Opschudding in Nederland: er zijn homo’s op televisie

Vandaag is het precies vijftig jaar geleden dat het taboe op homoseksualiteit op de Nederlandse televisie werd doorbroken. Hoe ging dat toen?

Op 30 december 1964 verschijnen rond half elf ’s avonds een lesbisch en een homoseksueel paar op het scherm. Ze zijn voorzien van gefingeerde namen en van achteren gefilmd om herkenning te voorkomen. Het doet weinig af aan het belang van de uitzending: het taboe op homoseksualiteit is doorbroken.

Dat taboe is begin jaren zestig nog groot. Over het ‘tegennatuurlijke’ gedrag van homoseksuelen wordt slechts op fluisterende toon gesproken. In veel plaatsen in Nederland kunnen homo's niet voor hun geaardheid uitkomen, omdat ze daarmee hun baan of zelfs hun woning kunnen verliezen. Kranten schrijven daar weliswaar af en toe over, maar voor het nieuwe massamedium televisie is homoseksualiteit nog een veel te controversieel onderwerp.

De VARA-actualiteitenrubriek Achter het nieuws besluit dat taboe in december 1964 aan te pakken. De nieuwsaanleiding daarvoor is de start van een voorlichtingscampagne van het COC, de belangenorganisatie van Nederlandse homoseksuelen. De redactie maakt een reportage waarin aandacht wordt gevraagd voor de moeilijke positie waarin homoseksuelen zich bevinden. Uit angst voor ophef verbiedt de VARA-leiding de uitzending. Pas nadat redactiechef Herman Wigbold met opstappen dreigt, mag de omstreden reportage op tv.

De voorzitter van het COC komt prominent in beeld in de uitzending. Maar uit vrees voor eventuele repercussies, toont de VARA de gezichten van de ‘gewone’ homoseksuelen niet. Beide paren krijgen vragen voorgelegd over hun relatie, begeleid door beelden van hun smaakvol ingerichte woonkamers. De reportage biedt zo een kijkje in het alledaagse leven van homoseksuele stellen.

De uitzending geeft „opschudding in de huiskamer”, stelt voormalig Achter het nieuws-redacteur Koos Postema achteraf – het is een sensatie. De reacties zijn echter gemengd. Er zijn televisierecensenten die de uitzending prijzen omdat het publiek er rijp voor zou zijn. Anderen menen dat het een onbezonnen actie is van de omroep om een dergelijk „delicaat onderwerp” aan een sterk gemêleerd miljoenenpubliek te tonen. Bovendien vinden sommige recensenten de reportage te oppervlakkig.

In reactie hierop gaat Achter het nieuws meer tijd en aandacht besteden aan uitzendingen waarin dit soort gevoelige thema’s worden behandeld. De redactie stelt in de tweede helft van de jaren zestig allerlei taboes rond seksualiteit aan de kaak, van abortus en alleenstaande moeders tot huwelijksbemiddeling en echtscheiding. Daarmee levert de actualiteitenrubriek een belangrijke bijdrage aan de seksuele revolutie in de jaren zestig.

Ook voor homo’s en lesbiennes komt meer aandacht, zowel bij de VARA als bij andere omroepen. Lang niet alle homoseksuelen vinden dat prettig. Homoseksualiteit wordt door de televisie-uitzendingen herkenbaar, waardoor homo’s – waarvan velen hun geaardheid verzwijgen – zich ontmaskerd voelen.

Bovendien gaat naar aanleiding van de uitzendingen het publiek zijn mening spuien. Dat valt niet mee. Aan het eind van de jaren zestig vindt slechts 28 procent van de Nederlanders dat homoseksuelen openlijk voor hun geaardheid kunnen uitkomen. De meesten keuren het af en noemen homoseksualiteit een afwijking of ziekte.

Vanaf de jaren zeventig neemt, mede dankzij de media-aandacht, de acceptatie van homoseksuelen zienderogen toe. Tot tevredenheid van velen, al zijn er ook bedenkingen.

Midden jaren negentig stelt voormalig Achter het nieuws-chef Wigbold dat de homobeweging te ver is doorgeschoten en de seksuele revolutie is ontspoord. Een opmerkelijk geluid van de man die in 1964 zelf het taboe op homoseksualiteit had helpen doorbreken.