Brieven

Letsel: de helft is omstander

De laatste zes jaarwisselingen heeft vuurwerk in Nederland 1868 ogen beschadigd waarvan er 131 blind werden. Per uur dat vuurwerk afsteken werd gedoogd, kwam er dus 1,4 blind oog bij. 58 ogen zijn uiteindelijk volledig verwijderd. De helft van de slachtoffers was omstander. 70 procent van de letsels wordt veroorzaakt door legaal en 30 procent door illegaal vuurwerk.

In Nederland krijgen we het voor elkaar om door pretvuurwerk in twee jaarwisselingen meer oogletsels te veroorzaken dan alle 512 oogtrauma’s die werden opgelopen door Amerikaanse troepen gedurende 4 jaar in Irak en Afghanistan. Wij oogartsen vinden deze rekening te hoog en pleiten daarom op medische gronden voor een verbod op afsteken van consumentenvuurwerk.

Als alternatief stellen wij openbare, professionele vuurwerkshows.

Uit de internationale oogheelkundige literatuur blijkt namelijk dat alleen een verbod op consumentenvuurwerk oogletsels kan voorkomen. De veiligheid van burgers in de publieke ruimte kan tijdens de jaarwisseling niet gewaarborgd worden. Als er ergens in de wereld een reisbestemming zou zijn met een dergelijk hoog risico op letsel door explosieven als in ons eigen land rond Oud en Nieuw, dan zou onze regering voor een dergelijk land een negatief reisadvies afkondigen.

Actie van de burgemeesters van de vier grote steden heeft bewerkstelligd dat de gedoogtijd voor consumentenvuurwerk gehalveerd is van 16.00 tot 8.00 uur. Dit jaar mag pas om 18.00 uur vuurwerk door leken afgestoken worden. Wij, oogartsen, houden ons hart vast en zijn benieuwd hoeveel blinde ogen en blijvende letsels er deze keer weer worden veroorzaakt!

, oogarts, namens het Nederlands oogheelkundig gezelschap

Concurrentievervalsing

Staatssteun Turkse bakkers

In het interview met Abdullah Kavukcu laat de bestuursvoorzitter van de Turkse bakkerijketen Simit Sarayi, die tien winkels in Nederland heeft, in 2015 nog tien winkels in Nederland opent, zich ontvallen: „We hebben Turquality-steun. Dat betekent dat de Turkse staat bijdraagt in de huur.” Vervolgens zegt hij: „Europeanen kunnen niet zoveel risico’s nemen als wij.” Nee, dat kunnen ze zeker niet als zij staatssteun ontberen en Simit Sarayi die wel ontvangt. De heer Kavukcu merkt op dat „ze” in Amsterdam Simit Sarayi eerst tien keer wilden doorlichten. Maar, „Nu rennen ze voor ons om nieuwe locaties te vinden.” Er lijkt eerder aanleiding te bestaan om naar de mededingingsautoriteiten te rennen. Er is niets op tegen als een onderneming een plaats op de markt verovert doordat ze een aantrekkelijk product aan kan bieden tegen een redelijke prijs, op voorwaarde dat ze die redelijke prijs kan vragen dankzij efficiënte productie en bevoorrading. Als ze daarentegen andere aanbieders het leven zuur kan maken dankzij staatssteun is er sprake van concurrentievervalsing. En dat is verwerpelijk.

Hans Visser, emeritus professor economie (VU)

The Interview

Tel invloed in recensie mee

De film The Interview mag dan wel niet zo spectaculair zijn als Interstellar, maar het is tenminste wel een zege voor onze vrijheid van meningsuiting. Dat mogen de westerse recensenten ook best mee laten wegen in hun onterecht vernietigende oordeel, want van hun Noord-Koreaanse collega’s hoeven we het niet te verwachten.

Martijn Janse

Beatrix Ruf

Wie betaalt dat pendelen?

In het interview met Beatrix Ruf (NRC, Dagboek 2014, 20 december), de directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, wordt meegedeeld dat zij nog geen tijd heeft gehad een huis te vinden in Amsterdam. Zij pendelt heen en weer tussen Zwitserland en Nederland. Tussendoor logeert zij in het Hilton Hotel. Jammer dat de interviewer niet gevraagd heeft of zij de daaraan verbonden kosten zelf betaalt of dat zij die, wie weet met succes, declareert. Nu moeten we even wachten tot het relletje hierover losbarst.

