Aftakeling, vreugde, gekte, deernis en dood

De fotograaf Paolo Porto toont de kwetsbaarheid van lichamen temidden van verkruimelde palazzi in L’Aquila. Foto Paolo Porto

Op een vrij ongunstige plaats aan de wand hangt zij, bovenaan een trap. Bezoekers van Dancing Light – Let It Move You zouden langs kunnen lopen zonder haar op te merken. Maar vreemd genoeg eist Xavier Miserachs op het oog ongeposeerde foto van de doofstomme flamencodanseres Antoñita La Singla met meer kracht de aandacht op dan sommige van de zorgvuldig geënsceneerde beelden van de expositie in Huis Marseille.

Verderop in de tentoonstelling, die in samenwerking met de Flamenco Biënnale werd georganiseerd, is een serie foto’s van Antoñita te zien. Naar binnen gekeerd, luisterend naar haar innerlijke ritme, opgepikt van de trillende aarde en omgezet in pure dans-emotie: duende.

Dat onvertaalbare woord, primair geassocieerd met flamenco maar ook meer in het algemen verwijzend naar de geest en de oerkracht van de dans, staat centraal in Dancing Light. Het wordt een paar keer in de kern getroffen, vreemd genoeg meer in stilstaand beeld dan in de vertoonde films en video’s. Foto’s die Naoya Ikegami nam van de stokoude Japanse butoh-danser in een van zijn glansrollen, als de fameuze flamencodanseres La Argentina, zijn een samenballing van schoonheid, aftakeling, vreugde, bezetenheid, gekte, dood en deernis. En opmerkelijk genoeg demonstreren de weinig opgewekte gezichten van het dansende paartje op Johan van der Keukens beroemde foto ‘14 Juillet 1958’– hier onderdeel van een prachtig beeldverhaal over de Franse nationale feestdag op Île St. Louis – mooi de manier waarop mensen zich kunnen verliezen in dans.

De ‘geest’ van de dans, de dans der geesten, de danser die de geest van een verwoeste stad belichaamt, het onwillige lichaam dat zich naar de geest, het onverbiddelijke ideaalbeeld van de klassieke dans tracht te voegen; op zeer uiteenlopende manieren geven kunstenaars uit verschillende werelddelen hun visie op de spirituele kwaliteit van het dansende lichaam (en dus niet per se rituele dans).

Soms op een vrij zouteloze manier, door in een filmpje met het ouderwets beeld-over-beeld-effect een transparante ‘geest’ temidden van een groepje ‘echte’ dansers te suggereren (Elad Lassry). Of door naakte danserslichamen in nauwgezet gearrangeerde houdingen te draperen tussen het puin van de door een aardbeving zwaar beschadigde Italiaanse stad L’Aquila. Met zijn foto’s legt Paolo Porto een verband tussen het kwetsbare lichaam en de ooit statige, nu verkruimelde palazzi – maar het is ook op de rand van kitsch.

Sommige video’s lijken er enigszins met de haren bijgesleept. De connectie tussen de ‘oerkracht van de dans’ en de performance waarmee Anne Teresa De Keersmaeker en haar dansers de collectie presenteerden die modeontwerper Martin Margiela creëerde voor H&M, lijkt in elk geval wat dunnetjes.

Oogstrelend is het filmpje wel, net als de ‘bewegende foto’s’ in Slow Dancing van David Michalek: korte dansfrases, opgenomen met een ultra high speed camera, afgespeeld op normale snelheid. In een slow motion van minuten is de gang van de beweging door het lichaam te volgen – fascinerend, en op zichzelf een gang naar Huis Marseille waard.