Een economie afhankelijk van het onstuurbare weer: skiën in de Alpen

Beeld iStock

Dit weekend strandden toeristen op weg naar de skigebieden in de Franse Alpen door hevige sneeuwval. In Nederlands favoriete wintersportland Oostenrijk is dát in ieder geval niet het probleem. Daar viel juist te weinig sneeuw. En dat is problematisch in een land dat sterk afhankelijk is van toerisme. Vier vragen.

1. Wat is er aan de hand?

Nederland ligt plat als het een dag sneeuwt, in Oostenrijk is het andersom: het heeft sneeuw nodig. Het toeristisch seizoen had volop begonnen moeten zijn. Maar het weer is moeilijk te sturen.

Vrijdag viel in wintersportdorp Kaprun pas de eerste sneeuw sinds oktober. Horeca, hotels, winkels en zelfs taxichauffeurs hadden het er vorige week rustiger dan normaal. De Kitzsteinhorn-gletsjer bij Kaprun, op twee- tot drieduizend meter, is open. Maar de eerste sneeuw was niet genoeg om alle skibanen in de omgeving te openen: de sneeuwkanonnen die ’s nachts aanstaan kunnen er op lagere hoogten niet tegenop. De grassprieten steken overal nog bovenuit.

2. Hebben wij daar iets mee te maken?

Vorige winter was 13 procent van de wintertoeristen in de regio Nederlands. Niet gek, want Nederland houdt van wintersport. Vorig jaar gingen we bijna een miljoen keer. Ruim de helft ging naar Oostenrijk.

Vorig jaar gaven we bijna 680 euro per wintersportvakantieganger uit. Maar reisorganisatie Vrij Uit bevestigt vorige week veel gebeld te zijn om wintersportvakanties te annuleren. Sommige reisorganisaties bieden sneeuwgaranties en boekten om.

3. Wat zijn de directe gevolgen?

De toeristeneuro’s, vooral die van wintersporters, vormen een belangrijke bijdrage aan de economie van Kaprun. Van de après-ski en de Intersport tot de hotels en pensions. In de winter komen in Kaprun en het nabijgelegen Zell am See zo’n 1,2 miljoen bezoekers, elke bewoner heeft wel zijdelings met toerisme te maken.

Kaprun heeft nog geluk. Het heeft de gletsjer. “Daardoor is het hier soms extra druk als het elders niet sneeuwt”, zeggen ze trots bij het toeristenbureau. Maar het gaat niet alleen om Kaprun. 7,5 procent van de werknemers in Oostenrijk werkt in de toeristische industrie (zo’n 326.000 banen), het aandeel in de totale economie is haast even groot. Het wintertoerisme is goed voor de helft daarvan. Ter vergelijking: in Nederland vormt toerisme zo’n 2 procent van het bbp.

Elke sneeuwloze week is problematisch, maar de eerste doet extra pijn. Alleen al van de Nederlandse wintersporttoeristen gaat een kwart in de kerstvakantieperiode.

4. En op de lange termijn?

Het probleem is groter dan een enkele week waarin geen sneeuw valt. Minder Nederlanders gaan de afgelopen jaren naar Oostenrijk. Het aantal bezoekers in Kaprun in de slechte winter van 2013 was 3 procent lager dan het jaar ervoor.

Het gebeurt steeds vaker dat het nog niet genoeg heeft gesneeuwd. Het skiën tast sneeuwgebied aan en door opwarming sneeuwt het minder en later, worden gletsjers korter en stijgt de sneeuwgrens. Dat is al jaren duidelijk. Wat doen ze hier? Tijdelijke oplossingen. Hotels niet-annuleerbaar maken, of miljoenen investeren in betere nepsneeuwmachines en hogere skigebieden. De nieuwste opent eind komend jaar bij Kaprun.

De economische afhankelijkheid van toeval is nog verre van ingeperkt. Wat er met een dorp als Kaprun gebeurt als ook de hogere gebieden niet langer sneeuw kunnen garanderen, is onduidelijk. De zomerbezoekers (ruim 700.000) zijn niet genoeg om matige winters te compenseren. Voor nu zijn de zorgen (even) voorbij: het sneeuwt.