P. van der Eijk

Oud worden

Aftakeling is geen groei

Professor Joep Dohmen is van mening dat we de moed moeten hebben om oud te worden (NRC, O&D, 27 december). De wens van de bio-ethicus Ezechiël Emanuel om na zijn 75ste niet meer behandeld te worden voor ziektes vindt hij armzalig en laf. Emanuels nabestaanden zullen zijn voortijdig afscheid ‘heel zeker’ herinneren als een autonome act van ultieme benepenheid en narcisme. Hoe weet Dohmen dat zo zeker? Kent hij de familie of is dit een algemeen geldende menselijke wet? Is er onderzoek naar gedaan en wat zijn zijn bronnen? Ouder worden ziet hij als een persoonlijke zoektocht en existentieel proces van zelfverwerkelijking. Er zullen vast mensen zijn die bijvoorbeeld het ondergaan van een behandeling van borstkanker bij een vijfentachtigjare dementerende vrouw als een pittige uitdaging zien die bijdraagt aan innerlijke groei. Er zijn echter ook mensen die hier geen zin in hebben. Mag het? Is dat lafheid? En zelfs als het dat is, wie zegt dat een mens zijn hele leven moedig moet zijn? Het klinkt nogal moralistisch voor een moderne filosoof. Gelukkig heeft Dohmen nu hij met emeritaat is alle gelegenheid om eens wat verpleeghuizen, woonzorgcentra en ziekenhuizen te bezoeken. Dan ziet hij waarom niet voor iedereen op hoge leeftijd een gevoel van vertrouwen en welbehagen is weggelegd, zoals Goethe dat graag zag. Meteen een mooie uitdaging om als filosoof en levenskunstenaar een zekere mildheid in oordeel te ontwikkelen.

Meta Snijders

Vrije artsenkeuze

Laat de keuze aan de klant

Erik Schut, Wynand van de Ven en Marco Varkevisser, drie economen van de Erasmus Universiteit, verdedigen het plan van Schippers met het argument dat ondoelmatig werkende zorgaanbieders niet betaald zouden moeten worden. Goed idee. Laat ons als premiebetalers die keuze maken. Als zorgverzekeraars de informatie over kwaliteit en doelmatigheid publiceren en tevens publiceren hoe zij aan die informatie komen dan kunnen wij als consumenten zélf een keuze maken. Deze transparante manier van werken draagt bij aan het beschermen van consumenten tegen willekeur, vriendjespolitiek en corruptie.

Ferko Öry, kinderarts

Wetenschapsvisie

Vrijheid geef je niet zo op

Weg met de academische vrijheid! Laat burgers meekijken in de keuken van de wetenschap en de agenda mee bepalen, aldus Trudy Dehue (NRC , 27 dec. 2014). Dat klinkt sympathiek, want democratisch. Maar zou Dehue het ook echt menen? Voor haar scherpzinnige boeken De depressie-epidemie (2008) en Betere mensen (2014) gebruikte zij volop de academische vrijheid om het onderzoek te doen dat haar zinvol leek. Zou ze die vrijheid werkelijk willen inruilen voor een agendabepaling door derden, of het nu politici zijn, burgers of bewindvoerders binnen de wetenschap zelf?

Ruud Abma

Diversiteit nieuwsredacties

Zijn alle kranten hetzelfde?

In NRC (27 december, O&D) wordt het artikel van Mark Deuze gehighlight door de zinsnede: „Eenvormige en eenkennige cultuur, het domein van een kleine maatschappelijke elite.”

Zou ik daarin kunnen lezen dat diezelfde kleine maatschappelijke elite op de de redacties van alle kranten terug te vinden is ? Gaat NRC straks ook aan Arnon Grunberg van de Volkskrant? En lezen we straks ook Leon de Winter in NRC in plaats van in de Telegraaf ? Ik mag hopen dat u het aan de redacteuren van NRC laat.

D. van Vliet

Correcties en aanvullingen

E-readers

In het onderzoek waarop het bericht E-readers zijn handig in bed, maar je slaapt er niet lekker door (24 dec., p. 2) is gebaseerd, blijken de proefpersonen te hebben gelezen op iPads, niet op e-readers met achtergrondverlichting.

Auto te water

In De een na de ander sprong in het water (NRC Weekend, 27 & 28 december, p. 20-23) stond dat de meldkamer Kennemerland de eerste melding kreeg om 17.33 uur en dat het even later „inmiddels 17.35 uur” was. Dit moet zijn 16.33 en 16.35 uur.