Column

De schaduwzijde van Harry Piekema’s bestaan

Ik wist niet dat de filiaalmanager in de commercials van Albert Heijn ‘meneer van Dalen’ heette, ik dacht dat hij Harry Piekema heette, maar zo heet dus de acteur die hem jarenlang speelde. Dat las ik allemaal op de site van het NOS Journaal. Dat Albert Heijn stopte met de commercials was landelijk nieuws waar je lacherig over kunt doen, maar waar je ook best heel verdrietig over mag zijn. Ik was het geen van beide, ik behoor tot de kleine groep die verdrietig is dat zoiets nieuws is, maar zoiets kun je beter niet hardop zeggen, dacht ik gisteren toen het naderende afscheid op de stoeltjes voor me in de tram serieus werd besproken.

„Van tevoren weet je natuurlijk nooit hoe lang zo’n campagne gaat duren”, vertelde Harry Piekema in het NOS Radio 1 Journaal, een citaat dat weer was overgenomen door de site van het NOS Journaal. „Ik heb een fantastische tijd gehad. Voor de commercials heb ik als Tarzan aan een liaan gehangen en met de echte Muppets in Los Angeles geacteerd.”

Toen ik dat las begreep ik wel waarom hij zolang filiaalmanager was gebleven, dat wil iedereen wel.

Over de schaduwzijde van zijn bestaan geen woord.

Ik trof Harry Piekema ooit in een bus op een parkeerterrein voor de Albert Heijn in Soest, waar een voetbalplaatjescommercial werd opgenomen. Ik was meegereden in de Mercedes van Vitesse-voetballer Ismaïl Aissati – waar is hij trouwens gebleven? – die toen nog als een groot talent gold. Buiten vroor het twaalf graden, Harry Piekema had thermo-ondergoed aan. Toen Ismaïl samen met wat andere profvoetballers als Mads Junker en Bas Dost voor de kou de bus in vluchtte zat hij er te lezen.

Hij las het boek Het lied van de grotten van Jean M. Auel en at uit een zakje M&M’s.

Een heel enthousiaste mevrouw van het reclamebureau dat het allemaal organiseerde trakteerde op soep van Unox en kerstkransjes, een bijzondere combinatie. Toen de voetballers daarop aanvielen zei Harry Piekema vanuit het niets „hamsteren”.

Later die nacht zag ik hem veertien keer door de vrieskou die supermarkt in rennen terwijl hij zei: „We gaan weer voetbalplaatjes sparen.”

Na afloop van de opnames wilden de voetballers met hem op de foto, voor de zekerheid zette de mevrouw van het reclamebureau wat gevulde Albert Heijn-tassen op de achtergrond.

Daarna trok hij zijn jas aan en was het plotseling alsof hij er nooit geweest was.