De gevallen topmannen van 2014

Het is een beproefde formule voor een bedrijf in problemen: een nieuwe topman. Ook dit jaar zijn bestuurders geofferd. Maar kan een nieuwe leider echt het verschil maken?

Bedrijf in de problemen? Offer de topman en lanceer een nieuwe. Wie de verlosser is, maakt niet zo gek veel uit.

Het gaat om het „signaal” en het „momentum”, zegt Jan Adriaanse, hoogleraar ‘turnaround management’ aan de Universiteit Leiden. Het signaal: we grijpen in. Het gevolg: momentum voor „rigoureuze veranderingen”, zegt Adriaanse. Het vervangen van de topman suggereert: we hebben een serieus probleem. En de vervanger – vaak gezien als iemand „met allerlei superkrachten” – gaat het oplossen.

Ook dit jaar lanceerde een reeks Nederlandse bedrijven in problemen een nieuwe leider, nadat de oude zijn post had verlaten. Vaak plotseling, en vooral in probleemsectoren: de bouw, kinderopvang, luchtvaart, detailhandel. Officieel gingen ze meestal ‘op eigen initiatief’ of anders ‘in goed overleg’. Maar aan wie een bedrijf in problemen achterlaat, kleeft toch het beeld dat hij het niet goed deed en plaats móést maken – terecht of onterecht.

Korte houdbaarheid

Wat is de houdbaarheid van een bestuursvoorzitter? De Nederlandse topmannen houden het in ieder geval een stuk minder lang vol dan zijn buitenlandse collega’s.

De topman van een Nederlands beursgenoteerd bedrijf blijft daar gemiddeld zeven jaar de baas, blijkt uit onderzoek van hoogleraar corporate governance Mijntje Lückerath van Tilburg University. De topmannen van toonaangevende Amerikaanse bedrijven (of preciezer: de bedrijven in de S&P 500-beursindex) zitten daar gemiddeld bijna tien jaar, blijkt uit de laatste gegevens van Amerikaanse onderzoeksgroep The Conference Board.

Die gemiddelde zittingsduur loopt zowel internationaal als in Nederland iets op. Zo was in 2012 de gemiddelde Nederlandse termijn nog ruim zes jaar, de gemiddelde Amerikaanse ruim acht jaar. Maar die cijfers gaan over álle bedrijven: succesvolle en falende. Deskundigen hebben de indruk dat bedrijven in problemen hun topmannen wél sneller offeren dan voorheen.

„Op leiders van grote bedrijven wordt steeds meer gelet”, zegt Janka Stoker, hoogleraar leiderschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Ze moeten een voorbeeld zijn. Bijna zoals politici.”

En als dat voorbeeld zélf in opspraak raakt, is het tegenwoordig helemaal snel afgelopen, zegt Stoker. Recent voorbeeld is Jurgen van Breukelen, oud-topman van KPMG. Hij was betrokken bij een vastgoeddeal in Blaricum. Niks illegaals, maar wel omstreden. Van Breukelen stapte op. „Het is sneu voor zo’n leider”, zegt Stoker. „Maar het is niet meer zo relevant of die ophef nou terecht is of niet. Het imago van het bedrijf moet gered worden.”

Topmannen moeten ‘integer’ zijn. Dat is een beetje een vaag begrip, maar betekent in de praktijk min of meer zoveel als een smetteloze reputatie. „Bestuurders zijn zichtbaarder dan voorheen”, zegt hoogleraar leiderschap Erik van de Loo van business school Insead. „Integriteit is belangrijker geworden.”

Momentum is niet genoeg

Succes of falen schrijven we graag toe aan een persoon. De held of de mislukkeling. Lekker overzichtelijk. Maar kan één nieuwe man of vrouw werkelijk het verschil maken?

Zeker niet altijd. Verschillende onderzoeken wijzen in verschillende richtingen. Er is „geen toverformule” die altijd werkt, zegt hoogleraar Adriaanse. Uiteindelijk hangt het ervan of of die nieuwe leider „de mensen meekrijgt”. En snel een beetje. Maar, zegt Adriaanse, een nieuwe leider kan natuurlijk ook gewoon falen. Alleen momentum is niet genoeg.