Hollandse kaas voor de barbelen van de Drava

2014 was het succesvolste sportjaar ooit. Ook de vissers werden wereldkampioen, maar haalden niet het nieuws.

Sportvissers Stefan Altena (op de foto links en rechtsonder) enJurgen Spierings wonnen in september met Nederland de wereldtitel in Kroatië. Foto’s Sportvisserij Nederland

Er hangt een kaaslucht in Hotel I Pivovara Golf in het Kroatische dorpje Donji Vidovec. Het is half september en even verderop wordt aan de Drava-rivier het wereldkampioenschap zoetwatervissen gehouden. Het hoogtepunt van het visseizoen. De visomstandigheden zijn lastig: overvloedige regenval en een kolkende waterkrachtcentrale zorgen voor een sterke stroming.

Vissen is een sport die draait om details. Alleen als alle condities optimaal zijn – voer, hengels, tactiek – haal je veel kilo’s binnen. In de Kroatische wateren zwemmen veel barbelen en die houden van kaas. Daar weet het Nederlandse team wel raad mee: om de vissen te lokken voegen ze een kaasextract toe aan het voer.

In het hotel zijn de ‘Dutch cheesemakers’ het gesprek van de dag. „Het hotel lijkt wel een kaasfabriek”, zegt een Engelse visser tegen tv-zender Sky Sports. De kaastruc werkt. Nederland wordt op zondag 14 september voor de derde keer wereldkampioen, na eerdere titels in 1969 en 1982.

Imagoprobleem

2014 was het succesvolste sportjaar ooit voor Nederland – met een karrenvracht aan wereldtitels en olympische medailles. De meeste kampioenen staan vol in de aandacht. Maar sommige wereldkampioenen halen de kranten en televisieprogramma’s niet. Vergeten wereldkampioenen, uit kleine sporten. Zoals de sportvissers.

Het is een sport die worstelt met zijn imago: is het wel of geen topsport? De Nederlandse topvissers verdienen amper aan hun sport, als je zo beredeneert zijn het amateurs. Wel is Sportvisserij Nederland sinds vorig jaar officieel aangesloten bij sportkoepel NOC*NSF. De vissers horen nu bij de grote sportbonden, eindelijk erkenning. De bond telt 590.000 leden en is daarmee qua ledenaantal de derde sport na voetbal en tennis.

Nederland viste zich de afgelopen jaren gestaag naar de subtop, in de schaduw van toplanden Italië en Engeland. Maar goud op het WK in Kroatië? Daar geloofde niemand in. Hoe lukte het opkomend visland Nederland de wereldtitel te veroveren?

Kaplaarzen

In de warme nazomernacht van woensdag 3 september vertrekt de ploeg vanuit Heerlen richting het noorden van Kroatië. Twee gehuurde busjes en twee personenauto’s zijn volgeladen met kaplaarzen, viskisten, regenkleding, hengels, honderden kilo’s aas, vangnetten en dobbers.

Een visteam op het WK bestaat uit vijf man. De Nederlandse ploeg heeft een goede mix met ervaren vissers en jonge honden. Dieter Friederichs (46), de leider en het brein van het team, die een baan heeft als timmerman. Jo Adriolo (45), een visser met veel kwaliteit die werkt in een hengelsportzaak. Jurgen Spierings (35), die zijn vishobby zeer serieus neemt en uitvoerder is bij een groot bouwbedrijf. De strijdlustige Arjan Klop (33), die bij een hengelsportgroothandel werkt. En natuurtalent Stefan Altena (30), vertegenwoordiger voor een hengelsportzaak. Reserve is Wim Fuhler (30).

Een fysiek sterke ploeg, met mannen die leven voor hun sport. Ieder weekend zijn ze wel ergens te vinden aan de slootkant. Bondscoach is Jan van Schendel (57) – de architect van het team. Hij heeft een diepe frustratie: hij is elf keer vierde geworden op een WK, als coach én visser. Zijn assistent is Stefan Verhoeven (50) – die in het dagelijks leven zeventig monteurs aanstuurt bij een heftruckfabrikant.

Tot tien jaar terug was het een rommeltje in het Nederlandse team. Behalve het slechte management was het probleem dat vissers zich via selectiewedstrijden moesten plaatsen voor een plek in de nationale ploeg. Een achterhaald systeem – zo smeed je geen team. „Het waren individuen, ze hadden niks voor elkaar over”, zegt Verhoeven. Nu bepalen de coaches wie geselecteerd wordt. En dat werkt. Deze ploeg is een vriendenteam.

