Splits de PvdA en verdeel die over SP en GroenLinks

Immigratie en Europese integratie dreef de kosmopolieten en de arbeidersklasse uit elkaar, stelt Matthijs Rooduijn vast.

illustratie ruben l. oppenheimer

Het gaat, om het eufemistisch te stellen, niet lekker met de PvdA. Vorige maand werd het plan van partijvoorzitter Spekman om politici te verplichten een kwart van hun tijd op straat door te brengen geridiculiseerd. Niet lang daarna stapten twee Turkse Kamerleden na ruzie over de immigratiekoers uit de fractie, hield partijleider Samsom een onhandige tirade in De Telegraaf en maakten Eerste Kamerleden amok omdat ze vonden te laag op de kieslijst te staan. Tot overmaat van ramp ontketenden drie PvdA-senatoren ook nog eens een crisis door onverwacht tegen de zorgwet van VVD-minister Schippers te stemmen. In de peilingen staat de partij er zeer slecht voor.

Deze ontwikkelingen zijn exemplarisch voor een structureler probleem: de partij bevindt zich in een ideologische spagaat. Grof gezegd bestaat het PvdA-electoraat uit twee groepen. De eerste groep is hoog opgeleid, progressief en kosmopolitisch. Deze groep ziet immigranten als een verrijking en staat positief tegenover verdergaande Europese integratie. De tweede groep is wat lager opgeleid en houdt er conservatievere en nationalistischere houdingen op na. Deze groep staat voor een strenger immigratie- en integratiebeleid en vindt het voorlopig wel even mooi geweest met de volgens hen doorgeschoten Europese integratie.

Tot dusver niets nieuws onder de zon. De PvdA is altijd al een partij geweest van linkse intellectuelen én arbeidersklasse. Lange tijd werd deze combinatie juist als een van de grootste krachten van de partij gezien. Maar wat ooit een kracht was is inmiddels een zwakte geworden. Grote verschil met vroeger is dat de thema’s waarop partij en kiezers verdeeld zijn, steeds belangrijker zijn geworden in het publieke debat. In het verleden is de partij er goed in geslaagd deze onderwerpen van de politieke agenda te weren. Door maar weinig aandacht te besteden aan Europese integratie en immigratie kon de partij wegkomen met onduidelijke en ambigue standpunten. Door niemand voor het hoofd te stoten kon de partij beide groepen kiezers aan zich gebonden houden. Naarmate er meer aandacht kwam voor deze onderwerpen, kwam ook steeds duidelijker naar voren dat de PvdA met betrekking tot deze thema’s geen heldere ideologische koers vaart. De huidige worstelingen zijn hier een direct gevolg van.

De problemen van de PvdA worden nog eens versterkt door de huidige positie. De partij bewoog naar het midden vanwege coalitiepartner VVD. Daardoor is ze kwetsbaar voor de kritiek dat ze opportunistisch is en haar ideologie verloochent. Ten tijde van het Paarse kabinet kampten de sociaal-democraten met een soortgelijk probleem. De truc die de partij toen bedacht om het voor PvdA-begrippen rechtse beleid te verantwoorden, was te pleiten voor een ‘derde weg’ tussen socialisme en liberalisme. Dit sloeg destijds goed aan.

Tijden zijn veranderd. Er kwam kritiek op de liberale koers. De PvdA zou een stoffige bestuurderspartij zijn geworden, die haar roots vergeten is. Er wordt gepleit voor een nieuw links elan. De behoefte daaraan blijkt uit het heldenonthaal van de Franse econoom Thomas Piketty vorige maand op het Binnenhof. Zijn relatief saaie boek over vermogensongelijkheid – waarin hij pleit voor een progressieve belasting op vermogens – voert wereldwijd bestsellerlijsten aan. Crux voor de PvdA is de juiste toon te vinden en linkse opvattingen op het gebied van sociaal-economische onderwerpen te koppelen aan een duidelijk verhaal over EU en immigratie.

Maar ik betwijfel of dat gaat lukken. De spagaat waar de PvdA in verkeert, is op dit moment gigantisch, en op het moment dat de partij duidelijke standpunten inneemt op de thema’s Europa en immigratie is het onvermijdelijk dat een deel van de achterban ontevreden zal achterblijven.

De beste oplossing zou daarom weleens een splitsing van de PvdA kunnen zijn in een progressief kosmopolitisch deel en een conservatief nationalistisch deel. Op termijn zouden deze afsplitsingen kunnen fuseren met respectievelijk GroenLinks en de SP. Dit klinkt misschien radicaal, maar uit een analyse van de gegevens van het Nationaal Kiezersonderzoek blijkt dat de kosmopolitisch ingestelde PvdA-kiezers nauwelijks verschillen van GroenLinks-kiezers. Een grote linkse pro-Europese fusiepartij met aandacht voor duurzaamheid en minderheidsrechten lijkt mij een aanwinst voor onze democratie. Aan de andere kant verschillen de meer conservatieve en nationalistische PvdA-kiezers nauwelijks van de kiezers van de SP. Ook hier kan een fusiepartij een aanwinst zijn voor de Nederlandse politiek. Er is onder veel kiezers behoefte aan een grote partij die een pleidooi voor sociaal-economische herverdeling koppelt aan een wat conservatievere en nationalistischere koers op het gebied van Europa en immigratie. Een derde groep rechtsere en liberalere PvdA-kiezers kan prima terecht bij D66.

Het grote voordeel hiervan zou zijn dat links minder sterk versnipperd is en dat de overgebleven partijen duidelijke linkse boodschappen hebben te verkondigen. Natuurlijk zal een dergelijke splitsing van de PvdA en vervolgens een fusie met aan de ene kant GroenLinks en de andere kant de SP niet zo snel gebeuren. De meeste PvdA-ers staan niet te springen de eigen partij op te heffen. En ook GroenLinks en de SP zullen allesbehalve onverdeeld positief staan tegenover een fusie met de sociaal-democratische overblijfselen.

Maar zolang de PvdA de interne strubbelingen niet weet te beteugelen, en met niets beters weet te komen dan verplichte straatbezoeken, ideologische trainingen en hulplijnen voor vastgelopen politici, is het niet ondenkbaar dat er uiteindelijk nog veel minder van de partij zal overblijven. Misschien heeft de huidige PvdA zo langzamerhand zijn beste tijd gehad.