Zielsgelukkig met een Hema-bon

Foto David van Dam

Dit is de Amsterdamse crisisthermometer en hij loopt op. In augustus waren 1.614 huishoudens geregistreerd bij de Voedselbank. In september 1.636. In oktober 1.693. In november 1.825 – „deels verklaarbaar door een nieuw uitgiftepunt in de wijk Slotermeer in Amsterdam Nieuw-West”, zegt coördinator Marie-Lou Florisson. En de eindstand: in december staan 2.013 gezinnen wekelijks in de rij voor de veertien uitgiftepunten in de hoofdstad. De omvang van die huishoudens loopt uiteen van alleenstaanden tot gezinnen met meer dan zes kinderen.

Voordat iemand denkt dat het aanbod (meer uitgiftepunten) hier de vraag bepaalt: de Voedselbank hanteert een hard criterium. Wie na aftrek van vaste maandlasten meer dan 180 euro overhoudt, komt niet in aanmerking voor een voedselpakket. Wie een partner heeft mag er 60 euro bij optellen, voor elk kind komt er 50 euro bij. Per maand. Dat wordt streng gecontroleerd, zegt Florisson. „Elke drie maanden willen we alle bankafschriften zien om te controleren waar deze gezinnen hun geld aan uitgeven.”

Aardappelen, rijst of groente

Het klantenbestand van de Voedselbank in Amsterdam is divers. Zzp’ers die het niet redden. Gescheiden vrouwen die geen alimentatie van hun man krijgen. Gescheiden mannen die na betaling van alimentatie niet genoeg overhouden. Die krijgen wekelijks een pakket met voedingswaren. „Dat is geen volwaardig pakket”, zegt Florisson. „Er kan voor twee of drie dagen aardappelen, rijst of groente in zitten, maar nooit alles voor de hele week.”

Afgelopen week kwam er iets nieuws bij. Stadsdeel Nieuw-West heeft extra geld vrijgemaakt om arme kinderen via de Voedselbank ook nieuwe kleren te geven, en contributies en kleding voor sportverenigingen. Van stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud kon Florisson 75 euro krijgen per arm kind tussen de nul en elf jaar. Dat zijn er in Nieuw-West alleen al 186. Met dat geld heeft Florisson warenhuis Hema benaderd. Dat heeft er nog eens 10 procent bovenop gedaan en zodoende konden medewerkers van de Voedselbank vorige week niet alleen voedselkratjes uitdelen, maar ook enveloppen met een tegoedbon voor 82,50 euro aan Hema-kleding.

Nieuwe kleren”, onderstreept Hilleke Keereweer, sinds negen jaar coördinator op het uitgiftepunt Osdorp. Zij reikte, met andere vrijwilligers, vorige week de tegoedbonnen uit. „Deze kinderen dragen meestal tweedehands kleren. Veel te dunne jasjes en schoenen voor de winter. En ze worden gediscrimineerd door hun klasgenoten: ‘Hee, tweedehandsfiets’, roepen die dan.” Ga even zitten, anders val je om, heeft ze vorige week tegen de mensen in Osdorp gezegd. „Sommigen begonnen te huilen. Sommigen zeiden: Allah zal je zegenen, of God bless you. Als ik de bonnen aan een man had meegegeven, belden ’s avonds hun vrouwen op om te vragen of het wel echt een cadeaubon was en geen kortingsbon.”

Het moest de Hema worden, zegt Florisson, want die is dichtbij. „Deze mensen gaan niet naar de Bijenkorf. Met 82,50 euro kunnen ze ondergoed, maillots, jasjes voor hun kinderen kopen.”

Stropdas

Bij de uitgifte van de bonnen in Nieuw-West kwam voorzitter Baâdoud van het stadsdeel helpen bij het verstrekken van de sportvergoedingen. „Dat willen we anders niet”, zegt Florisson, die er twee voorwaarden aan verbond: geen ambtenaren met stropdas erbij en geen foto’s. „Er is altijd iets van schaamte op de uitgiftepunten. Mensen die voor het eerst voedsel komen halen, kijken je vaak niet aan. En ik moet zeggen, toen ik voor het eerst kwam durfde ik hen ook niet aan te kijken.”

