Wederopbouw Atjeh vergevorderd, maar het werk is niet af

In 2009 zei een Australische hulpverlener in Banda Aceh tegen me: „Kijk hoe prachtig Banda Aceh weer is opgebouwd! Het werk hier is klaar; wij vertrekken naar Papua.”. Dat was waar. Tenminste, het eerste deel van zijn opmerking. Toen en nu wacht de bezoeker van dit gebied op het noordelijkste puntje van Sumatra de verrassing van een keurige Indonesische stad, waar weinig doet herinneren aan de enorme verwoestingen die de tsunami van Tweede Kerstdag hier tien jaar geleden aanrichtte. Luchtfoto’s van weer opgebouwde Atjehse dorpen tonen het indrukwekkende verschil tussen ‘voor’ en ‘na’ de wederopbouw, haast even overweldigend als de voor en na van de verwoestingen zelf .

Maar is daarmee het werk ook klaar? Tien jaar na de ramp is het tijd om de balans op te maken. En die balans is dubbel. Ja, de huizen zijn er en ze voldoen, die paar door dubieuze organisaties uit asbest opgetrokken dorpen daargelaten. Internationale en lokale organisaties hebben geweldig werk verzet in het opbouwen van infrastructuur en diensten. De grootste bijdrage aan de wederopbouw werd uiteraard geleverd door de Atjehse bevolking zelf. Ondanks het trauma van 170.000 doden, van wie de lichamen meestal niet geïdentificeerd verdwenen in de massagraven die nu deel uitmaken van toeristische rondleidingen, toonden de Atjehers een enorme veerkracht in de opbouw van hun leven.

De andere kant van de balans. De circa 7 miljard dollar die via de Indonesische overheid en meer dan 600 hulporganisaties Atjeh ingepompt werd voor wederopbouw heeft nagenoeg niets veranderd aan de beroerde economische positie van de door conflict, corruptie en rampen geteisterde provincie. Grote industrie is er nog steeds nauwelijks en handel blijft vooralsnog verlopen via de machtige Noord-Sumatraanse stad Medan, waardoor Atjeh een van de armste provincies in Indonesië blijft.

Als de Australische hulpverlener eens een tochtje buiten Banda Aceh had gemaakt, dan was dat misschien wel opgevallen. In de dorpen in het binnenland heerst vaak bittere armoede, bijvoorbeeld onder de talloze weduwen die getroffen zijn door het jarenlange conflict tussen de Indonesische overheid en Atjehse separatisten. Maar ook in keurige wederopbouwhuizen in Banda Aceh schuilt armoede. Waar een deel van de bevolking geniet van cappuccino en gratis wifi, kampt een ander deel met nijpende werkloosheid, schulden en honger. De huizen zijn mooi. Maar je kunt ze niet eten.

De Wereldbank prees Atjeh als een voorbeeld voor andere rampgebieden. Ook dezer dagen zullen we veel horen en zien over de wonderbaarlijke transformatie die Atjeh heeft ondergaan. Dat is terecht. Maar het kan geen kwaad om ook stil te staan bij de structurele armoede die veel Atjehse gezinnen blijft teisteren en waarvoor noodhulp en wederopbouw geen oplossing bieden. Als het werk van de hulpverlener klaar is, is dat van de samenleving net begonnen.

, gepromoveerd op de wederopbouw van Atjeh