Strooien helpt. Uitkijken ook.

Decennialang ging Rijkswaterstaat de gladheid met magnesium te lijf. Nu is er de krachtige Firestorm.

In Breda wordt op het terrein van Rijkswaterstaat een strooiwagen geladen. Foto Maarten Hartman

Stomend heet water spuit met grote kracht op de sneeuw, uit de bijna vijftig spuitkoppen achterop de kleine vrachtwagen van Rijkswaterstaat. „Dat snijdt dwars door ijsplaten op de weg. Als een hark door het zand”, zegt Jan Rients Slippens, beleidsmedewerker gladheid van Rijkswaterstaat. Nee, zijn achternaam leidt niet tot grappen, deze dagen. Slippens: „Alleen journalisten denken dat.”

De Firestorm heet het geheime wapen dat tegen de gladheid wordt ingezet. De wagen wordt in Alpenlanden vaak gebruikt op bochtige bergwegen. Sinds vorig jaar heeft Nederland er ook twee. Afgelopen zaterdag zijn ze voor het eerst ingezet, op de A16 tussen Breda en Rotterdam. Het was de eerste sneeuw en leverde meteen vertragingen op, met vooral lange files op de A27 door geschaarde vrachtwagens.

De mannen van Rijkswaterstaat zijn merkbaar opgewonden als de Firestorm ’s middags aankomt bij de zoutloods in Breda. Buiten in de kou kijken acht mannen in oranje veiligheidsjassen toe als met een kraan 2.000 kilo calciumchloride in de tank bovenop de wagen wordt gestort. Het spul mengt met de 5.000 liter water in de tank. Daarbij ontstaat warmte, waardoor het mengsel binnen ongeveer 20 minuten bijna 70 graden wordt. „Voel maar”, zegt een van de mannen terwijl hij zijn hand op een richel op de zijkant van de tank legt.

De combinatie van warmte, hoge druk en het wat agressievere mineraal – gewoonlijk wordt gestrooid met natriumchloride – is vooral nuttig voor het weghalen van ijsplaten. Die kunnen makkelijk ontstaan op ZOAB, het zeer open asfalt beton op de Nederlandse snelwegen dat vooral geschikt is voor het afvoeren van regenwater. Zeker als er nog niet veel is gestrooid, zoals deze winter, kan de sneeuw die diep in het asfalt is gereden, ijsplaten vormen.

Staffels

Meestal kan met ‘gewone’ strooiwagens en sneeuwruimers worden voorkomen dat zich ijsplaten vormen. Daarvoor is al vanaf vier uur die vrijdagnacht zo’n 750 man van Rijkswaterstaat in touw. Een deel van hen heeft in Breda de zoutstrooi-installaties en de sneeuwschuivers van Rijkswaterstaat gereed gezet. Die rijden vervolgens in zogeheten staffels over de snelwegen: schuin naast elkaar schuiven ze de sneeuw naar de rechterkant. De achterste wagen strooit vervolgens het mengsel van zout en pekelwater over de hele breedte.

Frank Woestenberg coördineert vanuit Breda, een van de 56 landelijke steunpunten, de chauffeurs. „Meestal rijden ze als groep hetzelfde traject op en neer, net zolang tot het zout op is. Dan komen ze hier opnieuw laden, een kop koffie drinken, en dan gaan ze weer.” Maar vaak moet Woestenberg bijsturen. Hij krijgt voortdurend telefoontjes van chauffeurs die doorgeven hoe de weg erbij ligt, of van coördinatoren van andere steunpunten. In de bocht bij Etten-Leur richting Rotterdam is de weg slecht, krijgt hij in de loop van de ochtend door. Hij besluit magnesium, het meest gebruikte middel, in te zetten om de ijsvorming daar te bestrijden. De chauffeurs moeten ondertussen terugkomen om het speciale zout inladen. Later op de dag hoort hij dat het magnesium niet goed genoeg werkt. Er volgt overleg of een rijbaan moet worden afgesloten.

Weerhutje

De informatie van de chauffeurs is nuttig tijdens dit soort werk, als het eenmaal sneeuwt, maar de belangrijkste informatie komt uit het zogeheten gladheidmeldingssysteem. Op 350 punten in Nederland zijn sensoren in het wegdek geplaatst, met naast de weg een weerhutje. Daar wordt onder meer luchtvochtigheid, neerslag en temperatuur van het wegdek gemeten. Op grond van de informatie uit dat systeem beslissen de 14 gladheidscoördinatoren wanneer preventief moet worden gestrooid. „Dit jaar is er bijvoorbeeld al tien nachten gestrooid,” zegt Slippens. „Dat gebeurt meestal voor de ochtendspits, dus de meeste automobilisten merken daar niets van.”

Ja, hij weet dat Nederlanders graag klagen over de begaanbaarheid van wegen bij slecht weer. Maar Rijkswaterstaat kan niet alle hinder voorkomen, benadrukt hij. „De ergste ijsvorming ontstaat bij de files”, zegt hij. „Dan komt er veel sneeuw op de weg terecht, zonder dat er schuivers en strooiers langskomen.” Bovendien wordt die sneeuw door de langzaam rijdende auto’s sterk samengedrukt.

Het voorkomen van ongelukken, ligt eigenlijk vooral in handen van de automobilisten zelf, zegt Slippens. Een kwestie van afstand houden en snelheid aanpassen. Zo simpel is het vaak. „Mensen denken dat ze met winterbanden alles kunnen”, moppert een van de chauffeurs. „Dan piepen ze bij ons tussendoor, als we in de staffel rijden, om een paar honderd meter verderop in een slip te raken. Dan begint de ellende.”