Moskou hekelt bredere rol van NAVO

Moskou wijzigt zijn beleid voor de inzet van kernwapens niet, ondanks vrees voor de NAVO.

Het belangrijkste in de Russische militaire doctrine die gisteren door de regering-Poetin werd gepresenteerd, is wat er niet in stond.

De afgelopen maanden schetsten analisten soms huiveringwekkende scenario’s. Wat zou er gebeuren als president Poetin een nucleaire aanval zou uitvoeren op een ‘minder belangrijke’ hoofdstad in Oost-Europa? Zou de Amerikaanse president Obama terugslaan en een nucleair armageddon ontketenen voor Talinn? Of voor Warschau?

Andrej Piontkovski dacht van niet. In zijn blog voor radiostation Echo Moskvy schreef de Russische politicoloog dat NAVO-landen niet zullen zijn opgewassen tegen „nucleaire poker’’ van president Poetin: „Op het kritieke moment zullen ze [de Westerse landen, red.] met hun ogen knipperen, en passen”.

De nieuwe, riskante strategie van een first strike zou worden vastgelegd in de nieuwe doctrine van het Kremlin, zo verwachtte Piontkovski afgelopen oktober. Ook in de media werd de afgelopen weken gespeculeerd over mogelijke wijzigingen in Ruslands nucleaire strategie.

Toch is dat niet gebeurd. De doctrine die het Kremlin op Tweede Kerstdag openbaar maakte, bevat op het gebied van nucleaire oorlogsvoering exact dezelfde teksten als de militaire doctrine van 2010. Daarbij behoudt de Russische regering zich „het recht” voor om kernwapens in te zetten als de tegenstander „nucleaire of andere massavernietigingswapens” tegen de Russische Federatie gebruikt. Ook bij een ‘normaal’ conventioneel conflict kunnen in ultimo nucleaire wapens worden ingezet. Het „voortbestaan van de staat zelf” moet dan wel in het geding zijn. Die laatste omschrijving lijkt nogal vaag, maar is dezelfde als van 2010.

Zo leken er op Tweede Kerstdag goede berichten te komen uit het Oosten. De nieuwe militaire doctrine, geschreven in stijve ambtenarentaal, staat vol met begrippen als „stabiliteit”, „conflictbeheersing” en „internationaal recht”. Volgens Moskou is de kans dat Rusland in een groot militair conflict belandt, kleiner geworden. Tegelijkertijd signaleert het Kremlin dat de onveiligheid in de wereld de afgelopen jaren sterk is toegenomen. De strategische vergezichten van het Kremlin lopen daarmee in de pas met de analyses die in Londen, Parijs of Den Haag worden gemaakt.

Toch zijn er verschillen. Ook in de nieuwe doctrine komt de belangrijkste dreiging voor Rusland van de kant van de NAVO. Het stuk spreekt van „de opbouw van het militaire potentieel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie”. Daarbij doelt Moskou niet zozeer op de omvang van de Westerse krijgsmachten – die de afgelopen twintig jaar nagenoeg zijn wegbezuinigd – maar vooral op de gestage uitbreiding van het bondgenootschap in oostelijke richting, en de rol die de NAVO wil spelen buiten de grenzen van het eigen verdragsgebied, in Afghanistan bijvoorbeeld. Voor Moskou blijft het Westen de belangrijkste tegenstander – ook in Oekraïne, dat zijn ‘neutrale status’ inmiddels heeft opgegeven.

In de nieuwe doctrine wordt bovendien opnieuw vastgelegd dat Rusland niet alleen de eigen staatsburgers wil beschermen, maar ook de etnische Russen in het buitenland. Ook die passage is niet nieuw, maar zij is wel een stuk actueler geworden sinds de annexatie van de Krim en de heimelijke oorlog van het Kremlin in de Donbas.

Ook enkele op het oog kleine wijzigingen zijn van belang. Op het korte lijstje van Russische bondgenoten prijken nu ook Abchazië en Zuid-Ossetië. Een aanval op deze separatistische regio’s in Georgië ziet Moskou nu officieel als een casus belli. Voor het eerst wordt het Arctische gebied tot strategische regio verklaard. Rusland stationeerde onlangs al extra gevechtsvliegtuigen ten noorden van de Poolcirkel.