op een haar na aan de wielen van de truck ontkwamen, een tijdlang vermeden. Ze gingen de confrontatie met de plek liever uit de weg, maar doen er nu toch weer hun boodschappen; de scherpte is er af.

Journalist Ben Lensink uit Haaksbergen was getuige van de ontreddering direct na het ongeluk. „Ik was in de buurt en hoorde geschreeuw en gekrijs. In het begin was ik er vol van. Inmiddels is het wat weggeëbd.”

Organisator Bult zegt dat het ongeluk nog steeds enorm leeft in Haaksbergen. „Er gaat geen dag voorbij of iemand spreekt mij er op aan. En elke week is er wel iets in het nieuws.”

Eerst ging het in de media vooral over de routinematig verstrekte vergunning. De gemeente Haakbergen, een relatief kleine gemeente met 24.000 inwoners, sinds kort onder preventief financieel toezicht van de provincie, vond „een deugdelijke voorziening” (dranghekken) en „publiek op afstand van tien meter” voldoende. Dat het zo niet had gemoeten, staat wel vast. Politiek zijn er in Haaksbergen tot nu toe weinig kritische noten gekraakt. Gewacht wordt op de uitkomsten van de onderzoeken van justitie en de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Wel waren er meteen veel vragen over de rol van de chauffeur, Mario D., glazenwasser en stuntman uit Vijfhuizen. Hij zou zich niet aan internationale regels voor truckstunts hebben gehouden. In tegenstelling tot die richtlijnen stonden in alle rijrichtingen publiek, ook nog op gelijke hoogte met de truck. In andere gemeenten bleek D. zulke stunts ook al jaren op die manier te hebben gedaan.

Later liep D. boos weg bij de test van zijn monstertruck door justitie – hij was gevraagd te komen omdat hij de truck als enige aan de praat zou krijgen. Zijn instructies waren vooraf niet goed uitgevoerd, foeterde hij. Uit frustratie, zo meldt zijn advocaat Rob Oude Breuil, gaf hij een interview aan De Twentsche Courant Tubantia, waarin hij zei dat die fatale zondag het gas bleef hangen. Dat was ook wat ooggetuigen zagen: hij remde niet. Het leek zelfs of hij gas gaf.

Eind november meldde Brandpunt Reporter dat in 2010 in Asten zes gewonden waren gevallen toen D. daar met een dragracemotor op het publiek was ingereden. Via zijn advocaat liet D. weten dat er niks van klopt. Ondertussen was er het gesteggel over verzekeringen. D. bleek geen aansprakelijkheidsverzekering te hebben voor zijn monstertruck. Volgens hem was die onverzekerbaar. Inmiddels is bekend dat het Waarborgfonds Motorverkeer de schade op zich neemt.

Bult: „Telkens word je ermee geconfronteerd. Soms totaal onverwacht. Dan komt er net een filmpje van het ongeluk voorbij als je de televisie aanzet. Bam. Dan slaat de schrik je weer om het hart. Boten zinken, vliegtuigen storten neer, het is altijd vreselijk. Maar op het moment dat iets zo dichtbij komt, heeft het zoveel meer impact. Laatst reed mij op de provinciale weg een tractor met een giertank tegemoet. Toen die passeerde, zag ik die wielen... Dan merk je, oeps. Voorheen deed zoiets je niks. Je moet jezelf wel in de gaten houden, ja. Ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die hulp nodig hebben.”

Zijn familie neemt Bult, medeorganisator van het evenement, niets kwalijk. „Ook in het dorp heerst een sfeer van: het is een tragisch ongeval. Mario D. heeft dit niet gewild. Of het een technisch mankement is geweest of dat hij iets verkeerd heeft gedaan, moet uit onderzoek blijken”, zegt hij.

Bult wil verder niet ingaan op zijn rol bij de organisatie. „Ik kan alleen iets zeggen over wat mij persoonlijk raakt. We zitten als stichting met één ding in onze maag; dat zijn de slachtoffers. Je probeert met zijn allen iets leuks te organiseren. Dit is niet wat je wilt. Het is voor iedereen verschrikkelijk.”