Hij mag meepraten, maar liever als zakenman dan fan

Zeggenschap in ruil voor geld. Moet een investeerder kunnen meebeslissen bij een voetbalclub? „Natuurlijk.”

Illustratie NRC Studio/ Fokke Gerritsma

Nog dezelfde avond dat ADO Den Haag vorig seizoen kansloos met 3-0 van Heracles Almelo verloor, sprak eigenaar Mark van der Kallen met directieleden van de club. Niet om het vertrek van trainer Maurice Steijn te eisen, zoals achteraf door supporters werd gedacht. Wel om aan te geven dat hij zo’n besluit zou begrijpen, omdat de tijd om het tij te keren anders te kort zou worden. Meedenken noemt hij dat. „Ik gaf mijn mening in het belang van de club. De afloop is bekend: daags erna kon Steijn zijn bureau ruimen.

Diens vertrek bij ADO werpt een algemene vraag op die interessant wordt nu steeds meer investeerders en clubeigenaren opduiken in de voetbalwereld. Namelijk: hoe veel zeggenschap mogen zij hebben? „Wie betaalt bepaalt”, zei technisch directeur Ted van Leeuwen eens bij Nieuwsuur. Hij werkte toen niet meer bij Vitesse en doelde op de Georgiër Merab Jordania, of wie er toen ook aan de macht was in Arnhem.

Volgens Toon Gerbrands, algemeen directeur van PSV, geldt die stelregel in beperkte mate. Hij werkte tot september bij AZ, dat in het vorige decennium omhoog werd gestuwd door bankier Dirk Scheringa. „Als het gaat om de toewijzing van budgetten, is het zeker zo. Zij draaien aan de geldkraan. Daarin hebben ze veel macht.”

Gerbrands zegt dat onterecht werd gedacht dat alleen Scheringa aan de touwtjes trok. Tijdens het wekelijkse overleg was diens rol niet groter dan die van andere bestuurders. Vaak ging het over de visie op lange termijn, over de koers naar de top, niet over de vraag wie er zondagmiddag rechtsback zou staan.

Dat had Scheringa volgens Gerbrands ook niet hoeven proberen onder toenmalig coach Louis van Gaal. „Denk je dat die zich een wil laat opleggen? Zaken als de opstelling en het transferbeleid, daar moeten financiers zich buiten houden. Anders houdt geen directeur het uit.”

Maar gaat het over bedrijfsmatige keuzes, dan ziet Gerbrands juist voordelen aan de aanwezigheid van een eigenaar die veel heeft bereikt. Grootaandeelhouder Van der Kallen van ADO: „Bij menig club kan het geen kwaad dat zakenmensen zich bemoeien met het bedrijfsmatig managen van de club. Als je weet wat voor puinhoop ik zeven jaar geleden bij ADO heb aangetroffen.” Nu maakt ADO weer winst.

Onderbuik

In Amerika, zegt Gerbrands, weten ze niet beter dan dat sportploegen in handen zijn van eigenaren en dat die zich bemoeit met het beleid. „Daar is de druk veel groter”, stelt Rob Westerhof, in het verleden voorzitter van PSV en nu van Sparta. Hij vertelt over het debuut van de Nederlandse honkballer Robert Eenhoorn bij de New York Yankees in de jaren negentig. „De eigenaar pakte hem vast en zei: You’re not going to mess up my investment. In Nederland zouden we zeggen: kijk, een vol stadion. Geniet ervan.”

Evenals voor Gerbrands is bemoeienis van rijke mannen ook voor Westerhof niet per definitie een schrikbeeld, mits zij niet praten en handelen vanuit hun onderbuik. „Investeren en supporter zijn, dat is een lastige combinatie.”

Verlangens kunnen botsen. De wens van het supporterhart is winnen. Liefst met mooi voetbal en veel doelpunten. Zit het tegen, dan kunnen geldschieters aandringen op het ontslag van de coach. Maar zo’n ingreep kan weer nadelige gevolgen hebben voor de financiën op lange termijn, waardoor er soms weer geld bij moet.

Westerhof moet invloedrijke figuren bij Sparta er continu op wijzen dat ratio zwaarder moet wegen dan emotie. „Wat dat soms moeilijk maakt, is dat deze mannen prestige ontlenen aan hun club. Sparta was de club van de havenbaronnen. Terwijl iemand die wat voorstelt in Brabant een skybox heeft bij PSV. Doet hun club het goed, dan straalt dat ook af op hen. Zij willen gezien worden, pronken met de club.”

Om investeerders in toom te houden, zijn krachtige bestuurders nodig, stellen Gerbrands en Westerhof. Boegbeelden die vertrouwen opwekken en voorkomen dat de waan van de dag regeert. Zoals bijvoorbeeld het geval is bij NAC, dat zucht onder crisis na crisis.

Weerzin

De situatie in Nederland is onvergelijkbaar met bijvoorbeeld die in Duitsland en Engeland. In Duitsland komt eigendom door een particuliere investeerder amper voor vanwege de ‘50 + 1-regel’, die bepaalt dat de vereniging altijd het merendeel van de aandelen bezit. In Engeland daarentegen is meer dan de helft van de clubs op het hoogste en één na hoogste niveau van een buitenlandse investeerder. De overige teams zijn in handen van Britse geldschieters.

