Hyperenergieke schets van onze wezenloze consumptiewereld

Foto Kurt van der Elst

„Wat is er met hem aan de hand?”, vraagt Hans Leendertse ergens midden in de nieuwe voorstelling van Jetse Batelaan. Leendertse doelt op Chiron Holwijn, die besmeurd met smerig gekleurde prut tussen de plastic vuilnis op een stuk karton ligt te kreunen. „Die is aan het werk. Hij is acteur”, antwoordt Tjebbe Roelofs in zijn rol van publieksbegeleider, waarop Leendertse verzucht: ‘Realistisch toneel, dat zie je niet veel meer.’

De ironie in deze scène vat Batelaans werk in het algemeen en deze voorstelling in het bijzonder aardig samen. Theatervanzelfsprekendheden worden bruut doormidden gezaagd en van realisme is juist weinig sprake. Holwijn ligt in een decor van goudslierten, om hem heen danst een showballetje met plastic glimlach en ondertussen probeert Leendertse, behangen met tassen van de Mediamarkt en Bart Smit, bij de technicus rekwisieten te kopen die niet meer in de voorstelling worden gebruikt.

Het is een zeer associatieve mix die Batelaan opvoert. De zwerver, het showballet, de koopdrift, de bergen plastic en pluche speelgoed; alles heeft met onze consumptiemaatschappij te maken. En bij tijd en wijle hebben de scènes een veelbelovende scherpte. Maar de merkwaardigheid van sommige beelden - zoals het mistroostige (of berustende?) krabben over het tapijt met spullen - brengt geen diepte in de nogal eenzijdige boodschap dat consumeren afstompt. Eerder onduidelijkheid. Bovendien slaat de wezenloze energie van de spelers de voorstelling hier en daar dood. Dit keer balanceert Batelaans fameuze niksigheid als theatraal stijlmiddel op het randje waar geestig absurdisme overgaat in betekenisarmoede.