Robotauto’s? Nee, maar wel slimmer rijden

Files kosten jaarlijks bijna 800 miljoen euro. Nieuwe technologieën moeten zorgen voor betere doorstroming.

Achter het stuur met de laptop, de luie automobilist wil het wel. Een zelfrijdende auto die naar eigen inzicht over de weg zoeft: het is comfortabeler én, beloven fabrikanten, veiliger.

Maar robotauto’s zoals die van Google (zie kader) zullen hier niet gauw massaal rondrijden. Te duur en het mag nog niet van de wet.

Wat in Nederland eerder op de weg zullen verschijnen, zijn bestaande auto’s die met kastjes zijn uitgerust om met elkaar en de wegkant te ‘praten’. Zo kunnen ze slimmer op drukte en werkzaamheden anticiperen. Vanaf januari kunnen chauffeurs in het project Spookfiles al met een slimme app op de A58 rijden.

‘Coöperatief rijden’ heet deze aanpak, en Nederland steekt er flink geld in. Het doel: schone lucht, minder files, minder ongelukken.

Nederland heeft ook helemaal geen robotauto’s nodig, zegt Theo Stevens, directeur van DITCM, een samenwerkingsverband voor ‘slimme mobiliteit’ in Helmond met zo’n dertig partijen, waaronder TNO, bedrijven, technische universiteiten en Rijkswaterstaat. „Dan staat heel Nederland stil.” Een zelfrijdende auto moet veel afstand houden. Niet handig op onze overvolle wegen. En het is maar de vraag of ze echt minder vervuilend zijn, aldus Stevens.

Nu valt aan het bouwen van robotauto’s meer geld te verdienen dan aan kastjes. Bovendien vraagt coöperatief rijden om meer organisatie. „Je hebt standaarden nodig, afspraken met anderen, overleg met veel partijen”, zegt Jelte Timmer van het Rathenau instituut en auteur van het rapport Tem de Robotauto. Daarom kun je slimmer rijden niet alleen aan de industrie overlaten, stelt Timmer. Het Rijk betaalt nu mee aan allerlei projecten. Vier voorbeelden.

1 Slimme bestuurder

Neem de linkerrijstrook, dicteert je smartphone. Let op invoegers. Rij nu 70 kilometer per uur. ZOOF is een app die de bestuurder tijdens het rijden advies geeft. Op de A67 in Brabant kun je al rijden met ZOOF. Vanaf januari ook op de A58 tussen Tilburg en Eindhoven. Dat stuk snelweg is het lab voor het project Spookfiles van het Rijk, de provincie en verschillende bedrijven.

Op de A58 ontstaan vaak files omdat iemand onnodig hard remt. ZOOF wil dat effect dempen. De app verwerkt informatie van mobieltjes in auto’s, lussen in de weg, gegevens van Rijkswaterstaat en straks van bakens die langs de A58 worden geplaatst. Op basis van die data krijgt de bestuurder het advies snelheid te minderen of van rijbaan te wisselen, als een soort extra navigatiesysteem. Hoe meer mensen meedoen, hoe soepeler het verkeer. Hoe soepel is overigens nog niet bekend, de evaluatie loopt nog.

ZOOF – concurrent van vergelijkbare apps Blikr, Smoover en SmartCAR – moet doorstroom en veiligheid bevorderen. Maar de individuele bestuurder ziet niet meteen resultaat, zegt Koen van Lierop van ZOOF. „Daarom krijgt de gebruiker zoofies, punten als je je aan de aanwijzingen houdt. Die kun je verzilveren bij partners. Holland Casino, Praxis en een paar Shelltankstations doen al mee.”

En hoe gaat ZOOF er zelf aan verdienen? ZOOF verkent nu verschillende mogelijkheden, zegt Van Lierop, zoals meer spelelementen tegen betaling en het aanbieden van relevante advertenties.

