Wie zingt daar in de oester?

Kun je schelpen horen? Jazeker, hou er maar eens eentje tegen je oor en je hoort geruis. En schelpen kunnen ook knisperen, onder schoenen op een schelpenpad.

Maar ook onder water maken schelpen soms geluid. Biologen hebben dat gehoord. Ze hielden een onderwatermicrofoon naast levende oesterschelpen in de Grote Oceaan. En ja hoor! ‘Tututututu’, klonk het duidelijk. Een beetje zoals een telefoon klinkt die over gaat, maar dan sneller en hoger. Het doet een beetje denken aan de lispeltuut, de pratende schelp van Pluk van de Petteflet...

Maar was het echt de oester? De biologen maakten een zingende oester open. En toen zagen ze wat er zo piepte. Het was een visje. Een parelvisje.

Dat parelvisje is een doorzichtig visje dat in oesters woont. Hij wurmt zich bij oesters naar binnen. Daar eet hij wormpjes en vlokreeftjes die de oester naar binnen zuigt.

Het parelvisje piept met zijn zwemblaas. Dat is een met gas gevulde blaas waarmee vissen in het water stijgen of zich laten zakken. Maar het parelvisje gebruikt zijn zwemblaas ook op een andere manier. Hij kan zijn zwemblaas razendsnel tegen zijn botten laten klepperen. En dan hoor je dat zangerige gepiep.

De oesterschelp versterkt het gekwetter, ontdekten de biologen. Voor het parelvisje is de oester één grote badkamer. Het klinkt vast net zo fijn en luid als bij zingen onder de douche.

Parelvisjes piepen vooral ’s nachts. Als de zon ondergaat begint het. En pas na drieën is het oesterconcert eens afgelopen.

Maar waarom zou het parelvisje zingen? Dat weten de biologen nog niet. Ze weten wel dit: mannetjes hebben een grotere zwemblaas dan vrouwtjes. En als je een zingende oester openbreekt, vindt je vaak twéé parelvisjes. Een mannetje en een vrouwtje.

Zouden de piepende mannetjes aan zwemmende vrouwtjes laten weten in welke oester ze leven? „Pieppiep, kom maar naar binnen, hier woon ik!”

Niemand heeft trouwens gevraagd wat het glibberige oesterdiertje hier van vindt. Die moet het gepiep maar aanhoren, nacht in nacht uit.

Pas als het parelvisje doodgaat, wordt het weer stil in de schelp. Het parelvisje wordt dan met een glimmende laag oesterparelmoer bedekt. Zijn schelpenhuis is nu een parelgraf.