Bij Jansons is Mahlers ‘Vierde’ openbaring van subtiliteit, club Roest is voor oma’s gratis

Je zou denken dat hij hem al vaker dirigeerde, maar Mariss Jansons leidt in het laatste trimester van zijn chefschap van het Concertgebouworkest voor het eerst Mahlers Vierde symfonie – een werk dat hij tot diens beste rekent. De uitvoering op Eerste Kerstdag, door storing zonder de eerste tien minuten op televisie te zien, loopt alvast vooruit op concerten in februari. Wie afscheid wil nemen van Jansons en het orkest in volle bloei: koop snel kaarten. Hoe snel of vaak Jansons na dit voorjaar terugkeert, is zeer de vraag.

De World Tour in 2013 viel Jansons zwaar. Mede dat deed hem inzien: chef zijn van twee orkesten gaat niet langer. Maar op dit moment is zijn energie weer beter dan in lange tijd, waardoor zijn (harmonieuze) vertrek eens te meer schuurt.

In Mahlers Vierde toonde Jansons zich van zijn allerbeste kant. Dat begon al met de extreme subtiliteit van de klank in het openingsdeel, waarbij de diepe gloed van de celli met de nieuwe aanvoerster Tatjana Vassiljeva de aandacht trok.

Een van Jansons grote krachten blijft het vertellen van een verhaal met contrasten maar zonder hysterische extremen – en altijd met vaderlijke aandacht voor de middenstemmen. Milde Weense zwier klonk in het tweede deel en prachtig was het contrast tussen verdriet en via de celli oprukkende lichtheid in het derde deel. De geweldige jonge sopraan Anna Prohaska koppelde in het slotdeel Das himmlische Leben jeugdige lasertrefzekerheid aan dramatische glans. Levendiger en roerender kan de Kerst-Matinee niet zijn.