Het jaar van de meisjes

In het eindejaarsnummer van Vrij Nederland werden twee jonge schrijfsters en een columniste gezamenlijk geïnterviewd. Ze waren jong, fris, fruitig, gefotografeerd zoals drie jonge mannelijke schrijvers nooit gefotografeerd zouden worden. Een paar keer kregen ze dezelfde vraag gesteld, telkens maakten ze een ontwijkende beweging. De vraag was: wie was de man van het jaar?

Niña Weijers, winnares van de Anton Wachterprijs voor haar roman De Consequenties, sloeg haar benen nog eens wat steviger over elkaar: „Zo denk ik nooit.”

Dus niet Louis van Gaal, de eerste coach in WK-geschiedenis die in blessuretijd een keeper wisselde en daarmee de volgende ronde haalde. Niet Luis Suárez, die precies zo batshitcrazy was als we hoopten. Niet Poetin, die precies zo gevaarlijk was als we vreesden. Niet Piketty, die de wereld voorrekende wat we allemaal al instinctief aanvoelden. Niet Zwarte Piet, die Nederlanders voor het eerst persoonlijk liet nadenken over racisme en in zijn eentje alle SIRE-spotjes overbodig maakte.

Een veel gemakkelijkere vraag voor hen was natuurlijk geweest: wie was de vrouw van het jaar?

Elk nieuw jaar lijkt weer een nog beter jaar om een vrouw te zijn. Tegenover elke twee jongens die hun bachelor halen op de universiteit, staan drie meisjes – in de VS worden jongens op universiteiten positief gediscrimineerd bij de toelating omdat de universiteiten zoveel meer aanmeldingen van meisjes krijgen. In vruchtbaarheidsklinieken waar het geslacht van het kind kan worden gekozen, kiest een overgrote meerderheid voor meisjes. In de westerse wereld was 2014 een topjaar om een vrouw te zijn.

Het sentiment wijst iets anders uit. In Nederland kreeg de jury van de AKO Literatuurprijs woedende reacties omdat er zes mannen op de shortlist stonden. Seksisme! Dat die zes mannen schitterende boeken hadden geschreven, deed er even niet toe. In het poepchique Claridge’s Hotel in Londen werd een vrouw verzocht dat als ze zo nodig borstvoeding moest geven, ze dat zo wilde doen dat de andere gasten het niet konden zien. Seksisme!

Tientallen vrouwen gingen uit protest borstvoeding geven op de stoep van het hotel. Over de hele wereld was iedereen een seksist die ‘#The Fappening’ googelde, toen een vloedgolf aan gehackte persoonlijke foto’s en video’s van celebrity’s verscheen. Jennifer Lawrence, ineens zo naakt als je haar altijd al in je hoofd had voorgesteld, misschien nog wel naakter. De hoeveelheid naaktfoto’s was alleen niets bij de hoeveelheid opinieartikelen waarin terecht gezegd werd dat de foto’s gejat waren, dat het immoreel was ze te bekijken.

Nog geen week na #TheFappening waren de makers van het sketchprogramma Koefnoen te gast bij De Wereld Draait Door, om het over ‘Ipie’ te hebben. Ipie is een typetje, een vrouw van middelbare leeftijd met kort, roodgekleurd haar en een rugzakje dat veel te klein is voor haar lange lijf. Ipie staat voor Vinex, Ipie staat voor de huishoudbeurs, Ipie is voor de makers het middel om burgerlijk Nederland te bespotten. En Ipie was zo populair, werd verteld, dat Koefnoen-fans Ipie-lookalikes fotograferen.

De foto’s werden getoond, de vrouwen werden hard uitgelachen. „Deze vrouwen zien zich nu met schrik op televisie!”, zei Matthijs van Nieuwkerk vrolijk. Maar wat zagen we precies? Vrouwen die zonder het te weten, en zonder toestemming gegeven te hebben, waren gefotografeerd en nu voor meer dan een miljoen kijkers werden bespot – maar niemand die het woord ‘immoreel’ gebruikte.

Weer een paar weken later ging een andere video van een meisje viral. Urenlang liep ze door New York, strak gezicht, strakke kleding, terwijl duizend-en-een mannen haar na sisten. Het internet was te klein. Dit is wat het was om een vrouw te zijn, werd geroepen, alle mannen vallen je lastig!

Ik sis nooit naar vrouwen, ik heb niet zitten zoeken naar de TheFappening-foto’s, maar ik zag dit hele jaar verontwaardiging op mijn Facebook voorbijkomen die ik niet snapte. Misschien ben ik Ipie, blissfully unaware. Of misschien zijn we allemaal wat over aware geworden.

De herfst kwam en ik fietste langs de kade waar ik woon. Er staan bankjes aan het water waar jongens en mannen rondhangen, beetje blowen, beetje van het weer genieten. Acht meter voor me fietste een vrouw – een jaar of veertig. Ze fietste net zo hard als ik, maar vlak voordat ze langs een van de groepjes mannen fietste, minderde ze snelheid. Ze ging rechter op zitten, trok haar shirtje goed, borst vooruit. „Hee schoonheid”, klonk het van het bankje. Ze keek de mannen niet aan, reageerde niet, maar toen ik haar iets verder inhaalde zag ik de vetste lach van het jaar.