Wrakstukken in de Javazee

In Zuid-Oost Azië neemt vliegverkeer snel toe: regio voor derde keer dit jaar opgeschrikt door vliegramp.

Familieleden van de passagiers van het van de radar verdwenen vliegtuig van Indonesia Air Asia zoeken op de luchthaven van Juanda, Soerabaja, troost bij elkaar terwijl ze wachten op nieuws. Foto EPA

De luchtvaartautoriteiten in Azië gaan ervan uit dat het sinds gisteren vermiste vliegtuig van Indonesia AirAsia is neergestort en naar de zeebodem is gezonken. Reddingsteams hebben vandaag opnieuw gezocht naar het toestel, dat in slecht weer verdween boven de Javazee tussen Indonesië en Singapore. Gevreesd wordt dat alle 162 inzittenden, van wie het merendeel Indonesiërs, zijn omgekomen.

De bemanning van een Australisch vliegtuig – onderdeel van de internationale reddingsactie – zag vandaag voorwerpen drijven in het zoekgebied. Ze lagen ruim 1.100 kilometer van de locatie waar gisteren voor het laatst contact is geweest met het verdwenen vliegtuig. Onderzoek moet uitwijzen of het om brokstukken van de vermiste Airbus A320-200 van AirAsia gaat. Ook zijn er olievlekken gezien.

AirAsia, een budgetmaatschappij die 18 jaar geleden werd opgericht, heeft nooit eerder een ongeluk gehad. Toch vestigt de vliegramp opnieuw de aandacht op de vliegveiligheid in twee landen: Maleisië, de thuisbasis van AirAsia, en Indonesië, waar dochteronderneming Indonesia AirAsia is gevestigd.

Het vliegtuig van Indonesia AirAsia was onderweg van Soerabaja in Indonesië naar stadstaat Singapore, waar veel Indonesiërs op vakantie gaan. De piloot vroeg toestemming om hoger te gaan vliegen vanwege het slechte weer: van 9.700 meter naar 10.303 meter. Niet veel later, om 6:14 uur lokale tijd en net een uur voordat vlucht QZ8501 zou moeten landen, werd het contact met de Airbus verbroken. Er zijn geen noodsignalen afgegeven.

Gevreesd wordt dat het toestel in zee is gestort tussen Tanjung Pandan op het eiland Belitung en Pontianak, op Kalimantan. Vlucht QZ8501 had twee piloten en vijf bemanningsleden aan boord. Onder de 155 passagiers waren 149 Indonesiërs, drie Zuid-Koreanen, een Singaporees, een Brit en een Maleisiër.

Ook in buurland Maleisië is geschokt gereageerd op de ramp, die volgt op twee grote vliegrampen dit jaar met toestellen van de nationale luchtvaartmaatschappij Malaysia Airlines. Op 8 maart verdween vlucht MH370, op weg van Kuala Lumpur naar Beijing, met 239 passagiers aan boord. Het toestel is nog altijd niet gevonden. Op 17 juli werd vlucht MH17 van Malaysia Airlines uit de lucht geschoten boven rebellengebied in het oosten van Oekraïne. Alle 298 passagiers en bemanningsleden kwamen om, onder wie 193 Nederlanders. Malaysia Airlines heeft inmiddels ernstige financiële problemen.

Ook voor Indonesië is het een grote ramp, aangezien de meeste passagiers daar vandaan komen. Bovendien probeert het land al jaren om de slechte reputatie op het gebied van vliegveiligheid te verbeteren. De ramp met het toestel van Indonesia AirAsia, dat voor 51 procent in Indonesische handen is, roept opnieuw vragen op over de veiligheid van Indonesische vliegtuigmaatschappijen.

Tot 2009 handhaafde de Europese Unie een verbod op Indonesische luchtvaartmaatschappijen, nadat er in de voorgaande jaren regelmatig ongelukken waren gebeurd binnen Azië. Nog altijd wordt de grootste luchtvaartmaatschappij van Indonesië, het snelgroeiende Lion Air, geweerd door de EU.

Het vliegverkeer in Azië neemt snel toe, gevoed door de snelgroeiende economieën van de meeste landen. In Zuid-Oost Azië worden inmiddels 1,1 miljard luchtvaartpassagiers per jaar vervoerd, aldus de International Air Transport Association (IATA). Dat cijfer zal in de komende twintig jaar stijgen tot 2,9 miljard passagiers.

Indonesië is een van de vijf belangrijkste groeimarkten ter wereld, aldus de IATA, met 250 miljoen inwoners verspreidt over duizenden eilanden. De komende twintig jaar zullen nog eens 183 miljoen extra Indonesiërs het vliegtuig nemen.