Hoe is het met: Martine Baay

50Plus-politica Martine Baay beleefde een hectisch jaar. Ze ging de Kamer in, terwijl ze wist dat ze ziek was. Ze werd uit de fractie gezet door Norbert Klein, maar kreeg steun van de achterban. Eind september nam ze ziekteverlof op en onlangs besloot ze helemaal niet meer terug te keren in de Kamer. „Als ik iets doe, wil ik het voor 200 procent doen. En dat lukt op het moment niet.”

Wat gebeurde er precies in mei?

„Ik ging eind 2013 onverwacht de kamer in, ik zat midden in behandelingen tegen kanker, en dat duurde nog tot juli 2014. Dat wordt uitgebreid doorgesproken en vervolgens ga je met een plan aan de slag. Toen zette Norbert Klein me ineens uit de fractie. Zonder gesprek, zonder vergadering. Dat kwam koud op mijn dak vallen. Maar het bestuur en de leden stonden unaniem achter me, dat gaf steun.”

En toen werd u fractievoorzitter. Is het lastig om in de voetsporen te treden van Klein?

„Voor ieder beginnend Kamerlid is het aftasten hoe alles werkt, wat zijn de geschreven en ongeschreven regels? Door iemand met ervaring kun je op de juiste weg worden geholpen, maar daar was tussen mij en Klein geen sprake van. Het belangrijkste is volgens mij dat je dicht bij jezelf blijft staan, niet proberen iemand te kopiëren. Klein heeft zijn eigen stijl, en die heb ik niet overgenomen. Met Henk Krol heb ik nooit direct samengewerkt, maar die heeft ook zijn eigen stijl.”

Wat gaat u nu doen?

„Ik blijf actief, maar vanaf de zijlijn. Ik zit in het bestuur van het wetenschappelijk bureau, waar onderzoeksmateriaal wordt verzameld voor debatten.”

En de komende verkiezingen?

„Ik ga me niet kandidaat stellen voor de Provinciale Staten. Wat betreft de Eerste Kamer, Jan Nagel wordt daar de lijsttrekker. Daar komen nog kandidaten bij, en ik heb nog even om me te beraden, of ik dat wil doen. Het is beperkter qua werkdruk, dus het zou een optie kunnen zijn.”

Wat is voor u de belangrijkste les van het afgelopen jaar?

„Daarvoor wil ik Louis van Gaal aanhalen. ‘De geest is sterker dan het lichaam, maar het lichaam moet het wel toelaten’, zei hij. Dat is voor mij belangrijk. Ik moet wat meer geduld hebben, mezelf iets meer tijd gunnen.”