‘Zonde van de rijkdom van de Gijsbrecht’

Na het herstel van het Gijsbrecht-ritueel in de Amsterdamse schouwburg is Vondels klassieker dit jaar niet te zien. Is de prille traditie alweer ten einde?

Albert van Dalsum als Gijsbrecht van Aemstel in 1934 in Joost van den Vondels gelijknamige toneelstuk. Foto Hollandse Hoogte

Nee, ze zullen op donderdag 1 januari niet klinken in de Amsterdamse Stadsschouwburg, Vondels beroemde openingsverzen uit de Gijsbrecht van Aemstel: „Het hemelsche gerecht heeft zich ten langen leste / Erbarremt over my en myn benauwde veste”. Vanaf 1638, bij de opening van de schouwburg, tot 1968 was de opvoering van de Gijsbrecht op 1 januari een traditie – de oudste theatertraditie ter wereld. In 1968 was het voorbij: theatervernieuwing en Aktie Tomaat hingen in de lucht, de Gijsbrecht viel uit de gratie: statisch, ouderwets, niet van deze tijd.

In 2012 blies Ronald Klamer, artistiek leider van Het Toneel Speelt, in samenwerking met de Amsterdamse Stadsschouwburg de traditie nieuw leven in, met een nieuwe opvoering van de Gijsbrecht, met Mark Rietman in de titelrol. „Tradities sneuvelen maar vragen ook om rehabilitatie”, zegt Ronald Klamer. De voorstelling werd gemengd ontvangen, maar trok wel een volle zaal, met reprises in 2013 en 2014. Maar dit jaar is er geen Gijsbrecht.

Dat heeft een financiële oorzaak, zegt schouwburgdirecteur Melle Daamen. In Amsterdam was de voorstelling een succes, aldus Daamen. „De schouwburg was elke avond zo goed als uitverkocht en we trokken veel jong publiek, dat geen enkele moeite had met Vondels rijmen en alexandrijnen.” Klamer: „In dictie en speelstijl waren onze voorstellingen modern en toegankelijk.”

Maar buiten Amsterdam liepen de voorstellingen minder goed. De schouwburg moest er financieel op toeleggen. „Ieder jaar is dus niet haalbaar”, aldus Daamen. „Maar om het jaar is bijvoorbeeld wel een optie.”

Klamer: „Het knaagt aan me dat het dit jaar niet gelukt is. De combinatie van Marlies Heuer als Badeloch en Mark Rietman als Gijsbrecht is ideaal. We overwegen om in 2016 het gemis goed te maken.” Melle Daamen staat daarvoor open, zegt hij: „De decors en kostuums hebben we opgeslagen, dus die zijn altijd weer beschikbaar.”

Het heeft Daamen altijd geboeid dat het toneelstuk waar de Amsterdamse notabelen en bestuurders op 1 januari collectief getuige van zijn juist gaat over de ondergang van de stad: „Zo machtig en onaantastbaar voelde men zich kennelijk. Het zegt ook iets over onze identiteit, over dat wat ons samenbindt, juist op Nieuwjaarsdag: altijd weer geloven in de eigen overwinning.”

Los van de schouwburg, en veel kleinschaliger, duikt de Gijsbrecht nog wel her en der op. Regisseur en acteur Ab Gietelink van Theater Nomade bijvoorbeeld ensceneerde het stuk zowel in 2003 als 2008 tegen de achtergrond van de oorlog in Afghanistan en de Nederlandse vredesmissie, waarmee hij aansloot bij de actualiteit van die tijd.

Ook zijn voorstellingen liepen goed. „Het stuk beschrijft de oermythe van Amsterdam”, aldus Gietelink. „Ondergang en herrijzenis, daar gaat het om.”

Gietelink vindt dat er een Gijsbrecht-stichting zou moeten komen die het mogelijk maakt elk jaar aandacht te schenken aan Vondels klassieker: als toneelopvoering, speelfilm, documentaire, lezing, of zelfs als tentoonstelling.

Gietelink: „Het is een oud plan, maar toen ik hoorde dat er dit jaar nergens een Gijsbrecht te bekennen is, heb ik het nieuw leven in geblazen. Er is overstelpend veel materiaal, genoeg om elke keer een ander genre te tonen. Dat bewijst de rijkdom van de Gijsbrecht.”