Vijf uur opstaan

Nederland arriveert vroeg in Kroatië, negen dagen voor het begin van het toernooi. Alleen de Engelsen zijn er al. De trainingsdagen zijn intensief. Rond vijf uur staan ze op, ’s avonds zes uur zijn ze weer terug in het hotel.

Daar spelen ze in de avonduren veel biljart, om te ontspannen. Er wordt soms een biertje gedronken, met mate. Verhoeven: „Het is toch een sportevenement en iedereen moet fit zijn de volgende ochtend.”

De plattelandsstreek rond het stadje Prelog ligt er rustig bij, maar de Drava lijkt op hol geslagen door de vele regen. „Het kolkte. Niet normaal, ik heb zelden zo’n stroming gezien. Het waren ruige, bizarre omstandigheden”, zegt bondscoach Van Schendel. De Nederlanders zijn gewend om in stilstaand water te vissen.

Die omschakeling zorgt voor veel problemen. De trainingen verlopen zeer moeizaam, ze vangen de eerste dagen bijna niks. De dobbers, de hengels, het voer – niks klopt. Bovendien zijn de veelvoorkomende vissoorten in Kroatië – vimba, sneep, barbeel – vrij onbekend voor de Nederlanders. Het zijn grote, sterke vissen. Van Schendel: „Wij kennen die manier van vissen niet.”

Op maandag – vijf dagen voor het begin van het toernooi – denkt Verhoeven dat ze beter naar huis kunnen gaan. „We hadden er totaal geen controle over.” Die dag trekken de bondscoach en zijn assistent zich aan het eind van de middag een uur lang terug. In een koffietentje bespreken ze wat er allemaal fout gaat en hoe het beter kan.

Ronde kogel

Ze pakken een aantal zaken anders aan. Zoals het lokaas. Door de sterke rivierstroming is het gevaar dat het voer niet op de bodem belandt maar ver wegdrijft – waardoor je er niks aan hebt. Door het lokaas te mixen met veel kleine steentjes en lijm wordt een soort ronde kogel gecreëerd die genoeg gewicht heeft om direct naar de rivierbodem te zinken op de plek waar je vist. Bedoeling is dat de maden vervolgens loskomen van de steentjes zodat er een voerspoor ontstaat voor de vissen.

Probleem bij de Nederlanders is dat het geheel als een steen op de bodem blijft liggen: het lokaas verspreidt zich niet. Er wordt gesleuteld aan de samenstelling. Nederland beschikt over een gouden middel: een soort witte pot lijm. Die zorgt voor de ultieme samenstelling, waardoor de kogel op de bodem losweekt. Geen team (37 in totaal) doet Nederland dit na.

En er is gedoe met de dobbers. Door de krachtige vissen in de Drava is er robuuster materiaal nodig. Bij het Nederlandse team zijn de dobbers te licht. Er komt een zwaarder model, dat speciaal vanuit Hongarije wordt ingevlogen. En het haakje waarmee de vissen worden gevangen (haakje 16) is te klein, er wordt overgegaan op grotere haken. Ook wordt een andere onderlijn aan de hengel geïnstalleerd, met gevlochten draad, dat de vissen niet kunnen doorsnijden.

De waardeloze trainingsdagen aan het begin van de week zijn vergeten. Het vertrouwen wordt met de dag groter, de groep werkt toe naar een climax. Het teamgevoel groeit.

Spektakel

De wedstrijd verloopt spectaculair. Hengels breken door de harde stroming. Langs de rivier lopen zo’n 10.000 toeschouwers. Sommige vissen zijn zo zwaar en sterk dat het veilig naar de kant halen (het drillen) een half uur duurt.

Nederland slaat hard toe op de eerste dag. Er wordt 30 kilo binnengehengeld. Maar ze hebben nog niks, het toernooi gaat over twee dagen (twee keer vier uur). En Nederland heeft vaker bovenaan gestaan na dag één, waarna de titel de volgende dag verspeeld werd.

Bij het avondeten krijgen de vissers een persoonlijk briefje van de coaches. Met het verzoek om het op de hotelkamer open te maken. ‘Toch niet weer vierde, ga er morgen vol voor’, staat er.

„Ze visten alsof hun leven ervan af hing”, zegt Verhoeven. Nederland wereldkampioen, met in totaal 53,7 kilo. Gaf kaas de doorslag? Verhoeven lacht. Hij kan het nu wel zeggen. Ze geloofden zelf amper in het trucje. „Het is meer het fabeltje: dankzij de kaas zijn we wereldkampioen geworden.”