2 Slimme weg

Spookfiles zijn te voorkomen als chauffeurs hun snelheid op tijd aanpassen. Met meer data kunnen ze dat beter, is de hypothese van het project Spookfiles.

Om auto’s van gedetailleerde informatie te voorzien, worden in Noord-Brabant in de loop van 2015 langs de A58 om de 500 meter bakens geplaatst. Die communiceren met auto’s via WIFI-P, een wifivariant die gereserveerd is voor auto’s en sneller is dan GSM. „Dat heb je nodig als twee auto’s elkaar met 120 kilometer per uur naderen”, zegt Maurice Geraets, directeur mobiliteit bij NXP die de chips levert voor de bakens van Siemens, Imtech en Vialis.

De bakens geven de locatie en snelheid van voorbijrijdende auto’s door, sturen berichtjes als een ambulance komt aanrijden, de weg glad is of een auto verderop hard remt. Die data wordt nu nog verwerkt in apps, zoals ZOOF, zegt Oene Kerstjens, projectmanager van Spookfiles. „Maar de volgende stap is dat de cruisecontrol zelf de snelheid gaat aanpassen.”

Auto’s moeten ook rechtstreeks met elkaar praten. NXP levert de chips voor de communicatiekastjes die daarvoor in bestaande auto’s worden ingebouwd, zegt Geraets. Maakt dat de bakens langs de weg straks niet overbodig? Nee, zegt Geraets, want „het duurt nog wel even voordat in alle auto’s kastjes zitten”.

Bovendien, zegt Kerstjens, kun je via slimme infrastructuur beter regie over het verkeer voeren. „Als een stoplicht detecteert dat een auto door rood rijdt, kan het aan de andere kant gauw op rood springen. En de auto’s een berichtje sturen.”

Dit systeem moet internationaal gaan werken. In 2015 gaat de ‘coöperatieve ITS corridor’ die van Rotterdam via Frankfurt naar Wenen loopt, ook signalen naar chauffeurs sturen.

3 Slimme treintjes

Platooning heet de techniek die TNO ontwikkelt voor vrachtwagens. Ook de Rotterdamse haven en DAF Trucks doen mee. Het idee, vertelt programmamanager Bastiaan Krosse, is dat een vrachtwagen zo’n tien meter achter een eerste vrachtwagen ‘plakt’. In de voorste vrachtwagen doet een chauffeur het werk; sturen en afremmen doet de volgvrachtwagen autonoom. Door zo dicht achter elkaar te rijden, zou je zo’n 10 procent diesel kunnen besparen en nemen vrachtwagens minder ruimte in op de weg. Omdat het treintje niet langer is dan twee trucks, is in- of uitvoegen voor het overige verkeer geen probleem.

Voor platooning heb je geen slimme wegkant nodig. Wel aanpassingen aan de vrachtwagen. Er moeten sensoren in zitten waarmee de truck zijn omgeving aftast, kastjes waarmee twee vrachtwagens met elkaar communiceren en een systeem dat automatisch remt, gas geeft en stuurt.

Een deel van de sensoren wordt steeds vaker standaard in nieuwe vrachtwagens gebouwd, zegt Krosse. „Alleen automatisch sturen moet nog verder ontwikkeld worden. Sommige vrachtwagens hebben al een lane keeping-systeem.” Komend jaar wordt het systeem getest. Als het werkt, hoeft de chauffeur in de tweede vrachtwagen niks te doen. Maar van de wet moet hij er wel in blijven zitten.

4 Slimme auto

Het project dat het dichtst in de buurt komt van Googles zelfrijdende auto is het Dutch Automated Vehicle Initiative (DAVI) van TNO, RDW en de TU Delft. DAVI wordt een robotauto met sensoren en camera’s. Maar óók een auto die Nederlandse belangen dient, doordat hij kan anticiperen op het verkeer, kan communiceren én kan platoonen. Het project ging vorig jaar van start. DAVI zou 50 procent minder files moeten opleveren en 20 procent energiebesparing.