Voor tien uur heb je helemaal niets aan een tiener

Tieners moet je ‘s ochtends vroeg geen proefwerken laten maken, ontdekten twee scholieren. Hun profielwerkstuk is nu een wetenschappelijke publicatie.

foto thinkstock

Ze hadden al verschillende prijzen gewonnen voor hun profielwerkstuk, in juni kregen ze bijvoorbeeld de Onderwijsprijs van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Maar de mooiste prijs kregen Amy Pieper (19) uit Schoonebeek en Anne Siersema (18) uit Dalen afgelopen week: een publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Biological Rhythms. Het onderzoek hadden ze zelf uitgevoerd; de statistische analyses en het opschrijven in goed wetenschaps-Engels deden biologen en psychologen uit Groningen en München.

De meisjes, net van het vwo af, zijn nu derde en vierde auteur bij hun eerste eigen wetenschappelijke publicatie. Hun ontdekking: de avondmensen onder de scholieren halen lagere cijfers op proefwerken, vooral bij proefwerken in de ochtend – naarmate de dag vordert gaan ze hoger scoren. En het was al bekend dat de biologische klok tijdens de puberteit naar achteren verschuift: tieners zijn vaker avondmensen. De onderzoekers pleiten in het artikel voor herziening van het schoolsysteem: middelbare scholen zouden later moeten beginnen.

Unieke dataset

Dat wordt nog wel een puzzel, want „je wilt ook echt niet dat de school later eindigt”, zegt Siersema, die inmiddels civiele techniek studeert in Enschede. Het lijkt haar wel leuk om later de wetenschap in te gaan, vertelt ze. Ook Pieper ziet de wetenschap wel zitten; zij is biologie gaan studeren in Groningen en wil graag de kant van gedrag en neurowetenschappen op. „We hebben ook veel geluk gehad hoor”, zegt ze bescheiden aan de telefoon vanuit Málaga, Spanje, waar ze op vakantie is met haar ouders, broer en zus. Chronobioloog Thomas Kantermann, verantwoordelijk auteur van het artikel, is duidelijker: „Wat deze meisjes hebben gedaan is gewoon geweldig. Ze hebben enorme hoeveelheden gegevens verzameld.”

En precies de gegevens die de chronobiologen al langer wilden hebben, en die moeilijk te verzamelen zijn, zegt Wab Boekelman tevreden: proefwerkcijfers, proefwerktijden én gegevens over ochtend- en avondtype. ‘Meneer Boekelman’ is de docent van De Nieuwe Veste te Coevorden die Pieper en Siersema bij hun profielwerkstuk begeleidde. En die hen naar de Rijksuniversiteit Groningen verwees. „Ik stuur mijn leerlingen altijd de deur uit voor het profielwerkstuk”, vertelt Boekelman. „Dan krijg je de leukste werkstukken.”

Hij gaf de meisjes een tien. „Dat komt eigenlijk nooit voor, maar ik kon niets aanwijzen wat beter had gekund. En toen ze die tien al binnen hadden, gingen ze nog extra data verzamelen, zo bezeten waren ze van het onderzoek. Dát wil je als docent: dat leerlingen begrijpen hoe onderzoek werkt en hoe leuk het is.”

Niet voor tien uur beginnen

En dit is heel belangrijk onderzoek, vindt chronobioloog Kantermann. „Als kinderen tieners worden verschuift hun biologische klok, ze worden meer avondmens, maar hun schooluren veranderen niet. In feite zitten ze dan in de klas tijdens wat voor hen midden in de nacht is. En dan krijgen ze dus een proefwerk.” Rond het twintigste levensjaar schuift de biologische klok weer terug. Waarom dat allemaal gebeurt? „Er is meer onderzoek nodig om dat te begrijpen”, zegt Kantermann. „Je ziet dezelfde verschuiving bij apen en muizen. De tienerjaren zijn een chaotische periode, hoe je er ook naar kijkt: wat geslachtshormonen, de ontwikkeling van het brein betreft.”

Hij is nu bezig met vervolgonderzoek: hoe moet je de scholen en schooltijden inrichten om tieners tegemoet te komen? „Middelbare scholen zouden niet voor tien uur moeten beginnen. Maar vooral in kleinere steden waar leerlingen vanuit dorpjes naartoe komen, kan dat lastig zijn met het openbaar vervoer. En als scholen laat uitgaan, botst dat weer met het gezinsleven. We hebben het er nu over om de hele schooldag opnieuw te structureren – er is echt een revolutie nodig. En mensen moeten begrijpen dat het geen luiheid is van die tieners. Het is pure biologie.”