De strijd tegen het snelste roofdier

De Amerikaanse journalist Michael Lewis schreef het geruchtmakendste zakenboek van het jaar: Flitshandel. Zijn beeld van Wall Street is dodelijk, maar hij is „zeker niet wanhopig” over de financiële sector.

‘Flitshandelaren’ van Getco LLC op de beursvloer in New York. Foto’s Bloomberg

Wall Street kent weinig geheimen voor Michael Lewis. De „waanzin van de beurs” fascineert hem al twintig jaar. In zijn bestseller Flitshandel beschrijft Lewis hoe handelaren de beurzen manipuleren dankzij supersnel verkregen informatie: een grootschalige vorm van – legale – „sabotage” ten koste van de gewone belegger.

Toch heeft een van Amerika’s meest vooraanstaande non-fictieschrijvers vertrouwen in het zelfreinigend vermogen van de financiële wereld. „Ik ben zeker niet wanhopig over Wall Street”, zegt Lewis (54) tijdens een gesprek in de Californische universiteitsstad Berkeley, zijn woonplaats. „Die handelaren zijn echt niet kwaadaardig. Ze moeten alleen anders worden aangestuurd.”

Het is niet naïef, vindt hij, om te geloven dat een combinatie van nieuwe technologie, slimme regulering en moreel leiderschap „binnen vijftien jaar tot een compleet ander landschap kan leiden”. „Het wordt nooit een zachte, liefdevolle, non-profitachtige wereld”, zegt Lewis met een lach die doet denken aan de acteur Michael J. Fox. „Maar een evenwichtige branche, die meer aansluit bij de rest van de samenleving, is mogelijk.”

De reden voor het optimisme van de onderzoeksjournalist die makkelijk in cynisme zou kunnen vervallen? In overheidstoezicht heeft hij geen vertrouwen. De belangen van Washington en Wall Street zijn verstrengeld en de beurshandel is zo technisch en complex, dat geen politicus er volgens hem iets van begrijpt.

Nee, de reden is een vriendelijke Canadees, genaamd Brad Katsuyama, die in het verhaal optreedt als klokkenluider en held wanneer hij een kleine ‘beleggersbeurs’ opricht, met als doel de gelijke behandeling van alle beleggers.

Lewis’ Engelstalige boek heet Flash Boys: de ‘flitsende jongens’ van de high frequency trading. Dankzij deze flitshandel kunnen handelaren nanoseconden tijd winnen met speciale kabels en zendmasten. Zo verkrijgen zij handelsinformatie net iets eerder dan andere beleggers, waardoor ze prijzen kunnen manipuleren en per transactie een paar cent winst maken. Vermenigvuldig die paar cent met duizenden transacties per dag en je komt op miljoenen, miljarden euro’s voordeel voor de firma’s die er bedreven in zijn.

Het is een vorm van handel die de banken en toezichthouders toestaan, zelfs aanmoedigen, merkt Lewis op. „Flitshandel heeft een ‘winner takes all’-karakter”, schrijft hij. „Het snelste roofdier gaat er met de beste prooi vandoor.”

Een lange oliepijplijn

Tijdens het gesprek in Berkeley zoekt Lewis naar een metafoor om de door de overheid gestimuleerde „krankzinnigheid” van het financiële systeem te illustreren. Roerend in zijn cappuccino komt hij op een lange oliepijplijn. „Door een ongeluk ontstaat een kleine breuk in de pijp. Niet zo erg dat mensen geen olie meer krijgen, maar wel inefficiënt. De olie lekt weg. In de meeste bedrijfssectoren zou iemand zeggen: ik kan dit lek repareren. Er valt geld mee te verdienen, en daarna heeft iedereen weer olie. In de financiële sector daarentegen bouwen ze een dorp rond de breuk. Ze pikken zo veel mogelijk olie uit de pijp en vertellen het aan niemand.”

De publicatie van zijn boek was eerder dit jaar een sensatie. De recensies waren lovend. Zakenbanken en beurshandelaren reageerden als betrapte kinderen: fel en ontkennend. Senatoren wilden Lewis onder ede vragen stellen tijdens hoorzittingen. Lewis sloeg de uitnodig af: „Ik ben slechts de boodschapper.” Het boek domineerde de bestsellerlijsten en bij Amerika’s grootste boekhandel Amazon staat het nog op altijd op nummer 1.

Het bewustzijn neemt toe

Lewis’ timing was goed. De rijkste 1 procent die hij fileert, ligt onder een vergrootglas dankzij de financiële crisis en Thomas Piketty’s Le Capital au XXIe siècle (Kapitaal in de 21ste eeuw) over de groeiende inkomensongelijkheid. „Mensen zijn zich er eindelijk van bewust dat er dingen grondig misgaan”, zegt Lewis. Het succes heeft ook te maken met zijn status.

