‘Het Maasmeisje dat werd vermoord. Dát is mijn referentiepunt’

De zorgen zijn groot van de man die toezag op de overgang van jeugdzorg naar gemeenten. „De hele ambitie van de wet wordt zo pas in 2020 gehaald.”

„Laat er geen misverstand over bestaan: we hadden als commissie 2015 willen meemaken.” Foto Merlijn Doomernik

Jeugdzorg: het zorgenkind van 2014. Trage gemeenten, vage plannen, lage budgetten. De moeizame overheveling van de jeugdzorg naar gemeenten is dit jaar goed gedocumenteerd door Leonard Geluk (44). Hij – voorzitter van het college van bestuur van de Haagse Hogeschool, voormalig CDA-wethouder in Rotterdam – zit de commissie voor die toeziet op die zogenoemde ‘transitie’ van de jeugdzorg naar gemeenten die 1 januari, morgen, plaatsvindt.

Elke paar maanden publiceerde Geluk een uiterst kritisch onderzoeksrapport, dat steevast werd gevolgd door dreigende krantenkoppen en hijgende reacties in de Tweede Kamer. Maar Geluk stopt: per 1 januari moet zijn commissie ermee ophouden. Dat is een jaar eerder dan gepland: volgens het kabinet dreigde er een teveel aan commissies die toezien op de decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten.

Eerder deze maand bleek de schade mee te vallen: staatssecretaris Van Rijn (VWS, PvdA) maakte bekend dat de voortzetting van de zorg voor kwetsbare kinderen gegarandeerd is, in 2015. Bent u het met hem eens?

„Van Rijn heeft terecht gezegd dat de contracten tussen gemeenten en jeugdzorginstellingen zijn ondertekend. Maar er zijn wel nuanceringen. Ten eerste is het mager dat de jeugdzorg in 2015 er niet veel anders zal uitzien dan in 2014. Deze hele overheveling draait om vernieuwing en daarvoor is de tijd te krap gebleken.

„Ten tweede: er zijn vage contracten in omloop. Contracten bijvoorbeeld die slechts gelden voor drie maanden. Zo van: er is te weinig geld voor een langer contract, maar voorlopig is het geregeld. Sommige aanbieders van jeugdzorg weten dus nog steeds niet of ze vanaf april genoeg geld krijgen voor het leveren van de jeugdzorg die ze nu leveren. Daarnaast zijn er tientallen instellingen die vanwege financiële problemen hebben aangeklopt bij de Transitie Autoriteit Jeugd die een fonds van 200 miljoen beheert voor instellingen die in moeilijkheden zijn. Gaat zo’n instelling failliet – een reëel risico – dan kun je wel zeggen dat de continuïteit van zorg gewaarborgd is, maar de hulpverlener die bij die organisatie werkt, gaat die zorg niet meer leveren aan dat kind. Die hulpverlener staat op straat.”

En dan? Kunt u een voorbeeld noemen van wat dat kan betekenen voor een kind?

„Stel: een kind is in behandeling voor anorexia. Een psychiatrische behandeling – al dan niet opgenomen. En die instelling gaat failliet. Wellicht komt er een of andere doorstart. De kans is in elk geval groot dat het kind te maken krijgt met andere hulpverleners, en misschien ook met een ander type van hulpverlening. En de kans dat het kind op een wachtlijst belandt, vóór de nieuwe behandeling begint, is ook groot.”

Gaan instellingen failliet als gevolg van de decentralisatie naar gemeenten?

„Binnen de sector wordt dat wel verwacht. Maar hoeveel instellingen is moeilijk te zeggen.”

Er zijn kinderen die nú nog geen jeugdzorg nodig hebben, maar in 2015 wel. Is voor hen de zorg gewaarborgd?

