Nog veel meer windmolens aan de horizon

Volgend jaar begint het grote bouwen aan windparken op land én op zee. Minister Kamp ligt op schema, maar niet alle provincies en gemeenten kunnen zijn tempo volgen.

Meer, hoger, groter. Wie door het land of langs de kust rijdt, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat er steeds meer en grotere windmolens aan de horizon verschijnen.

En dat zullen er nog heel veel meer worden. Op land moet het vermogen, uitgedrukt in megawatt (MW), bijna drie keer groter worden, op zee zelfs ruim vier keer zoveel. Dat is het gevolg van het Energieakkoord dat vorig jaar werd afgesloten, dit jaar nader is uitgewerkt en komend jaar zijn definitieve beslag moet krijgen.

Volgens dat akkoord moet in 2020 minstens 14 procent van de energie die in Nederland wordt verbruikt uit duurzame bronnen komen. In 2023 moet dat zelfs 16 procent zijn. Windenergie speelt een hoofdrol in de plannen om dat te bereiken. Op zee én op land.

Wind op land

Waar al die molens op land komen, moeten de provincies zelf weten, heeft minister Kamp (Economische Zaken, VVD) bepaald. Als ze er maar komen. Kamp is vastbesloten om van het Energieakkorod een succes te maken. De provincies hebben – na moeizaam overleg – een onderlinge verdeling gemaakt: de meest windrijke gebieden krijgen de meeste windmolens. Windluwe provincies als Utrecht, Overijssel, Brabant en Limburg de minste.

Op Friesland na hebben alle provincies hun plannen inmiddels rond, maar het blijft een lastige operatie. Niemand wil immers een windmolen in zijn achtertuin.

De Friese Provinciale Staten hopen dat ze de windmolens alsnog kwijtkunnen op de Afsluitdijk. Met een dubbele rij windmolens zou de provincie daar aan zijn verplichtingen kunnen voldoen.

Alleen heeft eerder onderzoek uitgewezen dat dat onvoldoende zou opleveren. Bovendien is niet zeker of de dijk wel bestand is tegen zoveel bebouwing. En dan zijn er ook nog ruimtelijke en milieubezwaren. De provincie heeft tot 1 januari de tijd om een knoop door te hakken. Lukt dat niet, dan gaat minister Kamp zich er persoonlijk tegenaan bemoeien.

Maar zelfs als een provincie eruit is, blijven gemeentes tegenstribbelen. Zuid-Holland dacht het probleem op te lossen door zoveel mogelijk turbines neer te zetten in het havengebied. Pal langs het industriële deel verrijst daar nu een gordel van reusachtige windmolens. Maar aan de rand van dat gebied ligt ook een woongebied. De inwoners van dorpjes als Heenvliet, Geervliet en Zwarte Waal op Voorne-Putten laten een steeds luider protest horen. Tegen het uitzicht, maar ook tegen de geluidsoverlast.

Begin deze maand stuurden de boze inwoners een petitie naar de gemeente Rotterdam waarin ze eisen dat acht molens die op een paar honderd meter afstand staan, weer worden weggehaald.

Op papier is het plan voor wind op land zo goed als rond, maar de precieze uitwerking nog lang niet. De grote vraag voor komend jaar wordt: hoe krijg je de plaatselijke bevolking achter de plannen?

Wind op zee

Op zee ziet het spel er anders uit. Daar moet de hoeveelheid MW maar liefst ruim vier keer groter worden. Van de bijna 1.000 MW die al gebouwd, of in aanbouw, is, gaat het naar 4.450 MW.

Daar is in totaal 18 miljard euro voor beschikbaar. Maar die subsidie komt alleen beschikbaar als de kosten met minstens 40 procent naar beneden gaan. Om kosten te besparen heeft minister Kamp bepaald dat de nieuwe windparken in clusters komen te liggen, voor de Zeeuwse en de Hollandse kust. De eerste net buiten de 12 mijlszone, de twee Hollandse net erbinnen. De clusters worden verdeeld in kavels van 350 MW, waar apart op geboden kan worden.

De eerste openbare aanbesteding moet nog voor het eind van 2015 plaatsvinden. Het voorgenomen windpark Borssele, voor de Zeeuwse kust, komt het eerst aan bod. De partij met de scherpste bieding (de laagste prijs voor de geproduceerde stroom) krijgt de kavel en bijbehorende subsidie.

De planning ligt op schema, maar de Tweede Kamer moet nog wel op tijd de benodigde wetgeving aannemen. Zoals de Wet windenergie op zee en de wetgeving die hoogspanningsnetbeheerder Tennet in staat stelt om de benodigde elektriciteitsverbindingen aan te leggen.

En er moet ook nog gesteggeld worden over de 12 mijlszone. Want de twee aangewezen gebieden voor de Zuid- en Noord-Hollandse kust zouden net binnen die zone (gelijk aan 22 kilometer) komen te liggen. En dus zichtbaar zijn bij helder weer. De minister dreigt dat de aanleg van de windparken op zee 1,2 miljard duurder zal uitpakken als het niet op de aangewezen plekken zou kunnen. Er zou dan namelijk een extra windpark verder op zee moeten worden aangelegd om de heilige doelstellingen uit het Energieakkoord te halen.