Column

Internationale school

Een vriendin die haar tienerjaren in Warschau heeft doorgebracht, vertelde dat haar Poolse pubervrienden hun gezichten hebben opgespoten en hun dijen afgetapt. Onlangs gezien op een schoolreünie. Het heeft met geld te maken, zegt ze. Die paar Poolse leerlingen op ‘haar’ internationale school waren de kinderen van Polen die destijds gedijden bij de economische shocktherapie die het land was voorgeschreven.

Nu, twintig jaar later, zie ik het direct op het schoolplein van de Britse school in Warschau waar mijn kinderen naartoe gaan. Deze moeders lijken in niets op de vrouwen op het schoolplein in Amsterdam. Ook een niet getraind oog ziet dat plastisch chirurgen hier ingrijpend werk mochten verrichten. Nog opvallender is de kleding: dit zijn geen ‘ik-moet-snel-door-naar-mijn-werk-moeders’. De dure Vuitton-tassen bevatten louter opmaakgerei en de hoge hakken verbieden snelheid in welke vorm ook. Sommige lijken te hebben geoefend op een soort mannequinloopje, waarbij je iedere voet pal voor de andere zet.

Ik maak stiekem een paar foto’s met mijn telefoon, om naar huis te sturen ter adstructie van mijn verbazing. Dat vertel ik mijn vrouw later met enige schroom; je lijkt toch snel op een vieze gluurder. Maar die schroom neemt zij weg wanneer ze zelf voor het eerst het schoolplein betreedt. „Modepoppen”, zegt ze misprijzend. En vooral: „Wat zijn het er veel!” Dat is inderdaad opvallend: Poolse modepoppen domineren. Nauwelijks een Britse ouder te bekennen bij deze Britse school. Navraag leert: het aantal Poolse kinderen is snel gestegen, tot meer dan de helft.

Dat blijkt een trend. Van de bijna 3,8 miljoen leerlingen van internationale scholen met Engels als voertaal, komt tachtig procent uit de buurt. Inlanders. Uit de cijfers van de International School Consultancy Group (ISC) blijkt dat dit dertig jaar geleden twintig was. Tachtig procent van de leerlingen kwam toen uit een buitenland.

De toenemende populariteit van Engelstalige scholen in niet-Engelstalige landen is goed te begrijpen. Een vlekkeloos Engels sprekend kind met goed onderwijs heeft toegang tot de beste banen. Dus geef ouders die het kunnen betalen eens ongelijk. Het weekblad The Economist voorspelt een explosieve groei van het aantal Engelstalige internationale scholen en een groei van het aantal gastlandkinderen op die scholen.

Ik geloof het niet zo. Expats vinden het namelijk helemaal niet leuk om hun kinderen met zoveel inboorlingen naar school te laten gaan. Ik hoorde onlangs al een Nederlandse moeder pleiten voor de Amerikaanse school in Warschau, omdat daar, anders dan op de Britse, veel minder Polen op zitten. Letterlijk zei ze: „Daar zijn gelukkig veel meer buitenlanders”.

Zo’n zin hoorde je hetzelfde type vrouw, met geblondeerd haar, SUV en Gooisch accent, niet snel in Nederland uitspreken. Joepie, méér buitenlanders.

Ze staat niet alleen. Om expats tegemoet te komen, stellen sommige internationale scholen quota in: maximering van het aantal autochtone leerlingen. Dat lijkt me de toekomst. De groei van het aantal Engelstalige scholen in hoofdsteden als Caïro, Peking en Abidjan gaat door, daar heeft The Economist vast gelijk in, maar dan in twee soorten: één met louter inlanders en één met louter expatkinderen. Voor expats is de situatie dan weer als dertig jaar terug. Met één verschil: wie probeert uit te leggen waarom zijn kind niemand kent uit het gastland, heeft een smoes minder.