Lewis’ meeslepend geschreven boeken verkopen altijd goed en worden verfilmd met sterren als Brad Pitt in de hoofdrol. De schrijver is een graag geziene gast in praatprogramma’s en in het Witte Huis van Barack Obama. Een boek over Obama’s laatste jaar als president zit er aan te komen, vertelt hij.

Maar geen ander verhaal dat hij schreef heeft in de VS en wereldwijd zo veel aandacht getrokken, beaamt Lewis. „Moneyball een beetje. Maar in dat boek had ik het over honkbalscouts, niet over Wall Street-miljardairs die senatoren in hun zak hebben.” Hij grinnikt. „Hier staat veel op het spel. Als er hervormingen komen door mijn boek, verliezen sommige mensen heel veel geld.”

De aandacht valt niet te verklaren door zijn beschrijving van de flitshandel, want dat is geen nieuw fenomeen. Het gaat om de hoofdpersoon die zowel Lewis als de lezer hoop geeft: het is mogelijk om eerlijk zaken te doen in de amorele beurswereld.

Brad Katsuyama (nu 35 jaar) kwam als jonge handelaar van de Canadese bank RBC naar Wall Street. Hij deed zijn werk, viel niet op en begon de opkomende flitshandel te bestuderen. De beurshandel, die eigenlijk in dienst van de ‘echte’ economie zou moeten staan, was ondoorgrondelijk geworden – voor beleggers maar ook voor de meeste beursanalisten en kenners bij beurswaakhond SEC.

Katsuyama trok aan de bel bij zijn collega’s, bazen en de SEC om aandacht te vestigen op de permanente, minimale prijsmanipulaties. De reacties varieerden van schouderophalend tot geërgerd. En dus vertrok hij, om een eigen beurs op te richten: de Investor’s Exchange IEX, of beleggersbeurs, „toegewijd aan de institutionalisering van eerlijkheid in de markten”. Het grondbeginsel: niemand kan er handelen op basis van informatie die anderen niet hebben. Dat klinkt niet baanbrekend, maar Lewis zag in dat het dat wel was.

„Brad is een gewone Canadese jongen”, zegt Lewis. „Alleen in de maffia en op Wall Street is zo’n personage interessant.” Hij volgde Katsuyama een jaar lang. „De groep rond Brad worstelt met vragen over de betekenis van het leven. De meesten op Wall Street denken daar niet over na. ‘Ik verdien enorm veel, dat is de betekenis’, redeneren ze. Na de terreuraanslagen van 9/11 zag je bij sommige Wall Street-gasten iets veranderen. Ze staan op tegen de geheimzinnigheid en oneerlijkheid.”

Lewis ziet niets in overheidsregulering

Lewis werkte als twintiger zelf op Wall Street. Zijn bekendste boeken gaan over die wereld, zoals zijn debuut Liar’s Poker (1989), over zijn tijd onder de beurshandelaren, en The Big Short (2010) over de krediet- en huizenbubbel. Hij ziet niets in overheidsregulering. „Als toezichthouders echt hands-on willen reguleren, moeten ze controleren wat er in de computercodes gebeurt” – de handel vindt immers plaats door middel van nauwelijks te doorgronden algoritmen, die alleen nerds en programmeurs begrijpen. „God behoede ons als ambtenaren zich daarmee gaan bemoeien”, zegt Lewis. „Maar je kunt wel stelling nemen tegen complexiteit. Eenvoud en transparantie aanmoedigen. Je moet het van de daken schreeuwen als er iets mis is. Dan schep je als toezichthouder een open cultuur.”

En dán kunnen beleggers geïnformeerde keuzes maken. Zeker in de VS is bijna iedereen betrokken bij de beurs – als zelfstandige belegger, via pensioenfondsen of als klant van een bank. „Ik denk dat de ellende op Wall Street kan gebeuren, omdat mensen niet opletten. Ik daag de lezer uit: je hebt de verantwoordelijkheid om dit te weten. Vind het uit. Kijk rond. Kom in actie.”

Buitenlanders zijn kritischer

Dat is wat Katsuyama doet. Lewis merkt op dat de meest kritische insiders geen Amerikanen zijn. Naast Katsuyama spelen een Ier, een Rus en een Chinees hoofdrollen binnen de IEX. „Outsiders hebben een idealistisch beeld van hoe dit land moet werken. Wijkt de realiteit af, dan rebelleren ze. Amerika wordt altijd verfrist door nieuwkomers. Ook daarom ben ik hoopvol. Onze cultuur draait om verandering.”

Volgens Lewis zouden veel van de hoogopgeleide alfatypes op Wall Street onder andere omstandigheden oorlogshelden kunnen zijn. „Dan zouden ze moed tentoonspreiden en in staat zijn met enorme risico’s om te gaan.”

Het winstoogmerk en kortetermijndenken regeren momenteel omdat niemand moreel leiderschap toont, zegt Lewis. „Daar ligt de ruimte. Brad zegt: laten we het op een eerlijke manier doen. Dan verdienen we iets minder, maar het is efficiënt, en een stuk beter voor de wereld.”