Column

Het is niet ‘immoreel’ om medische zorg te beperken

Achter je naam zetten dat je een filosoof bent: net zoiets als in je datingprofiel zetten dat je een zoogdier bent. Het kan best waar zijn, maar het is weinig precies. Omdat de filosofie een gebied is dat zich in tal van richtingen uitstrekt, kan het geen kwaad preciezer aan te geven waar je je bevindt. Het vak stopt niet bij de geschiedenis van het vak: het is niet alles Plato, Hobbes en Hegel. Naast de filosofiegeschiedenis is er vooral ook een scala aan systematische vakken, die zich deels aan de bètakant van de wetenschap bevinden, deels aan de gammakant. Zo grenst de systematische filosofie aan de informatica, bestrijkt ze de wetenschapstheorie, loopt ze hier en daar over in de fundamentele wis- en natuurkunde en overlapt ze met het grondslagenonderzoek van het recht.

Zelf ben ik ooit in de ethiek beland. Aangezien ik dat vak nu allang niet meer beoefen, zal ik mijn vergunning wel kwijt zijn, zoals tandartsen hun vergunning verliezen als ze een tijd niet praktiseren, maar ik durf nog wel iets te zeggen over de discipline in het algemeen.

Traditioneel wordt filosofie beschouwd als een alfavak. Dat is niet erg – alfa is geen schande – maar de indeling zorgt voor misverstanden. De bioloog die onlangs in de krant schreef dat die stomme filosofen eindelijk maar eens in Delft moeten gaan kijken, wist kennelijk niet dat die stomme filosofen al van oudsher in de technische faculteiten werken. Er zijn techniekfilosofen. Er zijn ingenieurs met een opleiding in de wijsbegeerte. Filosofen steken nu eenmaal hun neus in alles. Dus ook in Delft.

Maar vooral de ethiek, en daar wil ik natuurlijk naar toe, is een tragisch onbegrepen gebied. Hoewel moraalfilosofie een uiterst koele, argumentatieve wetenschap is, klinkt het woord ethiek kennelijk zo verheven dat buitenstaanders nogal eens giechelen als je opbiecht dat je ethicus bent.

Toch er is geen van God gegeven talent dat sommige mensen tot ethici maakt en het is al helemaal niet zo dat ethici in moreel opzicht superieur zijn aan anderen: er bevinden zich opmerkelijk veel rotzakken onder.

Ethicus worden is gewoon een kwestie van kennisverwerving, wijsgerige ethiek is een vak. Een specialisme.

Je verzint als ethicus de boel dan ook niet helemaal zelf. Je weet juist meer van moraal dan anderen omdat je het verschijnsel zo ijverig hebt bestudeerd. Daardoor heb je de verzamelde kennisopbouw en argumentatie van anderen in je achterzak zitten, de ontwikkelingsfases van de diverse ethische systemen, de voors en tegens van beginselen, de argumentatie rondom denkbare normatieve posities, de hele gezamenlijke inspanning van het denken over wenselijk individueel en collectief gedrag.

En het allerbelangrijkste is nog wel als je als ethicus de plaats kent van het morele argument. Dat wil zeggen, je weet wat de verhouding is tussen morele, economische, bestuurlijke, technische en overige argumenten.

Waar een deel van de samenleving nogal eens in verontwaardiging schiet wanneer geld wordt afgezet tegen principes, veert een ethicus dan juist op. Nu gaat het erom te bedenken hoe je het een kunt afwegen tegen het ander; nu moet je aanwijzen waar de normatieve keuzes zitten.

Het is niet ‘immoreel’ om medische zorg te beperken vanwege bezuiniging: het is een keuze. Een morele keuze die, omdat het de maatschappij als geheel betreft, een politieke keuze is. Eentje die je in een democratische rechtsstaat beredeneerd moet maken.

Ik begin hier nu zo plompverloren over, omdat ik de laatste tijd steeds vaker moet aanhoren dat iedereen zelf de morele beslissingen wel neemt, zonder verder mitsen en maren.

Verzekeraars hebben blijkbaar zelf voldoende ‘moreel besef’ om te kunnen beslissen over verstrekking van zorg. Technici kunnen kennelijk zelf ‘nadenken’ over de morele en juridische inhoud die ze aan hun software meegeven. ‘Luister’, zeggen de professionals. ‘Wij hoeven de normatieve keuzes niet voor te leggen aan de samenleving, want wij voelen zelf haarfijn aan wat moreel juist is. Wij zijn namelijk heel fatsoenlijk.’

Het ‘ik’ als bron van de moraal: het rukt op in professionele kringen en het is niets anders dan tirannie. De collectieve kennis op het gebied van recht en moraal komt er niet aan te pas. De ander, met haar of zijn eigen morele overtuigingen, komt er niet aan te pas.

Ingenieursbureaus de logaritmes laten schrijven voor maatschappelijk beleid: het is net zo goed tirannie als het strafrecht afschaffen en de koning zich laten uitspreken over je lot.

Het feit dat professionals serieus aankomen met dit soort voorstellen, betekent dat ze geen flauw benul hebben van de status van recht en moraal. En geen flauw idee van de vakkennis, die verzameling voors en tegens, in de handtas van de specialist.