Het jaar van de vijfletterwoorden

Ik krabde net een ingedroogd mandarijnenschilletje van mijn bureau toen het tot me doordrong: het woord van 2014 was te lang. Het bestond uit zestien letters, elf teveel. De runner-up (‘moestuinsocialisme’) had er zelfs achttien. Alleen het op de derde plaats geëindigde ‘stemfie’ was enigszins compact. Maar alsnog: te lang.

Het hadden vijf letters moeten zijn. Vijfentwintig jaar hebben Robert, François, Nance en Lucille ons de liefde voor vijfletterwoorden bijgebracht. En dan kiezen wij, als dank, voor ‘dagobertducktaks’?

Ik weet het goed gemaakt: laten we met Oudjaar, in plaats van een conference, ouderwets Lingoën – ideaal om het jaar door te nemen. Met woorden als ‘ebola’ en ‘jihad’. Of, dichter bij huis: ‘zwart’ en ‘kleur’. Bij het grabbelen naar de gouden bal bespreken we het WK (Louis met zijn gouden pik), en de verwarring rond IS: is het nou wel of geen staat? (Je hoort het François al zeggen: „Staat niet op de kaart!”)

En dan verzinnen we meteen een alternatief woord voor 2014. Een nuchter, oud-Hollands, vijfletterig Lingo-woord. Ik doe alvast drie suggesties.

1. Troep

„Jij hebt gemakkelijk praten”, zegt u nu. „Natuurlijk kies jij voor troep. Van iemand bij wie de mandarijnenschilletjes aan het bureau kleven, verwachten we niet anders. Voor ons was 2014 helemaal geen troepjaar. Bij ons vind je geen gebruikte tandenstokers in de wasmand. Bij ons vind je überhaupt geen rommel. Wij doen netjes aan minimaliseren. Dat is mode.”

Maar bij het doorbladeren van de oude kranten (die ik maanden geleden naar het oud papier had willen brengen), kan ik maar één conclusie trekken: troep was trendy.

Hoe kan het anders dat de Britse kunstenares Tracey Emin in juli 3,1 miljoen euro ontving voor haar onopgemaakte bed vol gebruikte condooms en sigarettenpeuken?

Dat de twintigjarige wereldverbeteraar Boyan Slat in november de VN-milieuprijs ontving voor zijn project The Ocean Clean-up, om afval in de oceanen op te ruimen? Dat de kranten volstonden over de rotzooi in ons voedsel – van Chinees mensenhaar tot gluten?

Het fijne van ‘troep’ is bovendien dat het multi-inzetbaar is. We gebruiken het als we praten over de schoonmaakstaking bij de NS afgelopen mei, maar ook als we het hebben over de legertroepen in Mali, of over de chemische troep die Renée Zellweger liet inspuiten om eeuwig jong te ogen (ook een mooi Lingowoord trouwens, ‘botox’).

2. Baard

Nu we het toch over uiterlijk hebben, kunnen we de baard niet negeren. In 2013 was-ie al hot, maar voor baarden geldt: hoe langer, des te imposanter. Slecht nieuws voor Gillette: in maart becijferde marktonderzoeksbureau IRI dat er in Europa voor 90 miljoen euro minder aan scheer- en onthaarproducten was verkocht dan een jaar eerder.

De baard is ook een goed excuus om het over Leonardo DiCaprio te hebben. Was-ie in The Wolf of Wall Street nog gladgeschoren, op de VN-klimaattop in september verscheen hij lekker harig, zoals het een wolf betaamt. Er werd meer gepraat over zijn baard en ‘man bun’ dan over zijn sterke speech, maar ach – elke aandacht voor het klimaat is meegenomen.

Er was nóg iemand die de baard promootte: Conchita Wurst. Zij brak een lans voor lichaamsbeharing bij vrouwen. Met resultaat: dit jaar mocht je pittige toefjes onder je oksels laten groeien, en je beenhaar lekker laten wapperen. Lekker warm – heb je geen angorawolletje meer nodig.

3. Donor

In een poging de troep op mijn kamer op te ruimen, kwam ik mijn orgaandonorformulier tegen. Dat lag er in januari al, maar op de een of andere manier vulde ik het nooit in – er kwam er altijd wat tussen. Een deadline, een date, een dutje.

Dat ik het op de valreep van 2014 eindelijk heb ingevuld, is te danken aan twee vrouwen. Eind oktober stond in deze krant de afscheidsbrief van de Iraanse Reyhaneh Jabbari (26) aan haar moeder. Na zeven jaar gevangenschap werd Reyhaneh geëxecuteerd. Ze zou een man hebben vermoord die voor het Iraanse regime werkte – zelf verklaarde ze dat het zelfverdediging was. In de afscheidsbrief stond: ‘Mijn beminde moeder, lieve Sholeh, u die mij liever bent dan mijn leven, ik wil niet rotten onder de grond. Ik wil niet dat mijn oog of mijn jonge hart tot stof vergaat. Smeek om het zo te regelen dat, zodra ik ben opgehangen, mijn hart, nieren, ogen, botten en alles wat kan worden getransplanteerd, uit mijn lichaam wordt gehaald en cadeau gedaan wordt aan iemand die het nodig heeft.’

En eind vorige maand stierf de Turks-Duitse Tugçe Albayrak (23), nadat ze was opgekomen voor twee meisjes die werden lastiggevallen. Sinds haar twintigste stond Tugçe geregistreerd als orgaandonor. Met haar dood redde ze het leven van drie andere mensen die haar hart, longen en nieren ontvingen.

Daarom stel ik voor om na ‘selfie’ in 2013 dit jaar ‘donor’ tot woord van het jaar te kiezen - niet ons uiterlijk te delen, maar ons innerlijk. Door de dood van Reyhaneh en Tugçe schaamde ik me dat ik me had beziggehouden met liefdesgepruil en werkgepieker. Door hun dood ondertekende ik eindelijk het formulier.