Column

De ongezochte vondst

Het gebeurt me regelmatig: ik krijg een bericht van iemand, terwijl ik mijn telefoon in handen heb, net op het moment dat ik aan diegene denk. Toeval. Maar ook weer niet, want als je voortdurend online bent, vergroot het de kans dat je berichten ziet binnenkomen. En als je voortdurend aan die ene gene denkt, wordt daarmee ook het toeval verkleind.

Stel dat je iemand leuk vindt. Op Whatsapp of Facebook kun je kijken wanneer de beminde voor het laatst online was, dan wel ‘nu actief’. Daar speel je gemakkelijk op in: een spontaan bericht is algauw strategisch geplaatst. Toeval is een kwestie van goed opletten.

Het probleem is dat de ander zich niet geheel laat dwingen. Zelfs al bericht je de begeerde persoon op zijn ‘nu online’ moment; misschien denkt zij of hij wel aan iets heel anders. Juist uit die onmogelijkheid om de ander tot slaaf van jouw verlangens te maken, groeit spanning.

„Creativiteit begint waar het organiseerbare ophoudt”, schrijft Pek van Andel in het boek dat hij onlangs uitbracht: Serendipiteit. De ongezochte vondst. Van Andel is experimenteel oogheelkundige en werd onder meer bekend omdat hij een seksend stel in een MRI-scanner schoof. In Groningen promoveert hij op het begrip ‘serendipiteit’, dat duidt op de gave om iets te ontdekken waar je niet naar op zoek was. Oftewel: „Zoeken naar een speld in de hooiberg en er uit rollen met een boerenmeid.” De meest belangrijke vondsten zijn onverwacht. Vandaar ook dat ‘nuttige’, bedrijfsgerichte wetenschap de doodsteek van de vooruitgang is.

Ik ontmoette Pek zomaar, een paar weken geleden, een dag voordat hij een lezing zou geven op een bijeenkomst die ‘There’s No App For This’ heette. Ik zat te tikken in een café, afgesloten van de buitenwereld, met mijn oortjes in, gericht op de deadline. Hij kwam naast me zitten, bladerde door de krant, belde iets te luid met een jaren negentig mobieltje in een kanariegeel bumperhoesje. Op de rug van zijn telefoon zat een papiertje geplakt, er stonden priegelige aantekeningen op. Hij wachtte op zijn Franse vriendin en zijn vrouw was feminist.

Ik vroeg maar niet of de feminist ook de Franse was.

Eind jaren tachtig al belde Pek de Van Dale om te vragen wanneer ze een woord in hun grote boek opnemen. De Van Dale meldde dat een woord in ‘algemeen’ gebruik moet zijn en het dus in ieder geval in de krant moet hebben gestaan. Zodoende belde Pek een journalist van de Volkskrant, gaf een interviewtje over zijn onderzoek zo, of ontdekking zus en zorgde ervoor dat ‘serendipiteit’ in de kop werd genoemd.

Toeval bestaat, vooral waar er ambitie is.