Niet rijden, wel rijden, met pijn rijden

Wouter Olde Heuvel

Het trainingsbeest uit Twente schaatst bij het NK allround eindelijk weer pijnvrij, na jaren blessureleed. Een gesprek over lijden en lijdzaam toekijken. „Ik heb die knie vervloekt.”

Wouter Olde Heuvel op de 1.500 meter tijdens de wereldbeker in Heerenveen, twee weken geleden. Hij eindigde als tweede. Foto Reuters

Dochtertje Lenthe-Sofie van vijf maanden op schoot, samen met vriendin en ploeggenoten nippend aan een warme choco. „Ga jij papa deze week maar lekker vaak wakker houden”, dolt Sven Kramer. Wouter Olde Heuvel lacht, na zomaar een ochtendtraining in Thialf in de aanloop naar het NK allround van dit weekeinde. Is een topsporter zo goed als zijn laatste prestaties? Tweede was hij laatst op de 1.500 meter bij de wereldbeker, al voor de derde keer dit seizoen. Derde op de vijf kilometer bovendien. „Dit is mijn beste seizoen sinds lange tijd”, zegt de schaatser van Team Lotto.nl-Jumbo. „Na al mijn blessureleed ben ik niet meer zo goed geweest.” Laat maar komen dat NK.

Hals over kop vluchtte Olde Heuvel (28) in de zomer van 2012 naar het uiterste noorden van Noorwegen. „Naar Skjervøy, een eiland boven Tromsø, waar mijn vriendin vandaan komt.” Gek werd hij van zijn linkerknie, die al sinds 2008 opspeelde en ook na een tweede operatie niet leek te herstellen. Telefoon uit de lucht en wegwezen. „Het is een best eind daar naartoe. Mooie natuur, andere omgeving, andere mensen. Niet over schaatsen praten. Maar het was een vlucht, wat ook niet helpt. Na een paar dagen dacht ik: je moet de realiteit onder ogen durven zien. Of ik ga door, of ik kap er helemaal mee. Ja, natuurlijk denk je soms aan stoppen. Maar schaatsen is alles voor me, altijd geweest.”

Er waren eens twee broers uit het Twentse plaatsje Losser, die geweldig konden schaatsen. De oudste, Remco, wordt in 2003 wereldkampioen bij de junioren en kan een 1.500 meter rijden als weinig anderen. Wouter, bijna drie jaar jonger, haalt in 2005 en 2006 zilver bij de WK junioren. De broers Olde Heuvel samen naar de top? In de schaduw van ploeggenoot Kramer ontwikkelt Wouter zich bij de TVM-ploeg van coach Gerard Kemkers als een sterke allrounder. Elk jaar beter, tot brons bij de EK van 2009 toe. Ook is hij een vaste schakel in de achtervolgingsploeg, die een jaar voor de Winterspelen goud wint bij de WK afstanden. „Het zag er goed uit”, zegt hij achteraf droog.

‘Geouwehoer met die knie’

Maar dan botst trainingsbeest Olde Heuvel – „niks is fijner dan je lichaam flink pijnigen en afbeulen” – hard op een grens. „Toen begon het geouwehoer met die knie. Ik had wel eens eerder last gehad, maar nu werd het echt vervelend. Iedereen heeft wel eens een blessure, een of twee maandjes eruit en weer door. Bij mij heeft het in totaal vier jaar geduurd. Niet rijden, wel rijden, met pijn rijden. Van teleurstelling op teleurstelling. Dat is zo zwaar. Niets gaat zoals je wilt. Altijd met de kop bij die knie.”

Weg Spelen van Vancouver, niks goud op de ploegachtervolging. Hooguit in de aanloop nog even naar Canada, om Kramer bij te staan in trainingen. Maar nooit pijnvrij. „Ik heb die knie vervloekt. Je bent zo fit, niet ziek, niks. Alleen die knie doet niet wat je wilt. En juist die knie heb je hartstikke hard nodig. Niet eens met het schaatsen zelf, dat ging bij periodes nog wel. Maar het trainen ging niet. Je kunt geen krachttraining doen, geen sprongen, niet skeeleren. En je ziet de rest van de ploeg lekker trainen. Mentaal zit dan ook alles tegen.”

Operatie 1, in mei 2010 aan de meniscus, biedt nauwelijks verbetering. Toch gewoon stug doorgaan. „Er zal wel ergens een lichtpuntje zijn geweest, ik kan het me niet eens goed herinneren. Je pakt een nationale titel, gaat tegen beter weten in maar door. Achteraf had ik moeten zeggen: nu een jaar niks. Niet trainen, geen wedstrijden. Maar ik ben altijd bezig geweest. Met revalideren, terugkomen. Al die jaren. Eigenlijk had ik die knie rust moeten geven tot het helemaal goed was. Maar er was altijd wel tijdsdruk. Start van het nieuwe seizoen, Olympische Spelen.”

Eindelijk wat verlichting in de zomer van 2011? Meer op snelheid trainen dan op uithouding, vaak ouderwets samen met broer Remco, die ook naar TVM was gekomen. Plezier. Om in november zijn eerste grote internationale zege te behalen op de 1.500 meter bij de wereldbeker in Astana. „Daar had ik alweer veel last hoor”, geeft Olde Heuvel toe. „Door die wedstrijden kwam er zoveel druk op de knie. Maar ik dacht dat ik het onder controle had. Dat was wat ze vorm noemen. Een dag later reed ik nog een enorm goede drie kilometer. Fysiek was ik zo goed.”

