VVD-ministers lijken zich aan obstructie schuldig te maken

Op de wet die topinkomens bij de overheid en in de collectieve sector aan een nieuw maximum bindt, is veel aan te merken, maar een feit is dat zij zowel door de Tweede Kamer (in juni) als in de Eerste Kamer (deze maand) is aangenomen. De verantwoordelijke minister, de PvdA’er Plasterk (Binnenlandse Zaken), was er veel aan gelegen om de wet per 1 januari 2015 ingevoerd te krijgen. Dat gold ook voor de meerderheid van het parlement; de Eerste Kamer wijdde er vorige week maandag zelfs een spoeddebat aan.

Plasterk had zijn zegeningen na de stemming in de senaat nauwelijks geteld of twee collega-ministers, beiden van de VVD, lieten de Tweede Kamer weten dat zij de nieuwe salarisregeling niet al volgend jaar zullen invoeren. Blok, die op hetzelfde departement als Plasterk is gevestigd en over de woningcorporaties gaat, en Schippers (Volksgezondheid, Welzijn) schreven dat zij de tijd te kort achten om „op zorgvuldige wijze” te komen tot „een evenwichtige indeling in klassen met bijbehorende bedragen”. Zij meldden dit in exact gelijke bewoordingen.

Dit betekent bijvoorbeeld dat bij woningcorporaties het topsalaris niet tot het ministersniveau van 178.000 euro per jaar wordt teruggeschroefd, maar dat in 2015 de norm van 230.434 euro blijft gelden. PvdA-minister Bussemaker (Onderwijs en Wetenschappen) zag wél kans om de nieuwe regels tijdig in te voeren, maar werd door de handelwijze van collega Schippers gedwongen er in het wetenschappelijk onderwijs van af te zien in verband met de relaties daarvan met universitaire medische centra.

Bedenk hierbij dat de nieuwe wet een overgangstermijn kent waardoor pas in 2022 het nieuwe maximum zal gelden voor alle functionarissen die op basis van hun huidige contract nu meer verdienen.

Het lijkt sterk op obstructie van de twee ministers. Het vermoeden is gerechtvaardigd dat zij, om op zichzelf begrijpelijke redenen, weinig zien in alweer nieuwe salarisgrenzen in de (semi)publieke secoren. Hun geestverwanten in de Eerste Kamer, de VVD-fractie, stemden, anders dan hun partijgenoten in de Tweede Kamer, vorige week tegen het wetsvoorstel. Maar Blok en Schippers tekenden twee jaar geleden, toen zij tot het kabinet toetraden, voor een regeerakkoord waarin de verlaging van de salarisnorm was opgenomen. Een concessie van hun partij aan de PvdA.

De Eerste Kamer neemt wel vaker wetsvoorstellen aan die korte tijd later van kracht worden. Burgers, gemeenten, pensioenfondsen en andere instellingen kunnen zich dan ook niet beroepen op een te korte voorbereidingstijd. Het siert de twee ministers niet dat zij dit wel doen. Laten zij zich aan de wet houden.