Zonder extra personeel kunnen die zorgleerlingen niet in gewone klas

Passend onderwijs leek Tessa Scholte een goed idee. Maar in de praktijk pakt het verkeerd uit.

Foto AP

Afgelopen augustus ging de wet Passend Onderwijs in. Maar is deze vorm van onderwijs wel zo passend? De leerling-gebonden financiering, de zogenaamde rugzakjes, zijn afgeschaft, remedial teachers en ambulante begeleiders zijn op veel scholen wegbezuinigd. Klassen worden groter, leerkrachten komen handen te kort. En dit alles zou de kwaliteit van het onderwijs verbeteren?

Passend onderwijs leek mij een goed initiatief. Een plek voor ieder kind in het regulier onderwijs, waar ze begeleiding krijgen en niet meer met een busje naar school hoeven. Dan hoeven ze zich niet langer ‘anders’ te voelen. Helaas zie ik in de praktijk veel kinderen ten onder gaan aan deze nieuwe vorm van onderwijs. Waar blijven de extra handen in de klas waar het kabinet al in 2009 over sprak?

Leerkrachten doen hun best, maar kunnen vaak niet alle kinderen bieden wat ze nodig hebben. Dat is in een klas met drie autistische, drie dyslectische en vijf kinderen met ADHD eenvoudig niet mogelijk. En dan zwijg ik nog over de twee leerlingen die op een eigen leerlijn werken, de vier kinderen die dagelijkse verlengde instructie nodig hebben bij rekenen, taal, spelling, begrijpend lezen en de drie leerlingen die extra uitdaging nodig hebben.

Neem Juf José die aan de instructietafel met drie kinderen zit te lezen. Thomas gilt, schiet onder tafel en gilt harder. Dan klinkt een harde knal van een leerling die wegloopt en de deur dichtgooit. Een ander roept. De klas is afgeleid.

Sommige scholen zitten iets ruimer in hun formatie en kunnen een klassenassistent of een remedial teacher inzetten. Die hebben geluk. Soms ook bieden ouders ondersteuning, voor een paar uurtjes per week. Maar dat is vaak niet structureel.

Is er bij de wet Passend Onderwijs wel aan gedacht dat de kosten van het speciaal onderwijs dalen, maar dat de kosten in het reguliere onderwijs fors stijgen?

Het tekort treft niet alleen de zogenaamde ‘zorgkinderen’; ook andere kinderen gaan eraan onder door. Zij krijgen minder aandacht, want de aandacht van de juf of meester wordt vaak opgeëist door de zorgkinderen. Ik zie kinderen die faalangst oplopen, omdat ze onvoldoende worden begeleid. Kinderen die gedragsproblemen krijgen, omdat er niet datgene uit hen gehaald wordt wat er in zit. Hoogbegaafde kinderen die minder aandacht krijgen.

Deze zaken moeten veranderen. Kinderen hebben niet alleen het recht om zich op school optimaal te kunnen ontwikkelen en ontplooien, zonder zich gefrustreerd, faalangstig of onzichtbaar te voelen, maar ze verdienen ook een plezierige schooltijd. Kinderen moeten vanuit hun hart kunnen leren en de wereld ontdekken. Die kans krijgen ze nu niet allemaal.

Ik zie dat ouders zelf hulp zoeken: bij bijlespraktijken, coaching of trainingen. Gaat het onderwijs in Nederland die kant op? Moeten ouders zelf hulp zoeken? En daar vervolgens veel geld aan uitgeven?

En dan heb ik het nog niet over de leerkrachten gehad. Die gaan ook kopje onder. Veel van hen menen dat ze de kinderen te kort doen. En dat trekken ze zich aan. Ze werken zich suf, maar kunnen niet meer doen. Ze raken gefrustreerd door het onvermogen om ieder kind de benodigde aandacht te kunnen geven. Dat is een ernstige zaak.

De leerkrachten van nu moeten een duizendpoot zijn, ze moeten alle kinderen het onderwijs aanbieden dat bij hun onderwijsbehoeften en -mogelijkheden past. Tegelijkertijd moeten ze resultaten boeken en ook nog eens opletten wanneer welk kind zijn medicijn moet innemen. Is het dan raar dat een burn-out het meest voorkomt in het onderwijs?

Passend onderwijs leek mij echt een goed initiatief, maar zoals het nu is vormgegeven op veel scholen, met één leerkracht in de klas, grote klassen en geen remedial teachers of andere ondersteuning, werkt het niet. Het doel is om elk kind uit te dagen het beste uit zichzelf te halen. Dat doel wordt op deze manier echt niet behaald. Leerkrachten kun je dat niet kwalijk nemen; zij willen wel, maar kunnen het niet alleen.

Het geld komt nu niet terecht waar het bedoeld is, namelijk in de klas. Daarom zeg ik: stel het kind voorop en begin bij meer handen in de klas.