De klap komt op de terugreis uit Kazachstan. Van de hemel naar de hel. „Vliegtuig, weinig beenruimte. Ik had zo’n pijn. Op Schiphol kon ik amper lopen, zoveel last had ik van mijn knie. En nog ga je door. Het weekend daarna ging het in Heerenveen helemaal niet meer, dertiende plek of zo. Toen heb ik gezegd: nu wil ik weten wat er aan de hand is met die knie, zo ga ik niet verder.”

Sportarts Peter Vergouwen – „een heel duidelijke en fijne man” – stelt hem voor de keuze: of het NK rijden met alle pijn en gevolgen van dien, of onmiddellijk een nieuwe ingreep. „Dat was makkelijk. Opereren.” Bij operatie 2, in januari 2012, wordt een puntje van de knieschijf afgehaald dat drukt op de constant ontstoken pees erboven. „Het was een veel zwaardere ingreep, de knie was heel dik en het deed veel meer pijn. Maar ik dacht: het is ruim een jaar voor de Spelen van Sotsji, die kan ik dan nog halen. Toch weer een doel.”

Olde Heuvel besluit om weg te gaan uit de vertrouwde omgeving van TVM en Kramer, en te kiezen voor een nieuw begin bij de allroundploeg van coach Jan van Veen. „Jan belde, voor mijn gevoel was ik weer zover dat ik dingen kon en mocht. Ik deed goed mee op een trainingskamp in Italië, we zouden daarna gaan skeeleren in Heerenveen. Toen kreeg ik weer zoveel last, van het ene op het andere moment. Ik kon niet meer op mijn benen staan. Toen brak ik. Ik wist het echt niet meer. Ik moest weg van het schaatsen.”

Olde Heuvel is nog geen paar dagen gevlucht richting Noordpool of voormalig ploeggenoot Kramer zoekt contact. „Hij vroeg mensen waar ik was en hoorde dat ik in het noorden van Noorwegen zat. Toen wist hij genoeg. Hij heeft erop aangedrongen dat ik in gesprek ging met Kemkers en TVM, om daar te gaan revalideren. ‘Ook al ga je niet meer schaatsen, dat heb je gewoon nodig’, zei Sven. Ik kon nog net lopen, had die kleine meid anders nu niet eens meer kunnen optillen door mijn hurken. Zo erg was het toen wel.”

Meesterknecht

Meer dan zomaar ploeg- en generatiegenoot, Kramer. „De band met Sven is uniek. Ook andersom, in het jaar dat hij er door een blessure uit was. We kennen elkaar zolang, we hadden al een beetje contact toen we in gewestelijke selecties reden. Vrij bijzonder hoe hij er in stond, al in de juniorentijd. Zo goed ook. Je hoort zeggen: wat als Kramer er niet was? Hij is zoals Ritsma, die won ook alles. Het is zijn tijdperk.” Last van het stempel ‘meesterknecht’, dat hij al jaren met zich draagt? „Welnee, ben ik te nuchter voor. Ze roepen maar. In trainingen is Sven net zo goed mijn meesterknecht. We maken elkaar beter, geldt voor Douwe de Vries net zo.”

Bij TVM wordt het revalideren – „zonder tijdsdruk, dat gaf veel rust” – weer trainen en uiteindelijk in het olympisch jaar zelfs ook weer wedstrijden rijden. Toch nog naar Sotsji? Olde Heuvel zet alles op één afstand, de 1.500 meter. „Ik legde er teveel lading op, het ging totaal niet.” Met twee ploeggenoten blijft hij achter om zich in een koud en leeg Thialf voor te bereiden op de NK en WK allround. „We hadden niks, niemand was er voor ons.” Alle TVM-trainers gaan naar de Spelen in Sotsji. „ Dat was weer een lastige periode, je ergert je. Toch maar weer dom doorgetraind.”

Dan, in het voorjaar van 2014, vallen de dingen wel goed. Wielrennen met de club, bij NWVG. Leuk. Met Kramer mee naar de ploeg van coach Jac Orie. „Ik wist van Sven dat hij niet verder wilde met Kemkers en met nieuwe dingen bezig was. Hij zag dat ik groeiende en bijna pijnvrij was. Dat vroeg hij ook steeds. ‘Als ik wat wil, moet ik wel een goed ploegje om me heen hebben’, zei Sven. Vandaar dat Douwe en ik met hem meegingen naar Orie. We hebben van de zomer zo hard getraind met z’n drieën. Niemand verzaakte.”

De geboorte van een dochter, een frisse omgeving bij een nieuwe ploeg met oude bekenden als Jan Smeekens of Stefan Groothuis. Bemoedigende testen en trainingraces. Nog nooit, zelfs niet voor zijn knieproblemen, zit Olde Heuvel zo dicht in de buurt bij Kramer als in oktober in Inzell. In het eerste deel van het seizoen volgen volop podiumplaatsen in de wereldbeker, een goed trainingskamp in Collalbo.

Als kanshebber naar de NK allround, EK in Tsjeljabinsk, de 1.500 meter bij de WK afstanden in februari en wie weet naar Pyeongchang 2018? „Ik kijk niet te ver vooruit”, zegt Olde Heuvel. „Als ik iets heb geleerd, is het om het goede te koesteren en te genieten van het moment. Ik geniet zo van alles. Trainen in de zomer, in de winter wedstrijden rijden en laten zien waar je zo hard voor hebt gewerkt. In mijn hoofd zit iets waardoor ik er niet klaar mee ben. Ik wil het goed afsluiten.”