Engelse clubs zijn gewild vanwege de hoge commerciële waarde van de Premier League, de best bekeken competitie ter wereld. Sommige clubs worden naar de top gebracht, zoals Manchester City, maar hoe nobel zo’n streven ook is, suikerooms wekken ook weerzin op. Ze zouden geen eerbied hebben voor clubculturen, of melken de club uit, middels dure tickets.

Meest illustrerend voorbeeld is de Maleisiër Vincent Tan. Nadat hij Cardiff City had gekocht, wijzigde hij de clubkleuren: rode shirts zouden meer indruk maken op tegenstanders dan de oorspronkelijke blauwe. Ook verving hij de vogel in het embleem door een draak. Draken jagen immers meer schrik aan dan zangvogels.

Nog een opmerkelijk Engels voorbeeld is het verhaal van de trainer van Queens Park Rangers die na een wedstrijd zag dat hij 72 oproepen van de eigenaar had gemist. Zittend voor een televisie in Kuala Lumpur had de Italiaan Flavio Briatore zich zo opgewonden over het spel van QPR dat hij meende te moeten ingrijpen.

Zulke uitwassen komen hier nauwelijks voor. Hoewel bijvoorbeeld niemand met zekerheid kan zeggen wat beoogd koper Wang Hui van plan is met ADO. Wie weet ontslaat hij de volledige technische staf, zoals Frans van Seumeren deed bij FC Utrecht. Die nam de club in 2008 over en constateerde vervolgens op een trainingskamp in Zeeland dat er van alles mis was binnen de spelersgroep. Van verbazing belde hij eerst zijn vrouw, niet veel later ontsloeg hij de assistent-trainers, conditietrainer, keeperstrainers en hoofdcoach Willem van Hanegem.

Behangverkoper

Iemand die bekend is met de situatie in zowel Nederland als Engeland is John van Zweden. De Haagse behangverkoper kocht in 2002 negen procent van de aandelen van Swansea City. Hij werd via een penvriend supporter en stemde in toen dezelfde kameraad hem vroeg om Swansea te redden. Toen een club in nood, drie promoties verder een trotse speler in de Premier League. Op de vraag of hij zeggenschap moet hebben zegt Van Zweden: „Natuurlijk. Het zou even lekker zijn als je niks te zeggen hebt.”

In de ogen van Van Zweden, tevens sponsor bij ADO Den Haag, is dat juist goed. Hij en de andere vijf aandeelhouders zijn vrienden en allen levenslang supporter. „Dat onderscheidt ons van die Aziaten die Cardiff en ADO hebben gekocht. Denk je dat wij Swansea wegdoen aan een partij waar we twijfels bij hebben? We gaan alleen in zee met een betrouwbaar iemand die de club echt omhoog kan brengen, dat kunnen wij niet meer. En zelfs dan zullen wij voorlopig zeventig procent van de aandelen houden. Net als dat we hebben afgesproken dat twee van ons samen nooit meer dan de helft van de aandelen zullen krijgen. Anders kunnen ze met z’n tweeën beslissingen nemen.”

Van Zweden noemt de situatie bij Swansea ideaal: een groep bevriende investeerders die op democratische wijze bestuurt. Waarbij in statuten is vastgelegd dat nooit één eigenaar de baas kan worden. Dat adviseert hij elke club.

Ook ‘zijn’ ADO. Maar dat is het punt. Er is geen groep investeerders die ADO wil overnemen. Wil Van der Kallen zijn miljoeneninvestering terug, dan is hij aangewezen op de Chinees Wang Hui. Ook wel ‘Wangbetaler’ genoemd, omdat de transactie nog altijd niet is afgerond.

Op zo’n moment komt de ‘zwakke’ plek van het Nederlandse voetbal aan het licht. Dat is het feit dat iedereen in Nederland een voetbalclub kan kopen. Ook een Chinees van wie je langzamerhand kunt afvragen hoe betrouwbaar die is? Toon Gerbrands vindt dat onbegrijpelijk. „Je stapt gewoon naar de KNVB en zegt: hoi, ik ben de nieuwe eigenaar van ADO.”

Waar kopers in Engeland worden gescreend op eventuele criminele antecedenten, is dat in Nederland niet zo. Het enige wat hier niet mag, is een belang in meerdere clubs. Verder kan een gemeente aangeven dat ze een koper onbetrouwbaar vindt – die macht heeft Den Haag – maar dan moet de lokale overheid zelf een andere koper vinden. Dat is bepaald niet makkelijk.

Forensische accountants

Vanwege de kans dat clubs zo in handen kunnen komen van foute figuren, pleit Gerbrands al langer voor veranderingen in het reglement. Ter argumentatie vertelt hij over het bijna-faillissement van AZ, waarvan de aandelen na de val van financier Dirk Scheringa bij de curator kwamen te liggen. Die liet vervolgens elke potentiële koper screenen door forensische accountants, die economische delicten opsporen. Geen van hen kwam die inspectie door, waarna de aandelen overgingen naar de Stichting AZ Alkmaar.

Zo streng en strikt zou de KNVB ook te werk moeten gaan, vindt Gerbrands. „Binnen vier weken zou de bond al het benodigde papierwerk moeten opeisen. Op de proppen ermee.”

Transparantie en stevige statuten; dat is wat er nodig is om te dealen met betrokken investeerders. Hoewel er negatieve uitzonderingen zijn, bedoelen de meesten het goed. Ze zijn trots, willen helpen, maar soms moeten bestuurders hen even afremmen.