‘Die Dumas kan niet schilderen’

Marlene Dumas, The Kiss (2003, olieverf op doek, 40×50 cm, particuliere collectie Londen, copyright Marlene Dumas) Foto Peter Cox

Het zal je maar gezegd worden. Dan zit je bijna veertig jaar in het vak, je verkoopt je schilderijen voor miljoenen aan internationale verzamelaars, je overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam krijgt louter lovende recensies. En dan beweert een verslaggever van een landelijk ochtendblad dat je eigenlijk helemaal niet kunt schilderen.

Het overkwam Marlene Dumas kort na de opening van haar tentoonstelling The Image as Burden in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Sander van Walsum schreef in de Volkskrant dat „Dumas gewoon schilderijen maakt op basis van foto’s die ze uit de krant heeft geknipt”. Overigens nadat de kunstrecensent van zijn eigen krant, Rutger Pontzen, diezelfde expositie het hoogst haalbare aantal sterren had gegeven. „Van een figuratief schilder mag je verwachten dat ze de menselijke anatomie enigszins respecteert”, schreef Van Walsum ook. „Maar langs die meetlat wordt Dumas niet gelegd. Een horrelvoet of een vlek op de plaats van een oog worden welwillend als ‘abstracte elementen in een figuratieve context’ gekenschetst.”

Ruim een halve eeuw na Cobra en bijna een eeuw na Picasso’s kubisme werd het Dumas aangerekend dat zij het menselijk lichaam vervormde. Alsof het niet ontzettend knap en technisch begaafd is dat je uit een waterige inktvlek een gezicht kunt laten ontstaan dat nog lijkt ook.

Arme Marlene Dumas. Opeens ontspon zich in de kranten een hevige discussie of ze nu wel of geen goede schilder was. Het werd haast een soort klassenstrijd: of je hoorde tot de kunstelite die meedeed aan „de hoogmis die gecelebreerd wordt voor Dumas” (Van Walsums woorden) – zoals de schrijvers Maarten Doorman en Joost Zwagerman, die in de Volkskrant Dumas’ eer met hand en tand verdedigden. Of je hoorde tot het kamp dat zich al jaren ergerde aan de mooipraterij rondom haar werk, onder wie opvallend veel briefschrijvers op opiniepagina’s.

Een middenweg leek er niet te bestaan. Ook in de jaarlijstjes op deze pagina zie je die tegenstelling terug. Driemaal staat Dumas in een persoonlijke top-3, eenmaal wordt zij genoemd als grootste tegenvaller.

Intussen is de tentoonstelling The Image as Burden een groot kassucces, en misschien is dat wel Dumas’ mooiste revanche op al haar critici. De Nederlandstalige catalogus was zes weken na de opening op 5 september al uitverkocht. Half november bracht het Stedelijk Museum naar buiten dat de tentoonstelling, die toen halverwege was, in tien weken al tweehonderdduizend bezoekers had getrokken. „Ongekende aantallen voor een hedendaags kunstenaar”, aldus zakelijk directeur Karin van Gilst. Mede dankzij Dumas beleeft het Stedelijk in 2014 zijn beste jaar ooit.

Het grote publiek houdt dus wel degelijk van Dumas. Dat bewijst ook haar verkiezing tot ‘Kunstenaar van het Jaar’ in november door Stichting Kunstweek, een publieksprijs waarop kunstliefhebbers via internet kunnen stemmen. Dumas een liefje van de elite noemen is dus een scheve voorstelling van zaken.

In 2015 is The Image as Burden te zien in Tate Modern in Londen. Het zal interessant zijn om te volgen hoe de discussie rondom Marlene Dumas in de Britse pers – meestal ook bepaald niet wars van polarisatie – gevoerd zal worden. En of haar schilderijen ook daar tot een klassestrijd zullen leiden.