En als ze wel kijkt? Hoe ziet armoede eruit? „Je ziet op het eerste gezicht niet zoveel anders”, zegt Florisson. „Hooguit de dunne jassen die ze dragen.” Zijn ze zelf ook dun? „Nee, ze zijn vaak juist dik door het slechte eten.” Mensen besparen geld op andere manieren, volgens Florisson. „Ze lopen alles. Omdat ze geen fiets hebben en de tram niet kunnen betalen.”

Nieuw-West is het enige stadsdeel waar een dergelijk initiatief is genomen. De tweede traktatie van vorige week was dat kinderen (tot en met zeventien jaar) twee jaar lid mogen worden van een sportvereniging. De contributie wordt voor hen betaald, de kleding ook. Nieuw-West heeft relatief de minste sportende kinderen van de stad, zegt stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud. En de meeste kinderen met zwaar overgewicht.

Hoewel de besturen van de stadsdelen goeddeels zijn ontmanteld en nauwelijks financiële armslag hebben, is het Baâdoud gelukt geld bijeen te sprokkelen. „Er is wel een stedelijke regeling, maar die bedraagt 90 euro voor activiteiten – dat is niet genoeg voor contributie. Wij kunnen ieder kind nu 600 euro geven voor twee jaar.”

Mensen die beweren dat er in Amsterdam geen tweedeling bestaat – een item in de verkiezingscampagne begin dit jaar – moeten maar eens bij die kinderen thuis komen kijken, zegt Baâdoud, een PvdA-bestuurder. „Kinderen slapen soms met hun moeder in de auto. Mensen die met zijn zevenen op twee kamers wonen.” Bij uitgiftepunt Osdorp hebben ze 33 gezinnen met meer dan vijf kinderen, zegt vrijwilligster Hilleke Keereweer.

Tsunami van spullen

Arme mensen gaan er jaar na jaar op achteruit, volgens Keereweer. Ze krijgen niet meer, hooguit minder geld en de kosten voor zorgverzekering, energie en huur lopen elk jaar op. „Gezinnen die vrolijk zijn begonnen, raken in de problemen door ontslag of scheiding. Vader gaat weg. Van alimentatie heeft hij nooit gehoord.” De vanzelfsprekendheden van het leven zijn onzekerder dan veel mensen zich realiseren, zegt Keereweer. „Je hebt een paar weken nodig om het te verwerken als je voor het eerst bij de Voedselbank komt kijken. Huiselijk geweld. Moeders die worden opgesloten door hun man. Kinderen uit vluchtelingengezinnen met trauma’s”.

Florisson loopt door het centrale distributiepunt. Pallets vol ingemaakte worteltjes en doperwten, appelmoes, pasta, op houdbaarheidsdatum gesorteerd. Tuinders brengen overschotten aan appels en sla. In de Voedselbank gaat geen stuiver geld om. De medewerkers zijn vrijwilligers e voor het eten wordt niet betaald. „Rond september waren de schappen leeg”, zegt Florisson. „Dan bonst je hart hoor.” Tegen de Kerstdagen beginnen de mensen weer te geven. „Een tsunami van spullen.”

Een middag op een van de inzamelpunten laat zien hoe snel het kan gaan. Bij de ingang van supermarkt Dirk van den Broek aan het Marie Heinekenplein geeft Florisson klanten een briefje mee voor zij aan hun boodschappen beginnen; of ze ook iets willen kopen voor de Voedselbank. Achter de kassa’s staan vrijwilligers naast tientallen kratten, die in hoog tempo worden gevuld met koffie, bloem, blikgroenten, olie, snoep en tandpasta. Een mevrouw schuift een volgeladen winkelwagen naar de vrijwilligers. „Ik heb net mijn bonus gekregen”, zegt ze. Een andere vrouw komt met twee pakken spaghetti en tomatensaus. „Ik hoop dat ik er zelf nooit gebruik van hoef te maken”, zegt ze.