Meestal machtig goed werk van Leo Smit

Componist Leo Smit (1900-1943)

Wie de nieuwe box met het verzameld werk van Leo Smit (1900-1943) draait, zou bij beluistering wel eens teleurgesteld kunnen zijn. De opnames zijn namelijk niet nieuw – die stammen uit 1999 en 2000. De box, verschenen bij Etcetera, is een veredelde heruitgave. En toch verdienen deze cd’s de aandacht.

Smits oeuvre wordt overschaduwd door zijn tragische levensloop. De Amsterdammer uit een Joodse familie werd gedood in vernietigingskamp Sobibor. Het grootste deel van zijn werk bleef bewaard omdat de componist zijn partituren aan vrienden had geven. In de jaren negentig kwam de waardering voor zijn werk op gang, maar de muziek is nog altijd te weinig bekend. Als iets uit deze vier cd’s blijkt, is dat zijn muziek tot de beste en kleurrijkste Nederlandse muziek van de twintigste eeuw behoort.

Luister naar het uitgesproken Trio voor klarinet, altviool en piano (1938). Iedere noot telt. Het stuk blinkt uit in ritmische variatie. Smits werk is onmiskenbaar Frans georiënteerd en schatplichtig aan Debussy, Ravel en Roussel. Af en toe doet de muziek ook aan Bohuslav Martinu denken, die net als Smit bijzonder goed voor de fluit componeerde.

Misschien is dat een van de redenen waarom juist fluitiste Eleonore Pameijer zich voor Smit inspant. In 1996 richtte ze met pianist Frans van Ruth de Leo Smit Stichting op. Samen spelen ze de Sonate, zijn laatste en in zijn sterfjaar voltooide werk. Wat een ongelooflijk knap, weelderig en energiek stuk is dat. De vurig uitgevoerde sonate is een van de hoogtepunten uit de box, net als het dreigende en aangrijpende Duo voor hobo en cello, dat mooi wordt gespeeld door Ernest Rombout en Doris Hochscheid.

Het is vooral kamermuziek waarin Smit uitblonk. In zijn orkeststukken is het niveauverschil groter. En juist daarin waren nieuwe uitvoeringen welkom geweest, want sommige opnames lijken iets vluchtiger gemaakt (zoals het Altvioolconcert met het Nederlands Kamerorkest en Daniel Raiskin als solist). Zijn enige Symfonie in C (1936, gespeeld door het Nederlands Kamerorkest onder Lucas Vis) is een neoclassisistisch stuk waarin kruidige harmonieën en lichtvoetigheid elkaar afwisselen.

Het is verleidelijk om je af te vragen wat hij nog had kunnen maken als hij langer had geleefd. We zullen het moeten doen met deze vijf uur muziek. Daarvan zijn de meeste machtig goed.