Het beste van Kees. Leeftijdsverschil

In de afgelopen bijna vijftig jaar dat ik hier op aarde sta en me tussen de mensen begeef, is mij altijd iets opgevallen. Leeftijdsverschil. Hoe voel ik me als er leeftijdsverschil is?

Voorbeeld: ik was vier jaar. Tijdens een bezoek aan kennissen van mijn ouders kreeg ik het aan de stok met een jongen van negen. Omdat ik zijn slaapkamer binnendrong. Op het moment dat ik me daar bevond, stormde opeens een forse gedaante binnen. Ik schrok me wezenloos. Tegenover het potige lijf dat twee koppen boven me uitstak, voelde ik me hulpeloos en nietig. Hij joeg me weg. Ik nam toevlucht tot mijn ouders.

Toen ik zelf een leeftijd van negen jaar had bereikt zat ik in een klas tussen leerlingen die twee, drie jaar ouder waren. Ik voelde me nog maar een piepkuiken vergeleken met die grote bazen.

Vier jaar later. Ik werd dertien. Ik ging naar de middelbare school. In een ruimte te midden van eindexamenleerlingen deed ik mijn werk. Wat een reuzen van knullen, dacht ik. En die zware stemmen! Met mijn dertien jaar was ik nog maar een jonkie. Ik moest de baard nog in de keel krijgen.

En hoe zag ik als kind mijn ouders? Die beschouwde ik als een categorie apart. De echte grote mensen. Lieve, wijze mensen van wie ik een hoop kon leren. Zij gaven het voorbeeld hoe het moest.

Ik had en heb nog steeds, veel bewondering voor hetgeen waartoe zij in staat zijn. Op kantoor geld verdienen, vloeiend vreemde talen spreken, hockeyen, tennissen, golfen, me helpen bij het huiswerk en... Helpen naar een toekomst!

Als zesjarige bewonderde ik in een kinderboek een illustratie van een familie. Ik zag onder andere een vader getekend als een wat ouwelijke figuur. En een moeder als een parmantige dame in een mantelpak en op hoge hakken.

Nu ben ik zelf iemand van die leeftijdscategorie. Nu behoor ik tot de „grote mensen”.

Bekijk ik dezelfde illustraties na ruim veertig jaar opnieuw, dan ben ik verbaasd. Het valt me op dat diezelfde „ouwelijke vader” nu een jonge indruk maakt. Hij was ook jong.

En hoe zit het met de jongens en meisjes van circa elf, twaalf jaar die ik destijds zo volgroeid en knap vond? Zijn ze dat nog steeds? Knap wel, maar het zijn gewone, jonge kinderen. Ze staan zo ver van me af!

Betekende vroeger iemand van vijf jaar ouder een enorm verschil, nu zie ik een zestigjarige vrijwel als mijn gelijke. Wanneer ik met een jongen of meisje van veertien spreek, merk ik dat ik mijn taalgebruik moet vereenvoudigen om het gesprek begrijpelijk te houden. Ik verplaats me in de gedachtenwereld van de jeugd. Niet makkelijk overigens, hoor!

Leeftijdsverschil, een intrigerend verschijnsel.