„Dat weet je niet. Maar ook hier is er een punt van zorg. Overal gaan wijkteams aan de slag: een verzameling professionals, van de maatschappelijk werker tot de schuldhulpverlener, die problemen in een gezin vroeg in beeld willen krijgen. Meer preventie. Je kunt redelijkerwijs aannemen dat die aanpak – sneller erbovenop – in het begin leidt tot méér vraag naar jeugdzorg en niet tot minder. Tegelijkertijd krijgen gemeenten minder geld: min 3 procent in 2015, min 7 procent in 2016. Meer zorg voor minder geld: is de continuïteit van zorg dan gewaarborgd? Dat kun je nu niet zeggen.”

Voor de nodige vernieuwing van de jeugdzorg is in 2014 geen tijd geweest, schreef u in uw laatste rapport. Welke vernieuwing?

„De wijkteams, waar gemeenten en masse mee aan de slag zijn, is maar één type van vernieuwing. De relatie tussen jeugdzorg en psychiatrie – wat nu een wereld op zichzelf is – kan beter worden vormgegeven. Of denk aan de relatie tussen onderwijs en jeugdzorg. Zeker, scholen worden vaak betrokken bij wijkteams. Maar niet elke school is een wijkschool. Kinderen van een mbo komen soms uit twintig gemeenten en honderd verschillende wijken. De jeugdzorg voor die leerlingen ga je niet buurtgericht organiseren: die zorg moet anders.”

Maar er is in 2015, net als in 2014, nauwelijks ruimte voor verandering en vernieuwing van de jeugdzorg, schrijft u in uw rapport.

„Ja, want ook in 2015 zal er onduidelijkheid zijn over geld. Budgetten zullen worden berekend op basis van een ander, objectiever rekenmodel. Dat is een technisch verhaal, maar feit is: pas aan het begin van de zomer van 2015 weet een gemeente hoeveel geld er voor 2016 is. Dan moeten de onderhandelingen met instellingen nog volgen, tot in het najaar. Kortom: dezelfde hectiek als dit jaar. Probeer dan maar eens te vernieuwen.”

Wat betekent een gebrek aan vernieuwing voor de jeugdzorg?

„Ik wil het niet in al te dramatische termen stellen, maar het risico is aanwezig dat de hele ambitie van de jeugdwet – de zorg beter regelen voor de meest kwetsbare gezinnen – naar achteren schuift. Dat we die pas in 2020 een keer halen. Het Maasmeisje, dát is mijn referentiepunt. [Dit 12-jarige meisje werd in 2006 vermoord door haar vader. Jeugdhulpverleners hadden in die zaak hun bevindingen niet goed op elkaar afgestemd.] Bij de kleine minderheid van meest problematische gezinnen, dáár moet de vernieuwing plaatsvinden. Dáár moeten we niet met twintig hulpverleners kluitjesvoetbal spelen. Daar is een ander soort interventie nodig. De beste gezinscoach van Nederland die het gezin verder helpt. Die coaches moeten worden opgeleid en toegerust om dat werk te doen, en dat vraagt om een vernieuwingsagenda opgesteld door rijk, gemeenten, zorginstellingen.”

Uw commissie stopt ermee, een jaar eerder dan voorzien. Bij wie moet je medio 2015 eigenlijk aankloppen, als je wilt weten hoe de jeugdzorg ervoor staat?

„Bij de staatssecretarissen. Van Rijn en Teeven [Justitie, VVD]. Die zijn verantwoordelijk.”

En wat doen die andere transitiecommissies dan, die het kabinet aanvoert als reden voor de voortijdige opheffing van de uwe?

„De nieuwe Transitiecommissie Sociaal Domein richt zich op de bestuurskracht van gemeenten: kunnen die hun werk aan? De Transitie Autoriteit Jeugd richt zich op afzonderlijke instellingen die het moeilijk hebben.”

Terwijl jullie een opdracht hadden tot 2016.

„Dat is logisch, want in 2015 gaat het gebeuren. Het is heel interessant om te zien hoe de jeugdzorg er voor staat in maart of in september. Bovendien moet die vernieuwingsagenda nu snel worden opgesteld en Van Rijn heeft nog niet te kennen gegeven dat hij daar heel actief mee is. Laat er geen misverstand over bestaan: we hadden als commissie het jaar 2015 heel graag willen meemaken.”