Mensen die suïcide plegen willen helemaal niet dood

In 2013 pleegden meer Nederlanders zelfmoord dan in 2012. Voor 2014 verwacht onderzoeker Ad Kerkhof een verdere stijging. Waarom?

In juni 2013 klom deze persoon, een man met psychische problemen, in de zendmast. Hij had zelfmoordplannen, maar is niet gesprongen. Foto Marcel van den Bergh

In 2013 maakten 1.854 Nederlanders een einde aan hun leven, zo werd onlangs bekend, 101 meer dan in 2012. „En over 2014 zullen dat er 2.000 zijn”, zegt Ad Kerkhof stellig. „We zitten midden in een ramp en we doen er niet genoeg aan.”

Nee, hij bedoelt niet de tijd rond Kerst en Oud en Nieuw – de meeste suïcides vinden juist in de lente en vroeg in de zomer plaats. Kerkhof bedoelt de economische crisis; die vergroot het aantal zelfdodingen. „En de stijging is het grootst onder langdurig arbeidsongeschikten. Dat is heel pijnlijk, vind ik, dat die kwetsbare mensen kennelijk het meest te lijden hebben onder de recessie.”

We zitten al bijna twee uur over zelfdoding te praten, het onderwerp waar Kerkhof 35 jaar onderzoek naar doet. En waar hij met bewonderenswaardig enthousiasme over vertelt, ook als hij, zo als nu, snipverkouden is. „Zal ik je even laten zien hoe het werkt, een suïcidale crisis?”, vroeg hij aan het begin van ons gesprek opgewekt. „Ik haal je er ook weer uit hoor!” Oké, ik zat net, ik had net koffie, maar vooruit maar. Kerkhof opent de powerpoint van een lezing die hij enkele maanden geleden gaf, ‘Doodsdrift en suïcidaliteit’.

Mooi woord, doodsdrift.

„Ja, dat is nog van Freud: thanatos. Maar zoiets bestaat helemaal niet. Er zijn zelfs nog steeds psychiaters die dat niet weten, maar mensen die suïcide plegen, willen helemaal niet dood. Ze willen stoppen met denken en voelen, ze willen zichzelf beschermen tegen de kwellende gedachten die ze de hele dag door hebben. De dood is slechts een middel om dat te bereiken. De gedachte aan zelfmoord lijkt zelfbescherming. Je kunt het vergelijken met wat je oudere mensen op feestjes wel hoort zeggen: als ik dement word of naar een verpleeghuis moet, maak ik er een eind aan.”

Kerkhof klikt door zijn powerpoint. Op het scherm verschijnt een rijtje gedachten zoals suïcidale mensen die vaak hebben. „Ik ben een totale mislukkeling.” „Mensen zijn beter af als ik dood ben.” „Niemand zal me missen.” „Ik kan niet leven zonder partner.” In dat soort gedachten wentelt hun depressieve geest voortdurend rond. „Heb je weleens een nacht wakker gelegen?”, vraagt Kerkhof. „Piekerend? Twee nachten? Drie? Dan word je gek, hè? Die mensen komen in een piekerkramp terecht, ze verliezen de controle over hun gedachten.”

Ik word al droevig als ik die gedachten zie. Heeft u dat ook?

Kerkhof zucht. „Ik ben er zó aan gewend. Ik geef één dag in de week therapie. Dan komt er om 8 uur iemand die zegt ‘er is niemand die van me houdt’, om 9 uur komt er iemand die zegt ‘er is niemand die van me houdt’, om 10 uur komt er iemand die zegt ‘er is niemand die van me houdt’. Dan zeg ik: mevrouw, dat is weinig origineel, dat heb ik vandaag al drie keer gehoord. Het is ook niet waar, mag ik uw mobieltje even? En dan bel ik haar man en die zegt: ‘Ja, dat denkt ze altijd in november, maar in maart is het weer over’.”

We zijn beland bij de ‘suïcidale inductie’ in de powerpoint. Vijftien slides over één onderwerp: je hebt het liedje ‘Heb je even voor mij’ van Frans Bauer in je hoofd, alleen de eerste twee strofen, en het gaat er niet meer uit. Wat je ook doet, het stopt niet. Vier, vijf, zes nachten slaap je niet, allemaal vanwege Frans Bauer. Je probeert in slaap te komen door te drinken. Je neemt pillen. „Maar ‘Heb je even voor mij’ klinkt nog steeds”, zegt Kerkhof terwijl hij verder klikt (en meezingt). „Nog meer pillen. Uiteindelijk word je wakker op de spoedeisende hulp. Veel mensen zeggen: als je niet echt dood wilt is het geen suïcidepoging. Maar dat is het wel. Dit is een metafoor voor waar suïcidale mensen mee te maken hebben. Er zijn er die 20, 24 uur per dag kwellende piekergedachten hebben, zoals ‘ik verdien het niet te leven, ik ben totaal mislukt’. Als een liedje dat maar niet uit je hoofd wil gaan.”

Daar kun je weinig naast doen.

„Nee, dat klopt. Die mensen raken totaal uitgeput. Die chaos in je hoofd, dat is de hel, daar willen ze vanaf. En het gaat steeds maar om een paar thema’s die in eindeloze variaties herhaald worden. Ik spaar suïcidale gedachten, maar ik heb al jaren geen nieuwe meer gehoord.”

Wat was de laatste?

Kerkhof denkt na. „Het was ‘ik stel niks voor, straks val ik door de mand’ van een succesvolle hoogleraar met 200 publicaties op zijn naam. Of ‘alles wat ik doe mislukt’, van een vrouw van 30 die twee keer cum laude was afgestudeerd.”

Wat is uw favoriete manier om dat piekeren aan te pakken?

„Dat is het piekerkwartier”, zegt Kerkhof enthousiast. Mensen zijn er slecht in om ergens niet aan te denken, maar bij het piekerkwartier moeten ze drie keer per dag met de kookwekker erbij verplicht een kwartier piekeren. Vervelende gedachten oproepen dus, in plaats van wegdrukken. Daar zijn piekergedachten slecht tegen bestand. De oefening staat beschreven in het zelfhulpboek Piekeren over zelfdoding (Boom, 2012), dat hij samen met Bregje van Spijker schreef en dat waarschijnlijk binnenkort in het Engels verschijnt. De zelfhulpcursus is ook online te volgen bij www.113online.nl; eerder dit jaar publiceerde Kerkhof met collega’s onderzoek in PLOS ONE waaruit blijkt dat die online cursus inderdaad het aantal gedachten aan zelfdoding vermindert.

Kunnen mensen daarna niet weer een terugval krijgen?

„O, ja. Sommige mensen worden steeds opnieuw suïcidaal. Dat weten ze ook van zichzelf. Het is als een herpesvirus dat bij elke gelegenheid weer de kop opsteekt. Bij mij is het een voorwaarde voor behandeling dat je het aan je familie vertelt, zodat die er ook op kan letten of je terugvalt.”

Wat moet je eigenlijk doen als je vermoedt dat iemand in je omgeving aan suïcide denkt?

„Praat erover! Vraag: ‘Klopt het als ik denk dat je somber bent? Denk je er weleens aan om er een einde aan te maken?’ Dan denkt diegene echt niet: ‘Nu je het zegt, nooit aan gedacht, goed idee!’ En als het antwoord ‘ja’ is, haal je iemand uit zijn isolement. Vraag dan eerst verder. Het belangrijkste preventieve middel is een luisterend oor.”