Het jaar van de praatjes

2014 was het jaar van de chaos: Poetin, Oekraïne, de MH17, Gaza, IS, Hongkong, ebola. Of het jaar van de paniek: onmiddellijk na de aangekondigde deelname van zes Nederlandse F16’s aan de strijd tegen IS verkondigden verschillende media dat Nederland gek werd van angst en niet meer met het openbaar vervoer durfde te reizen.

Wat je in deze angstaanjagende reeks gebeurtenissen bijna over het hoofd zou zien, is dat zich dichter bij huis ook iets bijzonders voltrok: de revolutie van de samenredzaamheid.

Het begon eigenlijk al in 2013, toen Willem-Alexander in zijn Troonrede vertelde dat de staat, die tussen de burgers stond en ons verhinderde voor elkaar te zorgen, terugtreedt en ons eindelijk laat participeren.

En dan nu het bijzondere nieuws: bijna alle partijen verkondigen deze visie van een kleinere overheid en mensen die het samen oplossen. Dat was te lezen in een bundel artikelen van de wetenschappelijk bureaus van alle politieke partijen die vorig jaar uitkwam. Een verschil tussen links, midden en rechts was daar niet te zien: allemaal hadden ze het over ‘eigen kracht’ – alsof er een nieuw edelmetaal was aangeboord.

In 2014, het jaar waarin de gemeenten zich voorbereidden op de zorgdecentralisaties, werd het evangelie steeds luider verkondigd. Centraal daarin staan niet alleen eigen kracht en participatie, maar ook wonderwoorden als ‘samenredzaamheid’. Deze term is in een paar jaar tijd getransformeerd van een oubollig klinkend neologisme in een echte beleidsterm waarover rapporten en handleidingen worden geschreven.

Kort gezegd houdt het in dat de mensen voortaan meer zélf moeten oplossen: de overheid bezuinigt op de zorg en de huishoudelijke hulp.

Maar om de rauwe randjes eraf te halen wordt gesuggereerd dat niemand er alleen voorstaat. Iedereen heeft immers wel een bereidwillige zoon, buurvrouw of bridgevriend, dus met die zorg komt het goed en het is nog gezellig ook.

Elke politieke stroming kan zijn eigen verhaal kwijt bij de samenredzaamheid. Linkse partijen zien samenredzaamheid als een terugkeer van de solidariteit: eindelijk weg van het ‘hyperindividualisme’. Rechts omarmt het begrip omdat het inhoudt dat de overheid kleiner wordt. En de christen-democraten waren altijd al verzot op de ‘civil society’ en naastenliefde.

Het is begrijpelijk dat die partijen hun eigen positieve draai willen geven aan de bezuinigingen, maar je vraagt je af waarom dit moet resulteren in zo’n smurrie van weeïge taal, waarin bovendien links niet meer van rechts te onderscheiden is. Als zowel GroenLinks als de VVD pleit voor meer ‘eigen kracht’, waar is dan nog het fundamentele verschil van inzicht? Om dit te illustreren volgt hier een raadsel.

Van welke partijen zijn de volgende zinnen over de zorg van de toekomst?

‘We gaan trapsgewijs van persoonlijke zelfredzaamheid, naar sociale zelfredzaamheid, naar participatie, naar perspectiefverbreding en ten slotte naar duurzame en houdbare zorg.’

‘De mate van ondersteuning zal meer dan nu op maat, rekening houdend met individuele mogelijkheden, samenredzaamheid en mogelijkheden in de wijk moeten worden aangeboden en georganiseerd.’

‘Vanuit een krachtig middenveld en sterke collectieven willen we waarde creëren in de wijk en gezamenlijk de maatschappelijke opgaven in de verschillende domeinen integraal benaderen.’

Het antwoord vind je onderaan deze pagina.

Dat was de reclame, dan nu de praktijk. Die ziet er minder uit als een CDA-campagnefilmpje. Van de 3,5 miljoen mantelzorgers zeiden er een paar jaar geleden 450.000 dat ze overbelast waren; daarnaast hebben veel mensen helemaal geen netwerk, of althans niet een netwerk dat zich in de buurt bevindt. En nog een punt: het is niet altijd gemakkelijk om hulp van naasten te vragen en te aanvaarden. Verzorgd worden door een vriendin klinkt misschien gezellig, maar de afhankelijkheid van die vriendin zal de verhouding wel beïnvloeden.

Hiermee zeg ik niet dat alles moet blijven zoals het is. Met een steeds omvangrijkere groep ouderen en oplopende zorgkosten moet de overheid iets doen om niet failliet te gaan. Maar waarom doen politici alsof minder geld altijd leidt tot meer kwaliteit, minder overheid tot meer empathie, en meer van dat soort sprookjes? Dat is dé manier om kwade kiezers te kweken.

Als de supermarkt mij een verbeterd product belooft terwijl hij in werkelijkheid iets inferieurs verkoopt, dan ga ik naar een andere supermarkt. Kiezers gaan naar een andere partij – waarschijnlijk een partij die gratis zorg tot in de eeuwigheid belooft – of blijven thuis.

2014 was het jaar van de mooie praatjes en de ideologische hutspot. 2015 wordt, wat de zorg betreft, het jaar van de waarheid – en hopelijk van de nieuwe verschillen in de politiek.