ACM legt eigenaren bedrijf voor het eerst een boete op

Ook aandeelhouders van Meneba zijn verantwoordelijk

Niet alleen de jongens die de ruiten ingooien moeten straf krijgen. Ook de jongens die erbij staan en hun vrienden opjutten. Eerlijk is eerlijk.

Dat moet zo’n beetje het idee zijn van de Autoriteit Consument & Markt. Die beboet, voor het eerst, niet alleen de fabrikant voor kartelvorming, maar ook de aandeelhouders. De ACM: „Investeringsmaatschappijen zijn verantwoordelijk voor de bedrijven waar ze aandelen in hebben. Daar wijzen wij ze op.”

Gisteren maakte de ACM bekend drie aandeelhouders van de Rotterdamse meelfabrikant Meneba boetes van 0,5 tot 1,5 miljoen euro op te leggen voor het verdelen van de markt en het saboteren van meelproductie.

De Nederlandse investeringsmaatschappij Bencis en twee vehikels van het Britse private-equityfonds CVC kregen de boetes wegens „beslissende invloed” op de bedrijfsvoering van de meelfabrikant. En wie beslissende invloed op het hele bedrijf heeft, zo redeneert de ACM, heeft ook beslissende invloed op de illegale kartelafspraken. En daarom: straf.

Afspraken maken, fabriek sluiten

Het gedoe met meel speelt al even. Het meelkartel bestond van 2001 tot 2007. In 2010 werd het beboet door de voorganger van de ACM. Veertien meelproducenten in Nederland, België en Duitsland kregen tezamen een boete van 81 miljoen euro.

Vier Nederlandse fabrikanten – Meneba, Ranks, Krijger en Koopmans – deden mee aan het verdelen van de markt en het bepalen van de prijzen. Drie kregen een boete: Meneba (9 miljoen euro), Ranks (13 miljoen euro) en Krijger (71.000 euro). Koopmans kreeg geen boete wegens verjaring.

Meneba biechtte samen met twee Duitse meelfabrikanten zijn deelname aan het kartel vrijwillig op en kreeg daarom in verhouding een lagere boete dan de andere fabrikanten.

De toezichthouder sprak destijds van een „ernstige zaak”. „Alle Nederlanders eten dagelijks brood of andere meelproducten en kunnen gedupeerd zijn door deze kartelafspraken”, zei toenmalig voorzitter Kalbfleisch van de marktwaakhond.

De veertien meelfabrikanten spraken onderling af om geen klanten van elkaar af te pakken en ze spanden samen om nieuwkomers van de markt te weren. In Bergen op Zoom werd een meelfabriek van het failliete UNO via een stroman gekocht en ontmanteld om te voorkomen dat de fabriek in handen zou komen van een nieuwe partij.

Dat de investeringsfondsen nu beboet zijn, is een noviteit. „Opmerkelijk”, noemt mededingingsadvocaat Eric Janssen van kantoor Dirkzwager in Nijmegen de sanctie. Maar niet onmogelijk. „In het mededingingsrecht is het begrip ‘onderneming’ vrij ruim. Dat kan een hele groep zijn.” Hij wijst er op dat de Europese Commissie nu ook de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs onderzoekt voor invloed op een kabelkartel.

Eerst moeder, nu aandeelhouder

Het gebeurt in Nederland regelmatig dat moedermaatschappijen boetes krijgen voor zonden van hun dochters. „Van hen kun je aannemen dat ze zeggenschap hebben.” Maar bij een aandeelhouder die zich doorgaans minder direct bemoeit met het bedrijf, moet je die zeggenschap hard kunnen aantonen.

Daar draait de zaak dan ook om. Rechtstreeks bewijs dat de aandeelhouders kartelafspraken hebben afgedwongen, hoeft er niet te zijn, zegt de woordvoerder van de ACM. „Je hoeft geen smoking gun te vinden.” Wel dus die ‘beslissende invloed’.

De ACM trof „hele nauwe personele banden” aan tussen de investeringsmaatschappijen en de directie van Meneba. Iemand van het fonds werd directeur, de aandeelhouders bemoeiden zich actief met schadeclaims en investeringen, één aandeelhouder had exclusieve ‘blokkeringsmacht’. ACM acht de invloed bewezen.

Is deze zaak nu een trendsetter? Is de jacht op aandeelhouders geopend? De ACM belooft niks. „We zullen het per geval bekijken.” Advocaat Eric Janssen denkt van wel. „In Europa zie je die trend. De toezichthouders op eerlijke concurrentie zullen het proberen als ze er ruimte voor zien.”

Mededingingsadvocaat Christof Swaak van Stibbe ziet ook een trend. „Toezichthouders willen dat bedrijven zich aan de regels houden, hun compliance versterken. Ze proberen dat door nu ook de aandeelhouders aansprakelijk te stellen. Dit is een verdere stap.” Maar, vraagt Swaak zich af: „Hoe ver wil je gaan met het uitbreiden van aansprakelijkheid?”